zaterdag 31 januari 2015

Vrouw Noordhuis



Ergens in ons mooie Westerwolde ligt een statig dorp. Een rustieke bomenlaan met villa’s als paleizen en boerderijen als kastelen. Herenboeren woonden daar, zo is me verteld, en een herenboer is niet zomaar een boer. Herenboeren hadden veel werkvolk en een beetje herenboer sprak tot zijn knechts via de hoofdknecht. Een knecht uit de lagere orde rechtstreeks aanspreken was een herenboer te min. Ik vraag me af of de vrouw van een herenboer herenboerin heette, of damesboer, damesboerin, of gewoon boerin. Hoewel ik dat laatste dan wel weer wat gewoontjes vind.

Op een van de boerenerven is in de zestiger jaren, nadat een voormalige herenboerenresidentie was ingestort, een verzameling bejaardenhuisjes gebouwd.  Blokjes van vijf en blokjes van zes, haaks op elkaar. Piepkleine hokjes naar huidige maatstaven, met gaskachels en geisers. Een fietsenschuurtje was er ook nog bij, maar dan moest de fiets wel diagonaal gestald worden want anders paste hij er niet in. Bejaarden kwamen er in die tijd maar bekaaid af, wat woongenot betreft. In de negentiger jaren schoof men de vreselijk gedateerde huisjes tegen de vlakte en er voor in de plaats verrees een heuse seniorenflat. Het woord bejaarde kon ook echt niet meer. Grote kamers, moderne keuken, extra slaapkamer, badkamer en toilet rolstoelbestendig, deuren en gang breed genoeg voor tweebaans rollatorverkeer. Inpandige galerijen. Volgens mij noemt men zoiets een atrium. Herenboer of knecht maakt niet uit, tegenwoordig worden alle senioren botweg geïntegreerd in een flat met een atrium.

“Dinsdagmorgen tien uur koffie bij vrouw Noordhuis op nummer 53!” Het commando wordt me medegedeeld als ik maandagmorgen nietsvermoedend bij de eerste klant aanbel. De stem komt van de eerste verdieping, tegenover de eerste klant op de begane grond. De man die open doet trekt wit weg en stottert een bevestiging richting vrouw Noordhuis, die als een vorstin met beide handen op de balustrade leunt. Elke dinsdagmorgen  om tien uur wordt er op nummer 53 koffiegedronken. Er verzamelen zich dan een contingent atriumsenioren bij vrouw Noordhuis. Ze is niet kwaadaardig maar haar goede bedoelingen zijn wel bindend. Verzet is zinloos. Als ze weer in haar flat is verdwenen herneemt de man zijn waardigheid. “We kunnen hier ook wel koffiedrinken,” zegt hij op samenzweerderige toon, “ we hoeven toch zeker niet te doen wat vrouw Noordhuis zegt?” Vrouw Noordhuis is duidelijk afkomstig uit de categorie ‘herenboeren’, de eerste klant positioneer ik gemakshalve even in het kamp ‘knechts’.  
Als ik dinsdag om vijf voor tien bij meneer aanbel is de koffie al klaar. Er zijn nog twee dissidenten aanwezig. Ja, vrouw Noordhuis  kan zich wel van alles in haar hoofd halen maar wij doen toch wat we zelf willen. Ach ja, zonderling mens, die Noordhuis, maar echt veel kwaad zit er niet in, menen ze allemaal. Tweede kopje? Ja lekker.
Dan gaat de bel. Argeloos doet meneer open en een seconde later is de kamer gevuld met vrouw Noordhuis. Wat dit wel niet te betekenen heeft. “Ja maar….…de monteur……”, hij kijkt mij hulpeloos aan. Er is geen ontkomen aan. De knecht, de twee dissidenten en ik moeten mee naar nummer 53. In het atrium weet ik te ontsnappen. Vrouw Noordhuis trekt haar wenkbrauwen op. Maar ik heb immers nog wat te doen dus mijn vertrek is gepermitteerd. Ik ben benieuwd welke sanctie er staat op het opzettelijk verzuimen van de koffieplicht bij vrouw Noordhuis. Ik kan de neiging om stiekem even aan de deur te luisteren ternauwernood onderdrukken. Feit is dat me de rest van de week geen koffie meer is aangeboden. Behalve in de laatste woning. Ik vraag gekscherend of ze geen problemen krijgt met vrouw Noordhuis. “Nee, ik niet….”, lacht ze, “Mijn man was vroeger notaris hier op het dorp. “

vrijdag 9 januari 2015

Zangvogelvereniging “De Kanarie”

 “Als je zoiets meemaakt dan leer je wel relativeren..........."

Misstanden binnen de zangvogelsport. Eigenhandig opererende bestuursleden. Ontevreden leden. Kan dit zo doorgaan? Geniet het bestuur nog wel het vertrouwen van de leden? Onze verslaggever deed een diepgaand onderzoek. Enkele leden durfden het aan om tegenover onze verslaggever een boekje open te doen. De namen van de geïnterviewde leden zijn gefingeerd.

Sipke begint: “Het is nu zo’n twee maanden geleden. Ik had een koffiemok van Teurlings. Teurlings is het merk kanarievoer wat binnen onze vereniging veel gebruikt wordt. Het is een van de topmerken. Ikzelf neem altijd type ‘Kanarie postuur en kleur’, bevalt me gewoon het beste. Op een avond stond ik bij mijn vogelkooien toen het oor van de mok plotseling afbrak en de mok op de grond uiteen spatte. Die mok had ik gekregen van een vertegenwoordiger die toevallig in de dierenwinkel was toen ik daar kwam voor mijn nieuwe voorraad ‘postuur en kleur’. Iedereen weet dat zo’n vertegenwoordiger niet zomaar iemand is. Hij is wél van Teurlings! Ik had tegen niemand verteld dat ik zo’n mok had. Je wilt niet overal maar mee te koop lopen. Dat de mede clubleden dus niets wisten van mijn grote verlies kan ik ze dus niet kwalijk nemen. Maar van het bestuur had ik toch wat meer betrokkenheid verwacht.”
Sopke: “Ja, het bestuur heeft geen oog voor het wel en wee van de leden. Ook al vertellen we ze niks, iets meer medeleven mag je toch wel verwachten. Na jaren van lidmaatschap doet zoiets zeer.”

Dit is maar een voorbeeld van de vele misstanden. Naar verluid laat het bestuur op allerlei gebied steken vallen. Doelstelling van de club is altijd geweest: gezelligheid voor iedereen. En leren van de ervaringen van anderen. ‘De Kanarie’ bestaat nu uit ongeveer 20 leden. Dat zijn er wel eens veel meer geweest. In de hoogtijdagen van de zangvogelsport zat men al gauw op zo’n 23 leden. Het ledenaantal krimpt en het wordt voor komend jaar moeilijk om de huur van de clubruimte bijeen te sprokkelen.

Sipke: “Het bestuur doet niks! Laatst zei mijn vrouw nog tegen mij, waar heb je zo’n bestuur dan voor!”
Sopke: “Al jaren roepen wij tegen onze bestuursleden dat ze niet functioneren. We horen maar niks van ze. Je zou toch elke maand een update verwachten van de acties die het bestuur onderneemt om het ons gemakkelijk en naar de zin te maken. Neem nou het ledenaantal. Er moeten nodig nieuwe leden bij maar het bestuur doet niks. Laatst kwam er iemand op onze jaarlijkse vogelshow en die vond het allemaal zo mooi dat hij er ook over dacht om met kanaries te beginnen. Ik kende die vent en ik mocht hem niet. Dat heb ik hem ook verteld! Ik zei tegen het bestuur dat als die klootzak erbij komt ben ik weg! Dus die vent wordt geen lid. Terwijl we zo hard nieuwe leden nodig hebben. Dat begrijp ik niet. Dan denk ik: bestuur, waar blijf je nou. Doe iets.
Sipke: “Nu is de bom dan eindelijk gebarsten! Het bestuur treed af. Op de eerstvolgende ledenvergadering staan we er alleen voor. Iedereen weet dat wij totaal ongeschikt zijn om bestuurslid te worden. En we hebben geen tijd, ik heb de tuin nog en ik zit nog met de maandelijkse biljartavond. Zo’n secretaris bijvoorbeeld, die heeft nog een volledige baan, die kan dat er makkelijk bij doen. Wij moeten maar rondkomen van ons pensioentje. Van het bestuur hoor je maar niks hierover!”
Sopke: “Al zolang als dit bestuur er zit horen we dat we best mee mogen denken. Worden we gevraagd hand en spandiensten te verlenen bij het opbouwen van onze jaarlijkse vogelshow. Dat ze zich zorgen maken over de huur en de financiële situatie van de club. Ze gaan zelfs zo ver dat wij als leden best zelf ook initiatieven en ideeën naar voren mogen brengen om de club gezond te houden. Nou vraag ik je, dan heb je toch niks aan zo’n bestuur? Ik zit nog met de kaartclub en op dinsdag doe ik altijd boodschappen met de vrouw! En dan laten ze je zo in de steek. Wij treden af zeggen ze dan. Wij doen het toch nooit goed dus kies maar een ander bestuur, zeiden ze. Hoe durven ze ons zo in de steek te laten. Mijn vader is negentig jaar geworden, dan ga je toch anders denken. Kinderachtig.
Sikpe: “Als je zoiets meemaakt dan leer je wel relativeren. Slapeloze nachten heb ik er van gehad. En dan zie je op de televisie dat gedoe met die MH17 en nu weer met die Charlie Hebdo, dan denk ik man, man, ze moesten eens weten. Het was wél mijn Teurlings mok!”
Sopke: “Triest.”
Sipke: “Ja….”

Het bestuur was niet bereikbaar voor commentaar.