vrijdag 22 augustus 2014

Bekoorlijke beproeving

De kogel is door de kerk. Na ruim dertig jaar bakkeleien over zes woordjes zijn de Belgische en Nederlandse kerkvorsten er uit. De tekst van het overbekende Onze Vader is in beide taalgebieden nu hetzelfde. Het belangrijkste verschil is het veranderen van het woord ‘bekoring’ in ‘beproeving’.

Als voormalig katholiek neem ik hier hoofdschuddend notie van. Voor die paar duizend katholieken in Nederland, veel meer kunnen het er niet zijn, is het nog even afwachten vanaf wanneer de nieuwe tekst gebruikt mag worden. Let op het woordje mag. Het houdt een zekere vrijblijvendheid in. In de praktijk komt het er dus op neer dat er plaatselijk afdelingen zullen zijn die de nieuwe tekst niet gaan gebruiken. Het kan dus zomaar nog wel dertig jaar duren voordat je overal in Nederland en België hetzelfde versje hoort. Ook het gegeven dat de Nederlandse Bisschoppen er nog niet uit zijn vanaf wanneer de nieuwe tekst gebruikt mag worden stemt niet tot vrolijkheid. Wie dacht dat het Kafkaiaanse spook alleen in de openbare ambtenarij rondwaart komt bedrogen uit. Er zijn mensen die zich voor hun werk meer dan dertig jaar bezig houden met dit soort geneuzel. Leuk om te weten voor degenen die nog braaf hun kerkbijdrage betalen.

Ik stel me voor hoe een kaalhoofdige monnik in een grijsbruine pij die, anno 2014, op een stoffige zolder van een oud gebouw met ganzenveer en zwarte inkt een memo schrijft op een stuk perkament welke hem eergisteren is gedicteerd door de Bisschop van Utrecht. Dit epistel wordt zorgvuldig opgerold en voorzien van een lakzegel. Dan komt er een andere monnik die de rol onder zijn pij verstopt en zich blootsvoets te voet richting Groningen begeeft. De Bisschop van Groningen legt de rol na ontvangst boven op een kast op zolder en schrijft in zijn agenda dat hij de rol in 2018 moet gaan terugzoeken en lezen. Er is geen reden om zich te haasten, nietwaar? In 2025 verbreekt de bisschop van Utrecht het zegel van de rol die hij in 2019 op een kast heeft gegooid en leest: 
In antwoord op uw schrijven van 13 april 2014 deel ik u het volgende mede. Ik kan op uw stelling niet reageren omdat er nog een rol perkament onderweg is van de bisschop van Roermond met zijn zienswijze over deze kwestie. Zodra de rol aankomt zal ik het meteen op de kast op zolder leggen waarna mijn definitieve reactie uiterlijk  2030 zal volgen.

Het zal nog wel tot 2050 duren voordat de tekstwijziging in het Weesgegroetje wereldkundig wordt gemaakt.

vrijdag 15 augustus 2014

Alles

Heb ik alles wat mijn hartje begeert? En zo nee, wat zou ik dan nog wensen? Zomaar twee vragen die iemand, begin twintig, tussen neus en lippen door aan mij stelde. Ik kon er geen duidelijk antwoord op geven. Het is me nogal een vraag. Ik verzon deze stelling:

“Als je alles hebt wat je hartje begeert dan is dat eigenlijk een goede reden om een eind aan je leven te maken.”

Die hakt er in, of niet dan. Het probleem in deze stelling is het woord alles. Je moet alles niet letterlijk nemen. Alles bestaat niet. Alles heeft zijn grenzen. Alles heeft een nadere omschrijving. Alles heeft een context en alles is ook gerelateerd aan haalbaarheid en realiteit. Als je alles hebt wat je hartje begeert, zowel in materiële als in immateriële zin, betekent dat dan dat je niet benieuwd bent of hoeft te zijn naar wat het leven nog voor je in petto heeft? En wat als het je grootste wens is om te sterven? Alles hangt ook af van tevredenheid. En dan ben je er nog niet want als je tevreden bent, is dat dan een reden om niets meer te wensen?

Ik denk dat wij er goed aan doen om al onze wensen door een realiteitsfilter te halen. Dagdromen of wakkerligdromen zijn leuk voor bij de borrel maar je hebt er niks aan. Filteren dus. Als je daar mee klaar bent moet je je bij elke wens die in principe te bereiken is afvragen waarom je nog niet begonnen bent om de wens in vervulling te laten gaan. Je zult al gauw ontdekken dat elke wens een aantal offers vraagt die je kennelijk (nog) niet bereid bent te brengen.

Het leven van de persoon uit de eerste alinea is eigenlijk nog maar net begonnen. Het diploma is op zak en de poort naar de wijde wereld staat open. De grote wens van dit moment is het vinden van de Baan-Voor-Het-Leven. Ik meen een lichte verbazing, of misschien is het wel weemoed, te bespeuren bij de verzuchting dat deze nog niet in de vacaturekrant is aangetroffen. Misschien is dat iets om eens door het realiteitsfilter te halen?

Het was mijn wens om met dit stukje binnen de vierhonderd woorden te blijven. Het heeft er alle schijn van dat het gelukt is.

zaterdag 2 augustus 2014

John Watson

Wat is het toch bemoedigend om op het internet te mogen lezen dat ik een van de zeer weinigen ben wiens geest kennelijk functioneert op het niveau van een demente bejaarde met een gemiddeld IQ van 66. En wat is het toch dapper van al die schrandere geesten die vanuit de veilige anonimiteit op allerlei fora en internetpagina’s over internetcriminaliteit apetrots melden dat zij het vanzelfsprekend direct doorhadden. De werkelijkheid is dat mensen die er wel instinken zich naderhand de ogen uit de kop schamen en zich wel twee keer bedenken om er mee de openbaarheid in te gaan. Internetcriminelen doen het om er veel geld mee te verdienen en als slechts een handvol imbecielen, zoals ik dus, er in trappen dan zouden ze er wel mee ophouden.

Je kunt je afvragen waarom Microsoft uitgerekend van al die miljarden Windowsgebruikers over de hele wereld uitgerekend mij zou bellen wegens een beveiligingslek. Maar ja, zo vaak belt er geen vriendelijke Engels sprekende meneer en er was geen reden om hem niet even aan te horen. Hackers gebruikten ongemerkt mijn laptop om hun virussen overal te verspreiden en Microsoft had dat ontdekt en wilde mij helpen het te stoppen. Al met al duurde dat gesprek wel een uur waarbij ik, inmiddels compleet ingepakt door John Watson, Microsoft ID 43526935, toegang gaf tot mijn computer voor hulp op afstand. John toverde allemaal ingewikkelde foutmeldingen op mijn beeldscherm waaruit bleek dat mijn pc compleet geïnfecteerd was en ik geloofde hem dankbaar. Hij vroeg mijn toestemming om een hele speciale virusscanner te mogen installeren om de zaak op te ruimen. Uiteindelijk moest ik een nieuw certificaat voor mijn Windowsversie hebben en dat kostte 10 dollar. Dat was niet duur voor een uur werk en ik ging, nog steeds argeloos, akkoord. Daarvoor moest er een Western Union bankaccount aangemaakt worden en dat geloofde ik ook. Via Ideal kon ik dan 10 dollar overmaken. Toen dat niet lukte begon ik te twijfelen maar John vertelde dat het account pas over een uur actief zou worden en dan zou hij terugbellen om de klus af te maken. Al die tijd had hij onbeperkte toegang tot al mijn bestanden. Intussen Googelde ik met mijn telefoon op de naam van het zogenaamde speciale virusprogramma en zag ik dat het een gewone freeware virusscanner betrof. Toen pas viel het kwartje en ik trok meteen alle stekkers uit de laptop maar het kwaad was natuurlijk al lang geschied. In plaats van een tientje had ik 450 dollar overgemaakt naar mijn Western Union account waartoe John ook onbeperkt toegang had.

Gedurende de gehele sessie klonk er op de achtergrond het geroezemoes van een callcenter en werd ik zogenaamd af en toe doorverbonden met een floormanager en een accountmanager die mij allemaal bemoedigend toespraken. Een vriendelijke mevrouw van de ABN wist mij, inmiddels zwaar over de rooie, weer in het gareel te krijgen en controleerde al mijn bankverkeer. Het was bij die 450 dollar gebleven maar daarvoor stond de ABN niet garant want ik had het tenslotte zelf gedaan. Verder gaf ze me de doorkiesnummers van Paypal en Western Union die ik onmiddellijk moest bellen om de accounts te laten blokkeren. Western Union had de betaling tegen gehouden omdat hun beveiligingssysteem het niet vertrouwde en hadden het geld inmiddels retour Holland gestuurd. Over een of twee werkdagen mag ik het terugverwachten minus wat aftrek voor kosten. Ik heb zojuist de laptop weer opgehaald van de echte expert en terwijl ik dit schrijf vraag ik me nog steeds af hoe het zo ver heeft kunnen komen. Hoe heb ik zo stom kunnen zijn? Waarom liet ik me zo inpakken door de vriendelijke John Watson, die gezien het accent vermoedelijk gewoon Achmed heet en zich kapot heeft gelachen om mijn onnozelheid? Zou hij door de camera van mijn beeldscherm hebben zitten kijken hoe ik worstelde met pen en papier, de e-dentifier en het toetsenbord met mijn leesbril op mijn neus en de telefoon op mijn schouder geklemd?

Ik zeg te pas en te onpas dat mensen niet van alles moeten geloven en ik snap ook nooit hoe de slachtoffers in de flauwe grappen van Bananasplit kunnen trappen. Maar het kan dus toch. Gelukkig zal het u nooit overkomen. U weet immers wel beter.