maandag 6 april 2026

 

Het was feest. Een jongeman uit de gemeente ging belijdenis doen. De kerk was afgeladen vol. Opa's en oma's en ooms en tantes op bezoek. Allemaal zondagse kleren aan. „Ja, je mag wel een spijkerbroek aan maar dan kopen we eerst een nieuwe en tevens een bijpassend net overhemd.“ had zijn moeder bedongen. Een en ander is uitgebreid geoefend en besproken. Het ritueel is bekend en er is een diepgaande catechese aan vooraf gegaan. Jongeren die belijdenis doen weten wat ze doen, ze zijn opgegroeid in het geloof. Ik vraag me af of geen belijdenis doen echt een optie is. Hoeveel keuze heb je als je met het geloof van je ouders bent grootgebracht?

 



Ik kom uit een katholiek nest. Wij hadden ook zoiets. Eerlijk gezegd had ik daar geen actieve herinnering aan. Maar een zoektocht op internet leerde me dat katholieke kinderen op jonge leeftijd Eerste Heilige Communie deden en in de zesde klas (groep 8) vormsel, of groot aannemen. Oh ja, de eerste communie. Van het kerkelijke deel weet ik niets meer van. Wat ik nog wel weet is het thuisgedeelte. Peter en meter kwamen op bezoek. Mijn peetoom, naar wie ik vernoemd ben, overhandigde mij plechtig een horloge. Een Anker. Met een zwarte leren band. Het moet nog ergens zijn. Ik heb het jaren gedragen, pas veel later kocht ik zelf een horloge. Ik heb in mijn hele leven slechts twee horloges gehad, de Anker en het ding wat ik zelf kocht. Ik draag al jaren geen horloge meer want als ik er op zou willen kijken moet ik eerst een leesbril opzetten. Veel te lastig. Van peettante kreeg ik een DinkyToy. Het was een glanzend gele sportwagen. De wagen staat me nog helder voor de geest. Waar het gebleven is weet ik niet, het is in ieder geval niet meer in mijn bezit. Als ik het ooit zou terugvinden zou ik het onmiddellijk herkennen. Die auto heeft altijd een speciaal plekje in mijn hoofd gehad, het was de auto van de Eerste Communie. Of ik later ook gevormd ben of groot heb aangenomen weet ik niet. Mijn katholieke jeugd ging wat mij persoonlijk betreft over cadeautjes en lekker eten. Ik had een vastentrommeltje waarvan de inhoud het einde van de vastentijd niet altijd haalde. We maakten palmpasenstokken met een broodhaantje er op. Een versje van de kleuterschool weet ik nog: „Lieve heertje, geef mooi weertje, geef een mooie dag, dat het zonnetje weer schijnen mag".

Bij ons thuis stond een kinderbijbel in de kast. Het was me wel duidelijk dat de verhalen in de bijbel van een andere orde waren dan de verhalen van Hans Christian Andersen en de Gebroeders Grimm. Ik weet nog dat ik eens in de kinderbijbel bladerde en het verhaal tegenkwam van Jonas in de walvis. Waar het over ging weet ik nog steeds niet en meer heb ik met de kinderbijbel niet gedaan. Op school is naar mijn weten, in ieder geval in mijn herinnering, nooit veel energie gestoken in zingeving of diepere betekenissen. Kerk ging over rituelen, over een askruisje op je voorhoofd en dat soort zaken. Waarom die rituelen er waren is me nooit duidelijk geworden en het heeft me ook nooit geboeid. Waar ik bang voor was waren de biecht en het misdienaarschap. Ik vroeg aan mijn moeder of ik later, als ik groot was, ook moest biechten en ze stelde me gerust. (Ik had namelijk geen idee wat ik de pastoor in dat hokje dan zou moeten vertellen, ik wist toen nog niet wat zonden waren.) Ik vroeg ook aan mijn moeder of ik later ook misdienaar moest worden en ook dat hoefde niet. Ik ben haar nog steeds dankbaar. Ik ging niet graag naar de kerk en na mijn twaalfde ben ik er niet meer geweest, een enkele nachtmis en huwelijken en uitvaarten uitgezonderd. Later in de brugklas ging het bij maatschappijleer eens over het geloof. Ik deed wat ik altijd deed: naar buiten kijken. Ik had de hele discussie niet gevolgd. Lerares had dat natuurlijk in de gaten en vroeg aan mij wat ik ervan vond. Ik antwoordde dat aangezien Sinterklaas niet bleek te bestaan Jezus dus ook wel gelogen zou zijn. Ze vond het duidelijk geen leuk antwoord.

Ik had de keuze uit de eerst alinea wel en mijn ouders gunden mij die. Ik ben nooit ergens toe gedwongen. De jongeman die belijdenis deed heeft een andere achtergrond. Bij hem heeft de doctrine er duidelijk dieper ingehakt dan bij mij. Na de plechtigheid deed hij een stapje naar voren en vroeg aan de dominee of hij nog iets mocht zeggen. Dat mocht. De jongeman stapte naar de microfoon en sprak tot de gemeente: „Er is iets wat ik nog graag wil zeggen: fuck evolutie…!!!". Arme jongen.