zaterdag 13 april 2013

Grijze Jezus

Nederland vergrijst. Ik kan het zelfs zien. Op straat en in de spiegel. Het is niet te geloven, zelfs mijn borsthaar vergrijst. Waar ik ook kijk, het is grijs wat de klok slaat. De natuur in maart 2013? Grijs. Het weer in het weekend? Grijs. Generatiegenoten? Grijs. Zouden de geleerden het dan toch bij het rechte eind hebben? Dat Nederland vergrijst?

In een grijs verleden woonde ik in een lommerrijke laan met vrijstaande huizen. Ik was een klein tenger jongetje met goudblonde haren. Het gebeurde op een doordeweekse dag. Ik zal een jaar of vier geweest zijn, schat ik. Ik vertel het maar zoals het mij voor de geest staat, van horen zeggen, een andere versie is net zo waar als deze. Bij ons in de straat woonde een jongetje, net zo oud als mij, met krulletjes. Niet zo mooi hoogblond als mij natuurlijk, maar verder heel verdienstelijke krulletjes. Wij speelden bij hem thuis. Zijn moeder had visite en zonder dat ik het merkte werd er over mij gesproken. Met name over mijn prachtige blonde haren. “Net Kindje Jezus”, werd er gezegd. Ik ga er van uit dat het als compliment bedoeld was want wij kwamen uit een goed katholiek milieu. Zoals dat gaat krijgen kleine jongetjes wel eens ruzie over niks, of over de hele wereld, maar in ieder geval is het kennelijk tot een handgemeen gekomen waarbij ik mijn kameraadje een stomp gaf. Vroeger heette dat nog gewoon stomp, tegenwoordig heet zoiets dreun, hengst of knal. Natuurlijk moest er verhaal worden gehaald bij moeder. Want een stomp krijgen van een vriendje in je eigen huis, dat kan natuurlijk niet. De visite had dik lol. Zoonlief had namelijk een stomp gekregen van Kindje Jezus.

Wreed als volwassenen kunnen zijn wordt je zoiets natuurlijk je hele leven nagedragen. Zit je net ergens gezellig bijeen, komt het Kindje Jezus verhaal weer op tafel. Het heeft mij echter niet verbitterd. Uit het verhaal blijkt dat ik kan worden vergeleken met Jezus, die toch zeker de eerste de beste wordt geacht, ook al is het dan slechts een verzonnen romanfiguur. En ik ben kennelijk in staat tot het gebruik van geweld. Niet dat ik dat ooit nodig heb gehad maar toch, goed om te weten dat je in tijden van nood weerbaar bent.

Het is al ruimschots 2013 als ik niets vermoedend op mijn werk verschijn. Een collega, die redelijkerwijs niets van het Kindje Jezus verhaal af kan weten, begroet me enthousiast als Kindje Jezus. De andere collega’s doen natuurlijk dapper mee. De collega woont in dezelfde straat als Kindje Jezus’ slachtoffer en bij het uitlaten van de hondjes is er blijkbaar aan Kindje Jezus gedacht. Zo zie je maar wat voor impact de naam Kindje Jezus heeft. En dat voor een grijze athe├»st. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten