zaterdag 18 juli 2026

Algemeen Gehandicaptenfonds

 

Het was jaarmarkt. Normaal zijn wij dan op vakantie gelukkig, maar nu niet. Met de gemiddelde braderie of jaarmarkt ben ik in vijf minuten klaar. Als ik alleen zou gaan tenminste maar wie gaat er nou alleen naar een jaarmarkt. Vandaag hebben we er een hele middag over gedaan. Wel veel bekenden gezien en dat is ook wat waard. 

(door AI gegenereerde afbeelding)





Ik kocht een rolletje ijzerdraad voor 50 cent. En drie boeken voor samen zes euro, van een bekende. Maar ik hoefde niet te betalen. Dat is lief toch? We hadden net voor we van huis gingen gegeten. Dus de patat, braadworsten en bier liet ik aan me voorbijgaan. Hoewel ik aan het eind van de markt best een biertje had gelust. Die nam ik dan maar toen we weer thuis waren. Op braderieën en jaarmarkten liggen, hangen en staan allemaal spullen die niemand in huis wil hebben en dat is dan ook precies de reden waarom ze ermee naar de markt gaan.

De laatste kraam werd bedreven door een vrouw. Ik had de indruk dat ze er al een paar jaar penitentiaire inrichting op had zitten maar hé, gij zult niet oordelen. Op de kraam lag de inhoud van een grofvuil container. Allemaal verpakt in dozen die al drie keer aan het oud papier waren meegegeven. Ze noemde het een verloting geloof ik, of grabbelton. Ik weet het niet precies want ik was al doorgelopen. Iets met enveloppen met nummertjes er op die je moest kopen voor vijf euro en dan bepaalde de dame welke doos rotzooi je mee mocht nemen. Echtgenote werd de gelukkige eigenaar van een glas in krantenpapier, een paar hoge laarzen met hoge hak en een dekbed of zoiets; iets wits in een doorzichtige plastic zak. Op de terugweg gingen de witte stof en de laarzen in de kledingcontainer bij de Plus, voorheen C1000. Het glas namen we mee naar huis. Het staat nog op het aanrecht, we gaan het eerst twintig keer afwassen. En dan komt het achter in de glazenkast. Op de eerstvolgende verjaardag is iemand van de visite de klos, die mag er dan uit drinken. Voor de kraam lag op de grond een stuk karton waar op was gekrabbeld „Algemeen Gehandicaptenfonds“. Er bestaat helemaal geen fonds met die naam. Het is bedrog. Je ziet dat je wordt bedonderd en toch kopen mensen voor vijf euro een doos rotzooi, want „het is immers voor een goed doel.“ Eigenlijk begrijp ik niet hoe zo iemand op deze jaarlijkse braderie terecht kan komen. Ze zal zich bij de inschrijving wellicht ook voor hebben gedaan als loterij voor het algemeen gehandicaptenfonds en er zal niemand even gegoogled hebben of dat fonds wel bestaat. Maar het is gewoon oplichting, een jaarmarkt onwaardig.


maandag 6 april 2026

 

Het was feest. Een jongeman uit de gemeente ging belijdenis doen. De kerk was afgeladen vol. Opa's en oma's en ooms en tantes op bezoek. Allemaal zondagse kleren aan. „Ja, je mag wel een spijkerbroek aan maar dan kopen we eerst een nieuwe en tevens een bijpassend net overhemd.“ had zijn moeder bedongen. Een en ander is uitgebreid geoefend en besproken. Het ritueel is bekend en er is een diepgaande catechese aan vooraf gegaan. Jongeren die belijdenis doen weten wat ze doen, ze zijn opgegroeid in het geloof. Ik vraag me af of geen belijdenis doen echt een optie is. Hoeveel keuze heb je als je met het geloof van je ouders bent grootgebracht?

 



Ik kom uit een katholiek nest. Wij hadden ook zoiets. Eerlijk gezegd had ik daar geen actieve herinnering aan. Maar een zoektocht op internet leerde me dat katholieke kinderen op jonge leeftijd Eerste Heilige Communie deden en in de zesde klas (groep 8) vormsel, of groot aannemen. Oh ja, de eerste communie. Van het kerkelijke deel weet ik niets meer van. Wat ik nog wel weet is het thuisgedeelte. Peter en meter kwamen op bezoek. Mijn peetoom, naar wie ik vernoemd ben, overhandigde mij plechtig een horloge. Een Anker. Met een zwarte leren band. Het moet nog ergens zijn. Ik heb het jaren gedragen, pas veel later kocht ik zelf een horloge. Ik heb in mijn hele leven slechts twee horloges gehad, de Anker en het ding wat ik zelf kocht. Ik draag al jaren geen horloge meer want als ik er op zou willen kijken moet ik eerst een leesbril opzetten. Veel te lastig. Van peettante kreeg ik een DinkyToy. Het was een glanzend gele sportwagen. De wagen staat me nog helder voor de geest. Waar het gebleven is weet ik niet, het is in ieder geval niet meer in mijn bezit. Als ik het ooit zou terugvinden zou ik het onmiddellijk herkennen. Die auto heeft altijd een speciaal plekje in mijn hoofd gehad, het was de auto van de Eerste Communie. Of ik later ook gevormd ben of groot heb aangenomen weet ik niet. Mijn katholieke jeugd ging wat mij persoonlijk betreft over cadeautjes en lekker eten. Ik had een vastentrommeltje waarvan de inhoud het einde van de vastentijd niet altijd haalde. We maakten palmpasenstokken met een broodhaantje er op. Een versje van de kleuterschool weet ik nog: „Lieve heertje, geef mooi weertje, geef een mooie dag, dat het zonnetje weer schijnen mag".

Bij ons thuis stond een kinderbijbel in de kast. Het was me wel duidelijk dat de verhalen in de bijbel van een andere orde waren dan de verhalen van Hans Christian Andersen en de Gebroeders Grimm. Ik weet nog dat ik eens in de kinderbijbel bladerde en het verhaal tegenkwam van Jonas in de walvis. Waar het over ging weet ik nog steeds niet en meer heb ik met de kinderbijbel niet gedaan. Op school is naar mijn weten, in ieder geval in mijn herinnering, nooit veel energie gestoken in zingeving of diepere betekenissen. Kerk ging over rituelen, over een askruisje op je voorhoofd en dat soort zaken. Waarom die rituelen er waren is me nooit duidelijk geworden en het heeft me ook nooit geboeid. Waar ik bang voor was waren de biecht en het misdienaarschap. Ik vroeg aan mijn moeder of ik later, als ik groot was, ook moest biechten en ze stelde me gerust. (Ik had namelijk geen idee wat ik de pastoor in dat hokje dan zou moeten vertellen, ik wist toen nog niet wat zonden waren.) Ik vroeg ook aan mijn moeder of ik later ook misdienaar moest worden en ook dat hoefde niet. Ik ben haar nog steeds dankbaar. Ik ging niet graag naar de kerk en na mijn twaalfde ben ik er niet meer geweest, een enkele nachtmis en huwelijken en uitvaarten uitgezonderd. Later in de brugklas ging het bij maatschappijleer eens over het geloof. Ik deed wat ik altijd deed: naar buiten kijken. Ik had de hele discussie niet gevolgd. Lerares had dat natuurlijk in de gaten en vroeg aan mij wat ik ervan vond. Ik antwoordde dat aangezien Sinterklaas niet bleek te bestaan Jezus dus ook wel gelogen zou zijn. Ze vond het duidelijk geen leuk antwoord.

Ik had de keuze uit de eerst alinea wel en mijn ouders gunden mij die. Ik ben nooit ergens toe gedwongen. De jongeman die belijdenis deed heeft een andere achtergrond. Bij hem heeft de doctrine er duidelijk dieper ingehakt dan bij mij. Na de plechtigheid deed hij een stapje naar voren en vroeg aan de dominee of hij nog iets mocht zeggen. Dat mocht. De jongeman stapte naar de microfoon en sprak tot de gemeente: „Er is iets wat ik nog graag wil zeggen: fuck evolutie…!!!". Arme jongen.

zaterdag 21 februari 2026

Hebban olla vogala.......


Je ziet ze de laatste jaren steeds minder. De ongewassen en ongeschoren types die gehuld in berenvellen gewapend met knuppels en speren met stenen punten de bossen intrekken en aan het eind van de dag terugkeren met een heel hert op de schouders om deze vervolgens, na hun gezin te hebben begroet, met scherpe stenen te ontleden. Moeder heeft de hele dag het vuur brandend gehouden en al spoedig hangen de eerste stukken hert boven het vuur. De eenvoudige hut van takken, stro en leem vult zich met huiselijke gezelligheid als de familie hongerig op de maaltijd aanvalt.

Wat je ook steeds minder ziet zijn voerlieden die met ossenkarren vracht vervoeren door heel Europa. Om maar te zwijgen van ganzenhoedsters, kolenboeren, turfstekers en zwavelstokjesverkopers.


Met taal is hetzelfde aan de hand. Ik kan me niet eens meer herinneren wanneer ik voor het laatst iemand Babylonisch heb horen spreken. Het is een verdwenen taal evenals Latijn, Gotisch, Akkadisch en Serua. Neem het Oud Nederlands, dat gebruikt niemand meer. Ik heb Westerwolder mannen gekend die nog het oude Westerwolds spraken. Kom daar nu nog maar eens om. Ook in buurprovincie Friesland zijn grote zorgen. Er zijn steeds minder mensen die Fries spreken. Voor je het weet is er over 100 jaar niemand meer die nog Fries spreekt. Een taal is een levend wezen. Het past zich aan, aan de omstandigheden. Zo is er vast en zeker een Fries woord voor voerman. En nu is er ook vast een Fries woord voor vrachtwagen. Want zelfs in Friesland doet men niet meer alles met paard en wagen. Als steeds minder Friezen Fries spreken, heeft dat een reden. Misschien wel omdat het Nederlands een taal is waar je in heel Nederland mee terecht kan. Dat kan handig zijn, bijvoorbeeld als je als Friese bolleboos wil solliciteren bij ASML.

Maar er is hoop. De Friese Provinciale Staten hebben unaniem besloten om het Fries als verplicht vak te introduceren op scholen in Friesland. Dus beheerst de Friese bolleboos naast het Engels en Nederlands straks ook Fries. Dat is handig in Eindhoven. Goede kans dat zijn aanstaande echtgenote geen Friezin is en hun eventuele kinderen in Eindhoven naar school gaan, waar het Fries niet verplicht is. Maar in ieder geval is de Friese taal levend gehouden in Eindhoven tot zijn dood.


Het allerleukste aan dit hele verhaal is dat de Provinciale Statenleden van Friesland hier helemaal niet over gaan. Het ministerie van onderwijs gaat er over, en de schoolbesturen gaan er zelf over. De toevoeging ‘unaniem’ geeft aan dat ze er niks over te zeggen hebben maar dat ze het heel graag zouden willen. Het is een oprisping van plat nationalisme. Elfstedentocht sentiment. Friesche paarden in klederdracht. Antieke hindeloopergroene arreslee door Thialf. Oude Friesche bestuurders die straks met pensioen gaan. It giet oan.


vrijdag 13 februari 2026

De Tovenaarsleerling

Wie kent er nog The Thunderbirds? Van die plastic poppen in raketten. Ze zaten aan touwtjes en een poppenspeler kon ze middels de touwtjes laten bewegen, lopen en praten. Soms kwam er een close-up voorbij van een hand die een knopje bediende. Dat was dan een opname van een echte hand. Dan riepen we tegen elkaar: “Een echte hand! Dat was een echte hand!” Dat vonden we best wel bijzonder. AI bestond nog niet. En als de poppen moesten praten dan bediende de poppenspeler de hele onderkaak wat best wel een dom gezicht was.

We waren op een verjaardag. 30 Jaar alweer. Er was voor de grap een zangduo ingehuurd. Het deed me heel erg denken aan Radio Tweede Exloermond op de middengolf. En van pure meligheid gingen we natuurlijk meedoen en we hadden pret voor tien. De zangeres deed me denken aan een figuur uit The Thunderbirds. Verder niks mis mee zal ik maar zeggen. En juist op dat soort momenten komen mij de leukste anekdotes ter ore. Zoals die van De Tovenaarsleerling.


De Tovenaarsleerling is een jonge man die graag Tovenaar wil worden. Of hij daarvoor ook een moodboard heeft moeten maken weet ik niet. Misschien was het ook wel gewoon een eenvoudige ‘one minute pitch’. Om bij de Tovenaars te mogen horen moet je in je leerlingen tijd verplicht aan alle onderdelen meedoen. Los van wat je naast de Tovenaars nog aan sociaal leven hebt, dien je er gewoon te zijn. Ik snap de doelstelling, de leerling moet alle facetten kennen om zeker te weten of je wel Tovenaar wil worden. En de Tovenaars willen weten of de leerling uit het juiste hout gesneden is. En uiteindelijk was de man toegelaten tot het Tovenaars Gilde. Op zijn eerste optreden als Tovenaar kreeg hij een warme hand op zijn schouder: “Je ziet er prima uit, maar denk de volgende keer even aan je sokken. Die moeten grijs zijn.”

Naast mij zat een gepensioneerd Tovenaar. Die zei dat de sokken zwart hoorden te zijn.


zondag 11 januari 2026

Bor de Tweede

 












Het is alweer 10 jaar geleden dat ik over Bor de Wolf schreef die een gedenkteken kreeg te Zweeloo: https://denapp.blogspot.com/search?q=Bor

Inmiddels hebben familieleden van Bor ook de Ter Apeler bossen als woonstee gekozen. Ik liep een tijdje geleden door de Ter Apeler bossen. Het was mooi weer en de groene bladeren zaten nog aan de bomen. Op 100 meter afstand kruiste een wolf mijn pad. Ten minste, dat dacht ik. Hij zag eruit als een wolf, diverse tinten grijs, maar was slank gebouwd en netjes verzorgd. Niet zo'n ruige haarbal zoals je ze kent van de vele YouTube filmpjes. Bor II viel door de mand doordat 20 seconden later een vrouw mijn pad kruiste. Tenzij het oma dan wel Roodkapje was, was Bor II geen wolf. Maar de vrouw leek helemaal niet op Roodkapje of oma. Overigens was het gewoon een T-splitsing van twee paden dus echt ‘mijn pad kruisen’ was het eigenlijk ook niet.

Vandaag liepen wij weer door het bos, en ook over het paadje waar ik toen de nep-wolf zag. Het was koud en er lag sneeuw. Geen wolf gezien. Onlangs hoorde ik van iemand dat er in het bos vlak achter ons huis, het Nulbos (het stukje bos naast de Nulweg), een wolf was gesignaleerd. En ik las ergens dat wolven zich overdag schuilhouden in dichte dennenbossen. Zou ik het beest willen betrappen zal ik dus vroeg moeten opstaan. Of ‘s avonds laat het bos in. Gaat niet gebeuren. Ik vroeg aan Gemini, uit te spreken als Djemmienaai, om een foto van een wolf in de Ter Apeler bossen. Gemini bracht er niks van terecht en ik besloot haar een handje te helpen door een foto te maken van het pad door het Nulbos. De foto bij dit bericht is het resultaat. Ik heb Gemini ook gevraagd het te doen met een dinosaurus. Ik vond het geen gezicht.

dinsdag 6 januari 2026

Arm kind


Drie koningen, oud en wijs,
gingen gezamenlijk op reis.
Met de muziek mee, ze volgen de ster.
Maar de muziek verstomt en de ster blijft ver.

Eindelijk na een lange tocht,
vind men in een gammele krocht,
een bakje stro, dit moet het zijn.
Maar voor een koning is hij wel wat klein.

De weg was lang, de weg was hard.
Drie koningen vol met smart.
Vol verwachting van wat een koning allemaal kan,
vinden ze een baby van een timmerman.

“Geef hem het goud, geef hem de wierook.
Geef hem de mirre dan maar ook.
Een naakte baby koud en klein,
maar als wíj het zeggen, dan zal het een koning zijn…..”

zaterdag 13 december 2025

Boys will be boys…….

 

Het is zaterdagmiddag, 13 december 2025. Het is half drie. Ik sta voor het raam. Of er achter, dat mag ook. Tis maar hoe je het bekijkt. Ik kijk uit over de rotonde, de Nulwegbrug en een stuk Viaductstraat. En heb daarmee tevens ruim zicht over wat er zich op het fietspad vlak voor ons huis afspeelt. Het fietspad is bedoeld voor twee rijrichtingen. Met witte strepen in het midden.

 







Er zwaait vanaf de rotonde een fietser de bocht om en komt mijn kant op, richting Ter Apelkanaal. Het is een elektrische fiets, lichtgroen metallic. De man is van mijn leeftijd, misschien zelfs wat ouder. Maar dat kan ook heel gemakkelijk een beoordelingsfout zijn want ik zie mezelf altijd een stuk jonger dan een ander. Laten we zeggen: 60 plus, dan zit ik altijd goed. Hij draagt een donkere pet. Geen baseballcap. Een ouderwetse antraciet kleurige pet met een werkje in de stof. De jas is daarentegen modern, volgens de laatste winterjassen mode. Niet dat Hollands felle oranje maar iets getemperd. Het ging meer richting sienna. Sienna met geel denk ik.

We zijn allemaal jong geweest en we weten allemaal dat gewoon netjes rechtdoor fietsen bij tijd en wijle best wel saai kan zijn. Dus hebben we allemaal weleens rare capriolen uitgehaald op onze fietsen. Op de pakkiedrager zitten terwijl je fietst, op de trappers staan ipv op het zadel zitten. Wild heen en weer slingeren, stoepranden op en af racen, kruispunten diagonaal oversteken. Stukje berm meenemen, olifantenpaadjes in het plantsoen gebruiken, keihard de struiken in sturen en dan onder luid gejoel van je vrienden jezelf en de fiets weer bevrijden uit de stiekelbossen. Door de Ter Apeler bossen crossen en in het Meebos door de droge sloot scheuren. Met een flinke aanloop kon je dan in een boog, zonder bij te trappen, precies voor het Spoorbruggie uitkomen en dan waande je je een echte motorcrosser. Of je geraakte dan net naast het bruggetje en dan ging je op je bek. Nou ja, precies wat je jongeren nu nog steeds ziet doen.

Het is op deze zaterdag mooi weer. Ik snap dat die man daar fietst. Straks is het weer een week kutweer en dan fiets je niet meer voor de lol. Vooral niet in je nieuwe oranje jas. Ik zie de man dichterbij komen. Nog een paar trappen en hij fietst voor ons huis. Ik kan zijn gezicht goed zien. Hij zit een beetje voorover. Ik zie iets in zijn ogen. En een trekje om zijn mondhoeken. Een vonk, een sprankel; een vleugje jeugd maakt zich los uit de vergetelheid en bereikt zijn brein. En dan gebeurt het. Ik heb het zelf duizendmiljoen keer gedaan en nu zie ik het deze man doen. Hij slalomt. Vier, vijf middenstreepjes maar. Dan fiets hij alweer gewoon netjes rechtdoor. Het hele verhaal speelt zich in een paar seconden af. Dit stukje lezen duurt langer. Dit stukje schrijven duurde veel langer. Maar hij deed het en ik zag het. De duvel is oud. De duvel en zijn ouwe moer.

dinsdag 21 oktober 2025

Religieus populisme

 

De SGP voert campagne. Verkiezingstijd, vandaar. Men gaat er met het gestrekte been in. Durfal Chris Stoffer, de baas van de SGP, ging er zelfs mee naar Jinek. Het gevolg is bekend: geen. Wie in Chris Stoffer gelooft blijft dat wel doen en wie het niet doet blijft dat ook wel doen. Waarmee volgens mij de volkomen zinloosheid van de SGP wel is aangetoond; het is preken voor eigen parochie. In SGP kringen is abortus en euthanasie niet gebruikelijk durf ik zomaar te stellen. Zij mogen dat niet van hun imaginaire vriend. En dat is prima. Zo heeft Bacchus (https://denapp.blogspot.com/2011/12/dominee-ik-drink-er-uit-naam-van.html) mij ooit eens verboden om bessenjenever te drinken en daar houd ik me graag aan. Want Bacchus heeft zelf gezegd dat bessenjenever erg vies is. Zoete rommel. Maar ik ga niet de straat op om te posten bij slijterijen om mensen aan te spreken die bessenjenever dreigen te kopen en ze op opdringerige wijze foldertjes in handen te drukken over het verderfelijke gebruik van bessenjenever.  Dus de SGP moet ook niet het publieke domein in gaan om anderen hun overtuiging op te dringen.

De SGP heeft posters laten maken waarmee men ons te lijf gaat. Ik heb ze in Ter Apel nog niet gezien en moest ze ook op internet opzoeken. Er zijn vier varianten. 1: Elke maand puzzelen! Dus abortus? 2: Gebrek aan woonruimte. Dus abortus? 3: It’s a girl! Dus abortus? 4: Het gezin is compleet! Dus abortus?

Even over nummer 1: Er bestaat ook nog zoiets als voorbehoedsmiddelen maar die zijn bij de SGP ook verboden. De SGP denkt dat vrouwen voor hun plezier abortus ondergaan. Of uit gemakzucht. Hoe dom kun je zijn. Ik heb speciaal voor dit stukje poster nummer 2 even wat aangepast. Wie de schoen past trekke hem aan.





We hebben in Nederland wetgeving over abortus en euthanasie. Daar is een maatschappelijke discussie aan vooraf gegaan. En er zijn debatten over gevoerd. Kennelijk waren de argumenten van de SGP niet doorslaggevend. Misschien komt dat wel omdat het merendeel van de Nederlanders niet gelooft dat er een hele oude meneer hoog boven de wolkjes woont. Hopelijk komt er ook ooit nog eens fatsoenlijke wetgeving over het vrijwillig gekozen levenseinde. Ook daar zullen de argumenten van de SGP niet doorslaggevend zijn. Wen er maar aan. Als mensen niet gevoelig zijn voor jouw boodschap ligt dat niet aan die mensen maar aan de boodschap. Ook al komt die boodschap uit een 2000 jaar oude roman.


donderdag 28 augustus 2025

De pratende paardenbloem.

Laatst liep ik door de mooie Ter Apeler natuur. Ik kwam langs een veld met hoog gras en bloemen en andere planten. Bloemen en andere planten heten tegenwoordig kruiden. Vaak voorafgegaan door een bijvoeglijk voornaamwoord zoals ´heilzaam´. Duurzaam, gezond en biodivers. Het was een warme luie dag en ik besloot om even languit in het gras met de kruiden te gaan liggen. Dergelijke momenten zijn zeldzaam want normaal heb ik daar geen geduld voor. Maar goed, nu was het dan zover. Na enige tijd meende ik een stem te horen. Het was een zachte meisjesachtige stem. Ik verklaarde mezelf voor gek, wat weinig moeite kost, en ging verder met mijn gedachten. Maar het stemmetje was er, onmiskenbaar. Het stemmetje zei: „Ik ben een paardenbloem. Ik wil je iets vertellen. Ik groei hier omdat de grond slecht is en ik kan de grond weer goed maken, zelfs als ik dood ben.“ Of iets van die strekking.

Bovenstaande alinea heb ik uit mijn duim gezogen. Ik lag helemaal niet in het gras. Ik las het op Facebook. Een veel doorgestuurd bericht. Ik heb niks tegen paardenbloemen en vind een gezonde bodem met veel biodiversiteit het mooiste wat er is. Maar het gaat mij om de boodschap. Of eigenlijk meer de vorm van de boodschap. Dit is kennelijk de manier waarop je mensen moet aanspreken. De mensheid functioneert op het niveau van een vijfjarige? Misschien wat overdreven. Maar op televisie (ook zo iets inderdaad) zag ik een mevrouw die er voor had doorgeleerd zeggen dat Trump een impulsieve kleuter is. Als de baas van de VS al een impulsieve kleuter is dan kan het met de mensheid bijna niet beter gesteld zijn. En dat is ook zo, in de Ster Reclame komt elke avond een pratend beertje langs. Het beertje kan door jouw wasgoed kruipen en dan ruikt alles heel erg fris! En mensen die aan die bloemenberenkleertjes ruiken doen dan een debiel tiktokdansje. Zegt dit iets over de doelgroep of zegt dit iets over de reclamemakers? Het zegt iets over de hele mensheid: een argeloos stelletje goedgelovige holbewoners die je alles op de mouw kan spelden. En dat lukt al ruim 2000 jaar. Hoe sterker het verhaal hoe meer ze het gaan geloven. Geen wonder dat populisme zo goed werkt. 

Pim Fortuyn vertelde ooit een journalist dat ze eerst de moedermavo moest gaan afmaken. Nou, nou, dat was wat! En zie waar we terecht gekomen zijn: ons laatste kabinet had een minister van asiel die nu tijd en wachtgeld genoeg heeft om haar algemene ontwikkeling en omgangsvormen wat bij te spijkeren. En misschien kan ze een keer naar een echte dameskapper. Ze vind er wel een in de Tweede Kamer van de kappervakschool.

Wat het ook goed zou doen op Facebook is een voorlichtingsfilmpje over de landelijke politiek: „Hallo, ik ben een Kamerlid, ik wil je iets vertellen. Ik zit hier niet om het land te helpen besturen maar om herkozen te worden. Daarom verzin ik allemaal dooddoeners en drogredenen om je voor de gek te houden. Zodat je op mij blijft stemmen zodat ik in de Tweede Kamer kan blijven en ruim 140.000 euro per jaar opstrijk met niks doen. Nou ja…niks. Het is nog best lastig hoor want ik mag niks zeggen en moet doen wat de fractievoorzitter zegt. En als dameskapper ben ik gewend nogal te zwetsen tegen oude dames die toch niks terug zeggen dus het valt allemaal niet mee.“

Ik hoop dat zo´n filmpje er niet komt. Want van zwetsende Kamerleden wordt niemand beter. Dan is er wel een beter idee voor een voorlichtingsfilmpje. Geen pratend Kamerlid maar een pratend petje. „Hallo, ik ben een baseball cap. Je hoort mij te dragen met de zonneklep naar voren. Zodat de zon niet in je ogen schijnt....... “. Ik denk dat dat beter aansluit bij de belevingswereld van de aanhang van onderhavig Kamerlid.

zondag 23 februari 2025

Johannes is moe.

In de heerlijkheid Westerwolde, daar waar de Runde vanaf het Bargerveen komende uitmondt in de Ruiten Aa, ligt op een zandplaat, verscholen in de bossen, het Klooster Ter Apel. Het is september 1606. Johannes zit in de priorkamer. Hij is net terug van zijn rondgang over de kloosterenclave. Veel meer dan een moestuin is het niet meer. Sinds het vertrek van de meeste broeders is er gewoon te weinig mankracht. De pachtboeren doen het beter en zijn Johannes nog goed gezind. Het kloosterbos biedt een treurige aanblik. Er zijn weer eens bomen gekapt. Van de daders natuurlijk geen spoor. Verder is het dak van het Ossenschot bij Hanetange ingezakt. Dat moet voor de winter hersteld worden. Maar door wie?



Johannes is nu tevens predikant van de Hervormde Kerk en dan is er nog het gasthuis. Er zijn nog maar een paar broeders en die zijn ook al op leeftijd. Ze mochten destijds blijven en die hielpen Johannes daar waar het kon maar er was gewoon teveel werk. Johannes had gevraagd om personeel aan te mogen nemen. Er was weerstand tegen. Men was bang dat Johannes ze de katholieke geloften zou laten afleggen. Wat een onzin. Johannes was nu toch predikant? En hadden ze hem niet zelf toestemming gegeven om te trouwen? Nou ja, uiteindelijk zullen de extra arbeiders er wel komen want het Klooster was een belangrijke schakel in de voedselvoorziening. En er was in dit ruige gebied behoefte aan veilig onderdak voor reizigers. De Staatsen konden helemaal niet zonder Klooster Ter Apel. Zijn vrouw Anna was goed voor hem. Ze was slim en hielp Johannes met het bestieren van het gasthuis en de landerijen. Al ging het wel wat langzamer allemaal, nu hun dochter Hendrikje er was. 

De priorkamer van het klooster was nu de woning van Johannes en Anna. Hij legt het hoofd achterover en sluit zijn ogen. Meteen is hij weer terug in 1587. Hij was net gekozen als abt of hij kreeg de zwaarste taak van zijn leven. Er waren een aantal vrouwen opgepakt. Ze werden beschuldigd van hekserij. Johannes moest naar de burcht te Wedde om het proces te leiden. Wat wist hij nou van heksen? Maar hij was een vooraanstaand vertegenwoordiger van de kerk en hij had er maar te zijn. Wie anders dan een priester kon weten wat de duivel allemaal uitspookt? Hij kon sindsdien nauwelijks een nacht doorslapen. Steevast werd hij wakker van het gegil en gekrijs van de vrouwen. De beul van Farmsum had zichtbaar plezier in zijn werk.

Plotseling werd de deur van de priorkamer opengegooid. Twee naakte vrouwen stormden naar binnen. Ze zagen er vreselijk uit, overal wonden en brandplekken en besmeurd met hun eigen vuil. Ze gilden het uit: „Johannes! Johannes! Red ons!“ Vlak daarachter kwam de beul binnen, zijn lederen hoofdkap hing in zijn nek. Zijn gezicht nat van het zweet. In zijn hand hield hij een roodgloeiende pook waarmee hij in de richting van de vrouwen prikte. „Kom hier, ik zal jullie je heksenwerk afleren!“ Met drie grote stappen stond hij bij Johannes. Hij hief zijn pook omhoog om uit te halen en met zijn andere hand greep hij Johannes bij de keel. „Voor jou is er ook een brandstapel....!“ Johannes schreeuwde het uit. Hij schopte met zijn benen en maaide met zijn armen.

 „Johannes! Johannes wordt wakker.....“, het was Anna. Haar koele hand op zijn wang, Hendrikje nestelde zich op zijn schoot. “Waren de vrouwen weer op visite?“ „Ja, de beul kwam ook weer eens langs....“, zuchtte Johannes. „Er is bezoek voor je.....“ zei Anna. Twee heren uit Groningen zaten in de refter. Anna had ze voorzien van eten en drinken. De broeders hadden de paarden uitgespannen en het rijtuig stond al in de schuur. Ze zouden 1 nacht overblijven en morgenvroeg zouden ze weer vertrekken richting Groningen. Johannes fatsoeneerde zijn uiterlijk zo goed en zo kwaad als mogelijk en begaf zich naar de refter. Hij heette de heren welkom en schoof bij ze aan. Anna bracht een kruik bier. „Goed nieuws Johannes!“ zei de oudste en hoogste in rang. „Je kunt werkvolk aannemen. Je geeft ze kost en inwoning en een paar stuivers loon. Maar let op! Het tiendengeld blijft. Je haalt het maar uit de extra opbrengst die ze je zullen opleveren. En nog wat; we willen morgen een vat bier en 2 zak meel op de wagen. En flink vol Johannes! Geen aangebroken rommel. Het zou jammer zijn als de wintervoorraad hooi in brand vliegt. Begrijpen we elkaar.....?“ Johannes knikte gedwee. Ook Anna hield haar mond. Zij zou vannacht met Hendrikje bij de dienstmeiden op zolder slapen, in een kamertje achter de ziekenzaal. Daar waren ze veilig. De Groningers zouden vanavond dronken worden en schreeuwen om meer bier.

   

dinsdag 26 november 2024

Hinkelen in Düsseldorf

 

Brood bestaat uit meel en water en een beetje gist en nog minder zout. Meer is het eigenlijk niet. Je kunt er van alles doorheen gooien en in allerlei vormen kneden maar de basis is vrij simpel. Iedereen kan het en miljoenen bakkers doen het elke dag maar weer.

 







We gingen een weekend weg. De keuze viel op Düsseldorf. Dan konden we meteen de kerstmarkten bekijken. Honderden kraampjes met kerstversieringen, gepofte kastanjes, gebakken champignons. Een complete ijsbaan met schaatsenverhuur. Een groot tijdelijk houten café in twee bouwlagen. Glühwein, bier, braadworst en zingende rendieren. Ik neem aan dat de kerstmarkt er in 2025 net zo uit ziet.

Een wandeling langs de Königsallee mag natuurlijk niet ontbreken. Luxe etalages met dure Italiaanse kleren, tassen en horloges. Er stonden bewakers bij de deur en er stond een rij toeristen voor. Je kon aan de mensen zien dat ze daar nooit iets zouden kopen maar kennelijk moet je een keer in zo'n winkel zijn geweest. We kwamen langs een grote glazen pui met daarin 1 auto. Hij was groot en zwart. Het merk weet ik niet. Ik las op een klein bordje iets van American Design of zoiets. Er stond een dame achter het raam aan een lessenaar met een telefoon er op naar buiten te kijken. Ik keek naar haar met mijn jas van de Welkoop en mijn muts van de Hema. Geen prospect, moet ze gedacht hebben.

Even verder zag ik een soort horecagelegenheid helemaal in het roze. Ook het personeel was in het roze. Wat ze verkochten weet ik niet. Ik gok op roze koeken met roze ranja. Gasten waren er niet te bekennen. Door zo’n overdekte winkelpassage zijn we ook eens gelopen. Daar was een winkel met allemaal witte potjes en tubes. In de deuropening stonden twee mannen met aangebroken potjes zalf in de hand die ons naar binnen wilden lokken. Strakke lijven, getrimd hoofd- en gezichtshaar. Trendy kleertjes aan. Er waren wel duizend zalfjes om je gezicht mee in te smeren. Of ze onze gezichten mochten insmeren met iets. Dat mocht niet. Echtgenote liep alvast door. „Maar wat smeert ù dan op uw gezicht?“ vroegen ze mij geschokt. „Niks“, zei ik naar waarheid. Die blikken van die kerels! „O jeetje....!“ riepen ze uit. De ene rolde met zijn ogen en de andere wapperde met zijn hand voor zijn gezicht.

Gelukkig zijn er nog genoeg buurten voor gewone mensen zoals wij. Daar vonden we ons vertrouwde kroegje waar ze Killepitsch verkopen. Een kruidenlikeur. We zijn er jaren geleden ook eens geweest. Een oeroud interieur. In de pui zit een klein glazen luikje waar je een borreltje kan kopen. En we kwamen langs een bakkerswinkel. Daar zijn er wel meer van. Op deze stond met grote letters Hinkel. We hadden ergens gelezen dat men bij een bezoek aan Düsseldorf bakkerij Hinkel niet mocht overslaan. Er stond een lange rij mensen voor alsof het de enige bakkerij in Duitsland betrof.

Op onze hotelkamer was er chips, borrelnootjes, bier en wijn. Televisie aan, pantoffeltjes aan en de beentjes omhoog. Ruim twaalfduizend stappen op de teller. En `s morgens waren er frische Brötchen bij het ontbijt. Of ze van Hinkel waren weet ik niet.

dinsdag 29 oktober 2024

Massey Ferguson

Trots op de trekker. Van een jongen die geen boer werd.









Ik heb een oefening voor jullie. Het gaat als volgt: ga rechtop staan, duw de heupen een klein beetje naar voren, de handen in de zakken, trek je hoofd een beetje naar achter, hierdoor zakt je kin een beetje op de borst. Trek dan ook je schouders iets naar achteren, niet teveel want dan raak je uit model. Frons je wenkbrauwen licht, probeer tegelijkertijd niet te streng of bozig te kijken maar met een nauwelijks waarneembare glimlach, desnoods met één mondhoek. Wat je wil uitstralen is zelfbewustzijn en trots. Spreek dan de volgende zin uit: „Massey Ferguson. 120 pk.“ Beetje monotoon, niet te zangerig en vooral niet te hoog. Het moet klinken alsof het voor jouw de gewoonste zaak van de wereld is maar toch diep van binnen flink trots. Niet iedereen heeft een Massey Ferguson met 120 pk maar jij wel. Dit moet je een paar keer oefenen voor je in de juiste stemming bent en je de zin met zelfvertrouwen kan uitspreken: „Massey Ferguson. 120 pk.“ Nog maar eens: „Massey Ferguson. 120 pk.“  Voel je het?

Ontspan maar weer even. Nu doen we wat anders. Ga in een gemakkelijke stoel zitten. Niet lui achterover maar een beetje rechtop, met de rug los van de leuning. Houdt je knieën tegen elkaar. Vouw je handen licht, de ene hand in de andere en leg ze op je knieën. Duw je schouders naar voren. Je voelt meteen wat je uitstraalt: verlegenheid, bescheidenheid. Spreek dan de volgende zin uit: „Kubota. 78 Kw.“ Zeg het wat langzaam, bedachtzaam. Beetje hoge stem maar niet overdreven met je kopstem. Beetje zangerig mag wel. Maak de a van Kubota een heel klein beetje langer. Maak ook de w van Kw wat langer. „Kubotaa. 78 Kawee.“ De toon wordt aan het eind van de woorden wat lager. „Kubotaa. 78 Kawee.“ Voel je het verschil?

Echtgenote en ik reden laatst in de namiddag van het oppassen terug naar huis. De radio stond op Radio Noord. Waar je Groningen hoort. Gedurende enige tijd kwam steeds de volgende zin voorbij: „Op de Massey Ferguson, ik wol dat ik die rieden kon, deur de braggel en de stront, Massey Ferguson.“ Het deuntje en het stukje tekst beten zich in mijn schedel vast als een teek in je knieholte. Het schuurde, wrong, vloekte. Iets klopt er niet aan dat liedje. Het heeft een grote irritatiefactor. Maar wat is het? Waar gaat het mis?

Thuis aangekomen ging ik Googelen. Ik wilde er meer van weten. Ik speelde het liedje een paar keer af. Op zich niks mis mee, de artiest kiest zijn onderwerp en de luisteraar mag er iets van vinden. Zo gaat dat nou eenmaal. Maar deze bleef hangen. Ik kwam er niet af. De volgende dag, ik zat rustig met mijn trein te spelen, schoot het me te binnen. Het eerste wat bij me opkwam was dat de schrijver geluk had dat het een Massey Ferguson betrof. Niet alleen vanwege die 5 lettergrepen die in dit geval makkelijk in de melodie waren te gieten. Ook vanwege de naam. Ik bedoel maar, het had ook een Fendt, Case of Claas kunnen zijn. Zo’n liedje krijgt dan meteen een heel andere klank. Maar dat is niet wat mij stoort. Het tweede wat bij me opkwam was de manier waarop het gezongen wordt. Aan de ene kant heb je de jongen van 7 jaar oud die, zittend op de trekker, graag boer wil worden. Wat een machtig gevoel moet dat zijn voor zo’n kind, dat grote stuur in je knuisten en die onmetelijk lange motorkap voor je. En je ziet de voorwielen zich moeiteloos een spoor vreten door de blubber. Ik kan me dat goed voorstellen. Het is de Massey Ferguson boer van de eerste oefening. Aan de andere kant heb je de man van nu, die zich dit tafereel herinnert en er een liedje over schrijft. Wellicht in een wat weemoedige bui? Kan ik me ook goed voorstellen. Dat is de Kubota boer uit de tweede oefening. En dat is precies waar het wringt. De trots van de Massey Ferguson boer bezongen op de Kubota manier.

maandag 14 oktober 2024

Bobbi en Jezus 

Het begon met het optreden van Mooi Wark op het Vroug Thuus Festival 2024 te Ter Apel. In de nabespreking vond ik het op Normaal lijken en via Normaal kwamen we op Jovink en de Voederbietels en via de Voederbietels kwamen we op Bökkers. Ik wist niet wie of wat Bökkers is maar ik begreep dat deze band een song had met als titel Jezus. Daar moest ik het mijne van horen want als ik Jezus hoor word ik nieuwsgierig. YouTube verschafte me die mogelijkheid. Het gaat over een jongeman wiens vriendin van hem vervreemdt omdat ze meer en meer in de ban raakt van Jezus. Ik meende de melodie te herkennen maar heb tot op heden niet ontdekt welk nummer dat dan zou kunnen zijn. Misschien dat jullie even kunnen gaan luisteren. Ik hoor het graag.


Het Vroug Thuus Festival was wederom zeer gezellig. Ik heb me echter met de muziek nauwelijks bemoeid, ik had het veel te druk met kletsen met oude bekenden. Oud in jaren en oud in ’van lang geleden’. Natuurlijk mocht ik met Hannah Mae. Hannah komt uit Nieuw Weerdinge en dat schept een band. Mooi dat ze het Vroug Thuus Festival wilde aandoen. Na enige tijd ging ik zogenaamd bier halen om niet meer terug te keren in de dampende moshpit van 15 jarigen die flauw vielen omdat ze de hand van Hannah hadden aangeraakt. Daarna kwam Mooi Wark. Nou ja, weet je, ik heb nou eenmaal niet zo heel veel met grote groepen mensen die dicht bij elkaar staan. Het lawaai doet me zeer aan de oren en de dreun van de bassen brengt mijn hartslag van slag. Het is net reanimeren van iemand die nog gewoon binnenwesten is en rechtop staat. Kortom, ik heb een rustig plekje opgezocht om het spektakel van veilige afstand te kunnen volgen.

Afijn, de clip van Bökkers‘ Jezus is het bekijken waard, voormalig pornoactrice Bobbi Eden speelt de vrouwelijke rol. Ik wist niet wie Bobbi Eden is dus dat moest ik ook eerst googlen. Het nummer is uit in 2014. En 10 jaar is in de digitale wereld een eeuwigheid. Wat ik vond was een recensie welke destijds is verschenen op de website Katholiek.nl. Een hoop commotie voor wie dat wil, voor de wat ruimer denkenden onder ons is het gekrakeel om niks. Het mannen-instituut kerk heeft nogal wat gevoelige plekjes en Bobbi is toevallig een ster in het vinden van gevoelige plekjes bij mannen. Daar zal het wel mee te maken hebben.

 

 

zondag 29 september 2024

 Vroegpensioen


Wij woonden vroeger aan een laan met statige bomen. Achter ons huis lag een bos. Daar speelden wij vaak cowboys en indianen en die zitten doorgaans rond een kampvuur. Dat wisten wij van cowboyfilms. Dus een kampvuur moest er komen. Op kampvuren in een droog bos wordt door volwassenen vaak wat afkeurend gereageerd. Zo kon het gebeuren dat toen wij thuis kwamen moeder op barse toon vroeg of wij soms vuurtje hadden gestookt in het bos. Natuurlijk ontkenden wij dat in alle toonaarden en dat was voor moeder een sterke aanwijzing dat haar vermoeden juist was. Hier moest ik aan denken toen ik De Oude Weg editie 211 las.


Als ik dit schrijf is het 19 juli 2024, vlak voor mijn prepensioen. Mijn eerste klus vandaag was het vervangen van een dakventilator. Hiervoor had ik de hulp ingeroepen van een jongere collega. Sterker, leniger en sneller dan ik. Mijn taak bestond voornamelijk uit wat laatste tips en trucks en even kijken of alle draadjes aan het juiste klemmetje zitten. Dat was natuurlijk het geval, hij weet het allemaal al lang. Na de dakventilator gaat hij zijns weegs en ik ga verder alleen op pad.

Hoewel mij is verzekerd dat mijn kennis en ervaring zeer gemist zullen worden weet ik dat er straks geen vragen zullen komen en dat na twee weken mijn naam niet meer genoemd wordt. Ik heb dat gezien bij het vertrek van vroegere collega’s; dat we tegen elkaar zeiden: ‘Oh jee, hoe gaan we dat gat opvullen?’ Nou, dat gaat vanzelf, en snel ook. Niemand is onmisbaar en zo hoort het ook te zijn. Ik ben de laatste weken veel met collega’s op pad. Jongens die net begonnen zijn, of nog niet weten of ze wel zullen beginnen en jongens die menen nog een laatste kunstje van mij te kunnen leren. Maar vandaag dus weer even een dagje alleen, zoals vroeger. Storingen rijden. Of ‘bonnetjesdag’ in jargon. Van hot naar haar over weggetjes waar je nooit langs komt naar plekken waar je nooit eerder was. Ik besef dat dit mijn laatste dag alleen is. De planning tot de afscheidsreceptie is gevuld met klussen voor 2 man. Ook leuk, maar ik werk nou eenmaal liever alleen.

Ik heb geen spijt van mijn vroegpensioen. Sterker nog, ik kijk er naar uit en de laatste drie maanden duurden langer dan de twaalf jaar hiervoor. Echt de laatste loodjes. En toch, nu ik dit schrijf op een mooi plekje langs een mooi Drents weggetje met een kopje koffie uit de thermosfles, daalt het besef neer. Dit ga ik nooit meer meemaken. Misschien een titel voor een boek: “De vierenzestigjarige man die uit zijn werkbus klom en verdween”. Maar ik heb helemaal geen tijd om een boek te schrijven, hobby’s en interesses en nuttige werkjes in overvloed. Ik verheug me op de zondagavonden, als het voorbije weekend gewoon nog vijf dagen langer duurt, en op de winter, als het rotweer is en ik niet in alle vroegte de deur uit hoef. Tenminste, dat stel ik me zo voor. En mocht ik toch spijt krijgen van mijn vroegpensioen dan solliciteer ik gewoon als conciërge bij Aurelia Onderwijs, locatie Ter Apel……. Nee hoor, geintje.

zondag 19 april 2020

Poters


We hebben een grote tuin. Ruim 1400 vierkante meter. Gelukkig staat ons huis er ook op, dat scheelt. Verder is er veel straatwerk, vooral van toen ik nog marktkoopman was. Eigenlijk had ik beter een markt op mijn eigen plein kunnen organiseren, dat had een hoop kilometers gescheeld. Verder is er veel gras waar elk jaar 60 kilo kalk op gaat tegen mos. En naast ons huis, aan de straatkant, hebben wij een siertuin. Oorspronkelijk lag er gras, toen wij er kwamen wonen heeft een kennis van mijn schoonvader zaliger er een heleboel struiken en bomen in gepoot en dat zag er aanvankelijk niet slecht uit, maar gaandeweg maakte moeder natuur er steeds meer een puinhoop van. Er werd wel eens een kleine hint uitgedeeld. Zo van “Elke tuin heeft onderhoud nodig….”. Mwoa, het zal wel. Soms groeide er een mooi plantje en dat werd elk jaar groter en verscheen op meer plekken en ik vond dat een bonus van moeder natuur. Gratis bodembedekkers. Maar mensen die er voor hebben doorgeleerd wisten te vertellen dat dat leuke plantje onkruid is. Dat heb ik nooit begrepen. Noem het plantje dan geen onkruid maar geef er een welluidende naam aan en het probleem is over. Maar zo werkt het niet. 



Vorig jaar, of twee jaar geleden, kwam er tegenover ons, aan de overkant van het kanaal, een tuinman wonen. Hovenier heet zo iemand tegenwoordig. Een echte, met machines en gereedschap en aanhangers en wat dies meer zij. En die heeft er ook voor doorgeleerd. Dus het jonge gezin had de gordijntjes nog maar koud voor de ramen of ik stak de brug over en klopte op het keukenraam. De deur ging open en ik kreeg koffie. Gevulde koek ook nog. Na enige tijd wees ik op de groene hel naast ons huis en vroeg: “Kun jij daar wat mee?”. Nou, dat kon hij wel. Ik heb wel bedongen dat er een flinke portie steen in het ontwerp moest zitten want ik had al zo’n donkerbruin vermoeden dat een onderhoudsvrije tuin een illusie is. Afijn, er kwam een plan en een offerte en we zeiden ‘Ja’. Dus nu heeft de groene hel plaats gemaakt voor een echte siertuin. Onder architectuur aangelegd. Echtgenote en ik beloofden elkaar plechtig dat we moeder natuur ernstig aan banden zouden leggen en tot nog toe lukt ons dat aardig.

Dan lopen we even naar de achtertuin. Of achterplein, wat je wil. Daar had ik jaren geleden al eens twee vakken van 25 vierkante meter klinkers uit gehaald, het gele zand afgegraven en een vrachtwagen zwart zand laten aanrukken. Maar ook van die twee vakken maakte moeder natuur een gruwelijke puinzooi. Moeder natuur is helemaal niet zo aardig als iedereen wel zegt. In het linker deel plantte ik twee berken. Opslag uit andere delen van ons perceel. Die opslag is nu uitgegroeid tot twee serieuze bomen. Ik heb er zelfs al eens wat takken afgezaagd want het werd een heel bosperceel. Verder groeit daar niet veel want die bomen slurpen al het water op. Na de droge zomer van vorig jaar is het een soort woestijn geworden met twee berken er op. Daar heeft moeder natuur dan weer niet van terug, van droogte. Op het andere vlak deden wij ons best om er iets van te maken maar het bleef aanmodderen. Echtgenote had wel eens iets gezegd over ‘een kasje of zoiets, tomaatjes en zo’. Op internet zocht ik een bouwplan want zo’n ding kopen was me te duur. Was leuk om te doen. Ik had een paar flinke stukken Trespa platen liggen. Van een reclamebord boven een winkel. Na jaren van bewaren zei de eigenaar: “doe er maar wat mee”. Daar maakte ik grote bakken van zodat we niet op onze knieën door de kas hoefden te kruipen. Zaaibedden op 70 cm hoogte. Het is warm en vochtig in de kas en dat was precies de bedoeling. Ik kocht een tomatenplant en een paprikaplant. De tomaat mocht niet in de zaaibak want die is familie van de aardappel en als je dan volgend jaar daar weer een tomaat plant dan krijg je enge ziektes. Stengelrot, groentepest, wortelsnot en vruchtmaleur. Ik begreep er maar weinig van. Gelukkig mocht ik de tomaat wel in een grote pot planten en die in het zaaibed ingraven. Als ik dan het zand uit die pot in het najaar weggooi gaat het goed. Goede raad was gratis dit keer dus dan ben je wel gek als je het advies niet opvolgt.

De overige 14 vierkante meter was echter nog steeds een puinhoop. Met name omdat we niet wisten wat plant was en wat onkruid. Af en toe spitte ik de hele bups om en dan was het afwachten wat er weer op kwam. Soms kregen we ergens een stek van iets en dat kwam er ook in. Maar het jaar daarop wisten we niet meer wat de stek was of het kwam boven op plekken waar we het niet gepoot hadden. Magisch. Toen opperde ik om het stuk direct naast de kas rigoureus van alle groene rotzooi te ontdoen en er aardappels in te poten. Dan weet je in ieder geval zeker dat alles wat geen aardappel is er uit moet en dan houden we na het aardappelseizoen een stuk grond over waar we wat mee kunnen. Een vriend, die van die Trespa platen, is ook een echte groenteman en die stopt elk jaar van alles in de grond en dan kom je na een paar weken kijken en dan zijn staat er een paradijstuin te pronken waar Adam en Eva jaloers op zouden zijn geweest. En je kunt alles op eten, ook de appels. 

Dat wil ik nu dus ook. Dus ik toog eergisteren naar de plaatselijke kweker en vroeg om poters. Die waren al twee weken op. Heb ik weer dacht ik. Maar hij zei dat er in de Mussel nog wel wat te krijgen was. Daar koop ik ook altijd mijn kalk en kunstmest voor op het gras. En nu dus ook pootaardappelen. Ik wordt nog eens een echte boer. Men verwees me naar een aparte afdeling in de loods en daar stonden zoveel aardappels dat heel Polen er een jaar van kan eten. Ik heb me nooit gerealiseerd dat er zoveel soorten aardappels zijn. Zou je het verschil kunnen proeven? Vast wel. Ik vroeg aan een voorbijvliegende heftruck welke ik moest hebben. Wil je vroege of late vroeg hij. Doe maar iets er tussen in meende ik, wist ik veel. Als ze maar zorgen dat de bodem met groen bedekt wordt. Maar aardappels zijn tevens om op te eten dus ze moesten ook lekker zijn. Er stond nog een flinke stapel Lekkerlanders. Die zijn kennelijk wat incourant want er waren er nog een heleboel van. Maar als je Lekkerlander heet dan zal je wel om op te vreten zijn vermoedde ik dus die nam ik. Vier rijtjes van zeven poters pasten precies op mijn aangeharkte kavel naast de kas leerde ik van het internet. Dus ik kocht er dertig. En geloof het of niet, ik hield er twee over. Die laatste twee liggen nu naast het rijtje stokrozen te wachten op de dingen die komen gaan. Stokpoters noem ik ze liefkozend.

zaterdag 22 februari 2020

55 jaar carnaval op Ter Apel


 
Op 22 februari 2012 schreef ik het volgende stukje:
Aan het eind van dat verhaaltje zag ik mezelf staan, dik 20 jaar later, langs de optocht terwijl een Kloosterwieker met een emmertje langs komt. 


Maar het liep anders. Het is nog maar februari 2020 en inmiddels is Abraham voor mij een schim uit het verleden. Ik sta met mijn rug geleund tegen een hek een broodje hamburger naar binnen te werken. Alleen. Koud half zeven. Vrouw en kinderen zijn al naar huis. Ik was op zoek naar oude bekenden. Twee of drie gezien. Oud waren ze inderdaad. Rivella en Cola, dat spul.  Zojuist de laatste ridder overhandigd aan zijn chauffeur. Zal wel een zoon zijn geweest, of een ander familiestuk. Er loopt een jonge vent voorbij in jacquet met steek. Vers van de tiet. Het schiet me eventjes door het hoofd dat de jeugd van tegenwoordig zich nu zelfs al verkleed als Kloosterwieker als ik besef dat het een echte is. Zo jong? Zag ik er vroeger ook zo uit toen ik Kloosterwieker werd? Of halen ze tegenwoordig hun jonge aanwas rechtstreeks uit de brugklas?

Dan besef ik dat het niet aan hem ligt maar aan mij. De jongen moet zich hebben verbaasd. Met Carnaval kom je de gekste dingen tegen hebben zijn meer ervaren kornuiten hem verteld. Nou, dat blijkt. Een oude aangeschoten vent met een broodje hamburger. Het moet toch godverdomme niet veel gekker worden. Toen ik vroeger zo’n figuur tegen een hek zag leunen dacht ik bij mezelf: moet je dat zien. Weet zijn vrouw dat hij hier is? Moet iemand hem niet naar huis brengen? En nu sta ik er zelf. Ik kom in beweging. De tent in. Vroeger kwam je dan een buslading verse oude bekenden tegen en ging het feest gewoon verder. Nu kijk ik in een zwart lawaaierig gat. Ik krijg meewarige blikken. Iemand groet me beleefd. Vast een kind van iemand die ik behoor te kennen maar wiens naam en context me compleet ontgaan. Ik draai me om. Aan de overkant van het patatplein is nog een tent. Het heet de Black Jack-tent. Ik zie mannen met uniformen, Kloosterwiekers, gele hesjes. Ik loop er langs. Ik kijk alweer de duisternis in. Ik zie twee gezichten. Oh ja, die. Zij hier? Dat moeten zij ook gedacht hebben: Albert hier nog? Alleen? Achter mij hoor ik mensen praten. Ik draai me om. Mensen laten hun toegangsbewijs zien aan de uniformen en de gele hesjes. Dat hebben ze mij niet gevraagd: ‘Meneer, mag ik uw toegangsbewijs?’ Ze moeten mijn lege verdwaasde blik hebben herkend. Een oude vent die nog even denkt dat hij 30 is. Die gaat zo vanzelf wel weer weg hebben ze gedacht toen ze me vertederd negeerden. Ze krijgen gelijk.

Het wordt zo langzamerhand een gênante vertoning. Ik ga naar huis. Ik hoor hier niet. Ik hoor hier niet meer kan ik beter zeggen. Ik ben op de verkeerde plek in andermans tijd. Een relikwie uit mijn eigen jeugd. Bij de toegangspoort staan Kloosterwiekers. Dat moesten wij vroeger ook. Bij de poort staan. Opletten, orde bewaren, laten zien dat we er zijn en de boel in de gaten houden. Ik loop er langs. Ik herken hem. Eentje uit mijn lichting. Hij zal iets jonger zijn dan ik schat ik. Hij herkent mij ook natuurlijk. Ik zeg: ‘Goh, sta jij hier nou nog?’ Hij kijkt me aan. Ik zie het aan zijn ogen. Hij meent het uit de grond van zijn hart als hij zegt: ‘Pfff, ik heb hier zooo géén zin in…..’. Hij wil naar huis en dat snap ik heel goed. Maar ja. Kloosterwiekers never die, they just fade away…… Ik niet, ik stapte jaren terug al uit het gilde. Nu ben ik gewoon een burger. Een oude man alleen die tegen een hek leunt met een broodje hamburger. Pathetisch. Een verdomd treurige vertoning.

zondag 9 februari 2020

Russells Teapot





Een vriend stuurde me deze plaatjes van een bladzijde uit een scheurkalender. Of ik bekend ben met de stelling van Bertrand Russell. Ja, Russells Teapot is mij bekend. Ik zou bijna zeggen: is mij ‘natuurlijk’ bekend want Russell  is zo ongeveer het eerste wat een beginnend atheïst op zijn of haar zoektocht naar religieuze vrijheid tegenkomt. Over Vanno Jobse moest ik even nadenken. Vanno heeft er een probleem mee dat Russell “het verschil tussen een gelovige en een atheïst reduceert tot een meningsverschil over het bestaan van God.” Ik ben het daar echter volkomen mee eens want in wezen is dat inderdaad de kern van het verhaal. En dat bevestigd Vanno zelf, vermoedelijk onbedoeld, in zijn volgende zin namelijk “de waarheid van een religieuze overtuiging is een subjectieve ervaring, die niet objectief kan worden bewezen.” En daarmee slaat hij de spijker op zijn kop. Waarom zou je dan van een atheïst verlangen dat hij bewijst dat God niet bestaat? Het is immers een subjectieve ervaring? Vervolgens stelt Vanno dat Russell zou stellen dat er alleen bewijslast rust op positieve beweringen en dat wil hij aantonen door het woord “God” te vervangen door “Bertrand Russell”. Dat is een knap staaltje apologetiek: het veranderen van de spelregels gedurende het spel. Het bestaan van Bertrand Russell is namelijk geen subjectieve ervaring, tenzij Vanno wil beweren dat Bertrand nooit bestaan heeft: “Je kan wel beweren dat Bertrand Russell een Britse filosoof was die leefde van 1872 tot 1970 maar bewijs dat maar eens, Bertrand Russell is een subjectieve ervaring!” Ik geloof en hoop dat zelfs Vanno Jobse deze stelling niet aandurft. Hij reduceert echter met deze vergelijking God tot een persoon met een inschrijving in een geboorteregister. Dus kom ik met de volgende uitdaging voor Vanno: toon mij het uittreksel uit het geboorteregister van God en ik ben overtuigd.

zaterdag 11 januari 2020

Het groene goud.

Biomassa is het groene goud. Het toverwoord voor alles wat er mis is in de wereld. Staatsbosbeheer loopt er zowat op binnen. De overheid heeft miljarden euro’s aan subsidie gepompt in biocentrales. De smoes hier achter is dat het verbranden van snoeiafval co2 neutraal is. Dat zit zo: kolen en olie zit al miljarden jaren in de grond en als je het naar boven haalt en verbrandt dan komt er co2 vrij en dat is slecht. Olie en kolen zijn niets meer of minder dan biomassa. Bloemen verwelken, rozen vergaan, maar als olie en kolen blijven ze altijd bestaan. Snoeiafval groeit een paar jaar in je tuin en als je dat verbrand komt er ook co2 vrij maar dat geeft niks. Dus als ik een palletkachel zou kopen dien ik een goed doel.





Ik weet niet of er iemand bij mij in de buurt woont met een longaandoening maar mocht u zich aangesproken voelen: ik heb geen palletkachel, geen open haard en geen brandton in de tuin. Ik heb wel een houtkacheltje in mijn tuinhuisje maar die brandt maar 1 keer per jaar, bij het oliebollen bakken. Vergeef het me alstublieft. Maar als u de komende tijd toch overlast van mij meent te ervaren weet dan dat dit op verzoek is van uw eigen overheid. Want tot een paar weken geleden bracht ik mijn snoeiafval altijd braaf naar Stortplaats Renewi te Ter Apel, voorheen Gansewinkel. Beter bekend onder de oude naam, Wolter Potze. “Even een karretje rommel naar Wolter Potze brengen….”, u kent dat wel. Wolter Potze was vroeger een lokaal bedrijf wat de afvalverwerking voor de gemeente Vlagtwedde organiseerde. Maar lokale ondernemers zijn uit, tegenwoordig moet je dingen ‘centraal’ regelen. Door dingen centraal te regelen gaat de service omlaag en gaan de kosten omhoog en dat vinden bestuurders fijn. Zo, nu weet u meteen hoe ik er in sta.

Voor mijn twee aanhangertjes snoeiafval was ik altijd 5 euro per karretje kwijt wat ik met een verliefde blik overhandigde aan de lieftallige schoonheid achter haar loket op de stortplaats. Het trotse Gansewinkel pronkte op de blauwe bodywarmers. Telkens als ik een karretje rotzooi wegbracht dacht ik dankbaar: ‘Dat heeft Vlagtwedde toch maar mooi voor me geregeld’. Totdat vertroebelde geesten betoverd raakten door het toverwoord ’fusie’. Calimero Vlagtwedde met geld genoeg moest fuseren met Calimero Bellingwedde met artikel 12. Ik had nooit gedacht dat toenmalig minister dit idee zou goedkeuren maar ik had ongelijk. De rest is geschiedenis. In al haar wijsheid heeft de gemeente Westerwolde nu bedacht dat het storten van een kuub snoeiafval 20 euro moet kosten. Dus in plaats van een tientje per jaar ben ik nu 40 euro kwijt (2 karretjes van 1 kuub), en als ik pech heb en de dienstdoende stortplaatsmedewerker vind na een doorwaakte nacht in de kroeg dat mijn aanhanger twee kuub bevat, 80 euro. En ik kan daar niets tegen doen want hij heeft een oranje hesje aan. Dus. En als het me niet bevalt neem ik de rommel maar weer mee naar huis. Lekker puh. Omdat ik altijd de slechte kanten van een beslissing zie (een van mijn goede eigenschappen want goedgelovigheid is des duivels oorkussen) denk ik nu dus dat deze tariefstijging van 400 tot 800% (afhankelijk van het humeur van het oranje hesje) bedoeld is om de kosten van de vorming van de nieuwe gemeente Westerwolde terug te verdienen. Daarmee is mijn weerzin tegen de fusie bevestigd: de burgers van Vlagtwedde gaan bloeden voor de failliete boedel van Bellingwedde. Gedane zaken nemen geen keer en het leven gaat door en men moet niet omzien in wrok. Maar toch.

Ik ben niet arm. Tachtig euro per jaar overleef ik wel. Maar nu ga ik dus uit pure gramieterigheid in elke hoek van de tuin een zitje maken met een tuinhaard en op warme zomeravonden stook ik al die kacheltjes roodgloeiend op. Niet om mijn buren te pesten, maar puur uit lijfsbehoud. Het hemd is toch nader dan de rok. En we moeten allemaal offers brengen, ook als ze gemakkelijk vermijdbaar waren geweest maar toch doorgedrukt worden omdat bestuurders dat nodig vinden. En in de herfst gooi ik mijn snoeisels stiekem tussen de herfstbladeren op de herfstbladerenbult en dan haalt de gemeente ze lekker toch weer gratis op. Lekker puh. Of ik vraag een tweede en een derde groene container aan. En wat ik dan nog over heb flikker ik in het donker in het bos. Dat zal ze leren. Of nee, wacht, alle tuineigenaren kopen voor honderden euro’s een hakselaar op benzine en trappen de snippers in de kliko. Geweldig. In plaats van een file aanhangertjes voor de stortplaats hoor je straks in heel Westerwolde elke zaterdag de herrie van de hakselaars. Stel dat 1000 inwoners van Westerwolde nu een hakselaar kopen van 400 euro en gooien de snippers in de groene container. Dan is er door slechts 1000 burgers al 400.000 euro voor Jan Lul geïnvesteerd op last van de mensen die graag herkozen willen worden. En dit terwijl in mei 2019 de gemeenteraad van Westerwolde ondanks een eerdere motie van treurnis toch instemde met de plannen van wethouder Brunen om de burgers niet op te zadelen met een kostenpost van 500.000 euro. (Bron: DvhN) Nu betalen diezelfde burgers minimaal 400% meer voor het storten van tuinafval. Geweldig jongens, goed gedaan.

dinsdag 24 december 2019

Zoals de ouden zongen.......


VVD-tweede kamerlid Judith Tielen kwam begin september j.l. met een plan om ouders die hun kinderen niet opvoeden te korten op de kinderbijslag. Natuurlijk stort heel Nederland zich scheldend op het arme kind. Het wordt een nieuw, mal en onhaalbaar plan genoemd, een proefballonnetje wat het goed doet bij de achterban.

Maar dit idee is al zo oud als de weg naar Rome. In oktober 2007 wilde toenmalig wethouder van Amsterdam, huidige PvdA voorman Lodewijk Asscher, dit ook al. Er was toen zelfs een meerderheid voor in de Tweede Kamer. VVD, CDA en PvdA waren alle drie voor. September 2008  komen ministers Ernst Hirsch Ballin van Justitie en André Rouvoet voor Jeugd en Gezin met een wetsvoorstel. Dus al ruim tien jaar lang vind de Tweede Kamer dit een goed plan maar er komt helemaal niets van terecht. Het zal ermee te maken hebben dat de praktische uitvoerbaarheid lastig is. Nog niet eens de vraag wie dit dan moet bepalen. Ik zou het best willen doen bijvoorbeeld maar ze zullen het mij wel niet vragen. Sterker nog, iedereen kan dit en doet het ook al. Iedereen weet wel waar de zwakke broeders in de wijk of straat wonen en iedereen heeft wel eens gedacht: daar heb je weer zo’n aso. Iedereen kan een tokkie aanwijzen als je hem of haar tegenkomt maar wie spreekt ze ook aan?

Bijkomend probleem is dat je niet weet wanneer wangedrag aan de opvoeding ligt of dat het gewoon een rotkind is. En slecht gedrag is ook al niet gebonden aan bijvoorbeeld een lagere sociale klasse. Tenzij je de ouders van Vindicatters ook tot die groep wil rekenen. Ook kunnen de meest welopgevoede kinderen soms de meest stomme dingen doen. Om nog maar te zwijgen van kinderen met een psychische stoornis. Het grootste probleem is dat er geen systeem is waarmee opvoedingsfouten van burgers kan worden opgespoord. Buurtnetwerken, maatschappelijk werkers, buurtcoaches, wijkagenten en jongerenwerkers weten waar in de wijk de rotte appels zitten. Maar als de buurtcoach zo’n rotte appel plukt is hij of zij meteen het vertrouwen en respect van de bevolking kwijt (verrader!) en kan hij zijn werk niet meer doen. Dan zou er een aparte opvoedpolitie moeten komen die los van het buurtnetwerk de buurt in de gaten houdt. Maar dat zouden dan collega’s van de wijkagent zijn en dat gaat ongetwijfeld wringen. Dus dan komt het weer bij de rechter terecht en die is al overbelast. Iedere keer dat een ontspoorde jongere voor de (jeugd-)rechter komt moet die dus ook nog gaan bepalen of de ouders gekort kunnen worden op de kinderbijslag. Dat gaat niet werken. En, het belangrijkste van alles, op het moment dat iemand vind dat je de ouders moet straffen met een korting op de kinderbijslag ben je al te laat.

Nee, opvoedpolitie en korting op de kinderbijslag gaan het probleem niet oplossen. Het probleem is de politiek zelf. Politieke keuzes maken. Opmerkelijk dat juist een VVD-kamerlid deze keer met dit plan komt. Ik zou bijna denken dat bij haar het besef is doorgedrongen dat regeren meer behelst dan lunchen en barbecueën met het grootkapitaal. Maar schijn bedriegt. Feit is dat de overheid al decennia lang bezig is zich terug te trekken uit de samenleving. Er is bezuinigd op onderwijs, zorg, woningbouw en politie. Alles, maar dan ook echt alles, wordt uitgedrukt in geld. Het moet ‘uit’ kunnen. Ongebreideld kapitalisme. En graaien natuurlijk. Onbeheerste zelfverrijking. Dat burgers zich dan ook onbehoorlijk gaan gedragen is dan niet zo heel gek meer. Hun rolmodellen doen het immers ook allemaal. De AWBZ  is opgedoekt en overgeheveld naar de gemeenten. Met een zak geld erbij wat niet geoormerkt is. Een soort Lumpsum-financiering. En wat doet een gemeente met een zak geld? Die koopt nieuw straatmeubilair, bouwt ergens een sporthal, huurt links en rechts een adviseur is. Totdat blijkt dat men daarvan de jeugdzorg had moeten betalen. Dan wordt er bezuinigd op de WMO  en op de groenvoorziening. Dan mogen de bewoners zelf met een krabbertje het gras tussen de stoeptegels vandaan peuteren en als ze daarin slagen krijgen ze een oorkonde van de wethouder omdat ze zo fanatiek aan burgerparticipatie doen.

Wijkzuster Walstra die in de wijk woonde waar ze werkte met haar Rust, Reinheid en Regelmaat, Veldwachter Bromsnor met de lange wapenstok aan de koppelriem. De bovenmeester, de dokter en de notaris waren mensen van aanzien. Daar luisterde je naar. De geldloper van de gemeentelijke woningbouwvereniging die wekelijks de huur contant inde en tevens toezicht hield op het onderhoud aan tuin en woning. En als die zei dat je de heg wel eens mocht knippen dan wist je wat je de komende zaterdag te doen stond. Sociale controle. Het is er niet meer. Wie laat zich nog wat zeggen door een ander? Ieder op zijn eigen eiland met de gordijnen dicht. De overheid wil graag dat de burgers wat meer op elkaar gaan letten en de burgers zijn tegelijkertijd alleen met zichzelf bezig en verwachten dat de overheid het oplost. Dat gaat niet helemaal goed dus. Maar gelukkig heeft Judith Tielen er een oplossing voor: we gaan de alleenstaande bijstandsmoeder die voor haar uitkering verplicht 24 uur per week moet werken in de kringloopwinkel korten op de kinderbijslag omdat ze haar kinderen drie dagen per week een sleutel om de nek hangt als zij in de kringloopwinkel werkt.

zaterdag 14 december 2019

Tenaamstellingscode


De Ferrari gaat weg. Hij is over. Teveel. Uitgediend en afgedankt. Hij gaat stuk van het stilstaan. Ik hoef de klok niet eens bij te stellen op zomer of wintertijd. Want tegen de tijd dat ik merk dat de klok verkeerd staat is het alweer bijna zo ver. Vorig jaar liet ik er nieuwe banden onder zetten. Die hele kleine rubberen stengeltjes die altijd op nieuwe banden zitten er nu nog op, zoveel rijd ik ermee. Kortom, er is een serieuze overnamekandidaat. Niet een of andere bejaarde sok zoals ik maar een fris jong ding op weg naar een schitterende carrière. En juist die wil in mijn Wagon R+ langs ’s Heeren wegen. Heerlijk toch. Je zou het karretje bijna weggeven, zo mooi. Dingen kunnen dus ook gewoon goed gaan, zonder matig Nederlands sprekende handelaren die behalve je auto ook je laatste greintje zelfrespect meenemen, waarbij je depressief achterblijft met een vrijwaringsbewijs en het vage, misselijk makende gevoel dat je vies genaaid bent.

Maar dan komt het, het kenteken moet worden overgeschreven. Vroeger moest je op een doordeweekse dag naar het postkantoor. Oudere lezers hier weten nog wel wat een postkantoor is. Elk postkantoor had een balie met loketten. Elk loket had een eigen functie. Stond je met je draagtas vol met papieren over de auto en de verzekering een uur in de rij bleek je voor het verkeerde loket te staan wachten. Kon je overnieuw beginnen. Was je eindelijk aan de beurt zag je gewoon diezelfde postbode  van dat eerste loket tegenover je. Die was dan gewoon even van stoel gewisseld. Kafka? Nee hoor, zelf meegemaakt. Ik weet nog dat er in de krant  stond dat je in het vervolg bij elk loket voor alle postkantoorzaken terecht kon. Dat was toen een hele vooruitgang en dat ging gepaard met een hoop gemopper van de postkantoormedewerkers want wat bleef er over van hun rechten? En wat zou dat doen met de werkdruk? Om maar niet te spreken van de loonschalen? Overigens is het er alleen maar slechter op geworden. Nu gaat alles digitaal en als het mis gaat ligt het aan de computer, aan de programmeur, aan de systeembeheerder of aan jezelf. Het ligt nooit aan de medewerker die de computer bediend. Dat is het leuke van automatiseren; je kunt er gewoon met de pet naar blijven gooien zoals je gewend bent maar nu geef je de computer de schuld. Zalig toch.

Afijn, kenteken overschrijven. De koper vertelde me per Messenger dat dat ook digitaal kon. Op zondag nog wel. Nu heb ik een haat/liefde verhouding met Messenger. Is Facebook eigenlijk al alleen geschikt voor flauwe kul, nepnieuws en schelden op mensen die je toch nooit tegenkomt, nu hangt daar een berichtenservice aan vast wat Messenger heet. Vol met onbegrijpelijke functies,  en wat het ergste is van allemaal: emoticons. Ik kan niet eens anoniem een bericht lezen of het ding braakt meteen een compleet a4-tje aan gele gezichtjes en andere debiele tekentjes uit die je niet weg kan halen zodat iedereen meteen weet dat je het wel hebt gelezen, ontkennen is zinloos, en wat je er van vond zonder een woord gezegd te hebben. Wat een irritant zinloos ADHD medium. Maar omdat op je Facebookpagina staat dat er een bericht voor je is ook al heb je Messenger niet geïnstalleerd ben je dus wel haast verplicht om er aan mee te doen. 

Nou ja, digitaal dus. Met in mijn gedachten een tas vol papierwerk ontdekte ik dat er een DigiD-app bestaat. Dat is handig want nu is het voor de Chinezen en de Russen veel gemakkelijker om je medisch dossier in te zien. Met de DigiD-app geïnstalleerd kan je telefoon (minimaal Android 6) jouw ID-kaart lezen en verifiëren of je het wel zelf bent. Is dat een soort extra service aan de Chinezen en de Russen? Om onnodig bloedvergieten onder spionnen te voorkomen? Zou het niet veel handiger zijn om alle persoonsgebonden gevoelige informatie op een papiertje af te drukken en dat gewoon met de post naar Peking of Moskou te sturen? Dan is het maar vast klaar en hebben we dit digitale gezeik niet. Eigenlijk hoef je alleen maar de telefoon en het rijbewijs van de minister-president te jatten en je kan met de DigiD-app een derde wereldoorlog ontketenen. Geen gezeik met privacy en zo, eventjes inloggen (wachtwoord MarkVVD) op de website van de Navo en bam! Het leger er op af. Klaar.

Voor de zekerheid toch maar even verder lezen hoe dat zit met overschrijven zonder wachtloket. Omdat het RDW toch gewoon een overheidsinstantie is moet het natuurlijk wel gepaard gaan met een hoop Kafkaiaans getrut maar dat gaat ook digitaal tegenwoordig. Tilde vroeger de postbode zich een breuk aan brieven met boodschappen die gemakkelijk op een half kantje hadden gekund, nu krijg je een hele gigabite aan emails van de RDW. Nou ja, ze doen hun best. Natuurlijk zit er een forse adder onder het door de stikstof uit de kluiten gewassen bio-diverse gras. Er bestaat ook nog zoiets als een tenaamstellingscode. Dat is om het de Chinezen en Russen toch nog moeilijk te maken. De code bestaat uit twee delen. Het ene deel krijg je als je de Ferrari koopt en het ander sturen ze per post op. Of zoiets. Die twee delen dien je dan op een formulier te schrijven, in rood of blauw maakt niet uit, en dat papier dien je goed te bewaren. En daar gaat het mis want het bewaren van belangrijke papiertjes op geheime plekjes is door de digit-storm die over de wereld raast wat in onbruik geraakt. Dus nu zit ik al een paar uur te bedenken of ik ook zo’n papiertje heb wat ik goed had moeten bewaren en indien ja, waar mijn geheime plekje dan zou kunnen zijn. Ik weet best veel geheime plekjes bij andere mensen maar mijn eigen? Ho maar. Ik denk dat ik maar weer een Huawei koop, dan heb ik een hotline met Peking en daar kunnen ze me precies vertellen in welk laatje van welk kastje dat verdomde tenaamstellingsbriefje ligt.