vrijdag 13 september 2013

Dipje

niemand op je donder
niemand op je huid
niemand op je falie
niemand in je kuit

niemand op je zenuwen
niemand op je ziel
niemand aan je stoelpoot
niemand op je hiel

je denkt alleen is beter
je denkt alleen is fijn
je denkt alleen maar vrijheid
maar zou dat wel zo zijn?

niemand op je bank
niemand onder je pet
niemand in je keuken
niemand in je bed

niemand die je helpt
niemand die je stuurt
niemand bij de hand
niemand in de buurt

je dacht is dat nou alles
of komt er nou nog meer
je wou een nieuwe start!
maar ach, het gaat wel weer

vrijdag 6 september 2013

JSF

De Joint Strike Fighter biedt zekerheid. De zekerheid dat je het ding ooit nodig zult hebben. Ten slotte heb je geen straaljager voor de sier, er zal een keer flink mee geknald moeten worden. Dat is nou het leuke van de JSF, de VS levert er namelijk een brandhaard bij, zodat je als eigenaar van een JSF niet om een oorlogje verlegen hoeft te zitten. Ok, het is nu even rustig, maar er komt een moment dat er weer zo’n Republikeinse christenextremist president wordt en die vind vast wel ergens een warm en droog land waar wij, trotse bezitters van het duurste in serie geproduceerde jachtvliegtuig ter wereld, naar hartenlust, in opdracht van het Amerikaanse Opperbevel, met ons nieuwe speeltje mogen schieten. Weliswaar op mensen die we niet kennen en die ons niets gedaan hebben, maar ja, zo is het nou eenmaal. Waar gehakt wordt vallen spaanders.
Nee, neem dan zo’n Saab Grippen, goedkoop toestelletje van de plank. Vliegt heel verdienstelijk hoor, daar niet van. Kun je ook leuke boordwapentjes bij bestellen, radiootje standaard, radar optioneel. Maar status heeft zo’n Saab natuurlijk niet. Stel je voor dat Rutte of zijn opvolger  met klotsende oksels in het Witte Huis is geweest en heeft ingestudeerde complimentjes met bevende stem naar meneer de president gestotterd. De Grote Amerikaan heeft hem dan weer zijn grootste bondgenoot in Duitsland, oh nee, Europa genoemd en als dank mogen we meedoen op het slagveld. Kom je aanzetten met je Saab. De Taliban lacht je uit. Stelletje kneuzen met hun speelgoedstraaljager. Boe-ha-ha! Een Saab Grippen!

Kortom, als kleinste schreeuwlelijk van Europa kún je niet zonder de JSF. Onze Europese vrienden vinden het prachtig. Zij kopen niet zo’n wanstaltig duur kreng waar ze niets aan hebben. Zij hoeven geen schulden te maken om met de JSF boven een godverlaten woestijn te vliegen. Zij hoeven geen staatsburgers te offeren door ons volstrekt onbekende Arabieren voor hun raap te schieten. Zij kunnen het uitgespaarde geld steken in de wederopbouw van hun economie. Zij kunnen hun defensiegeld binnenboord houden door hun vliegtuigen zelf te ontwikkelen en bouwen. Wij niet, wij moeten de JSF. Als beloning hebben 300 mensen in Hoogeveen een baan. Als Stork Aerospace nou eens een offerte zou maken voor een Europese straaljagerbouwer? Is dat wat?

zondag 1 september 2013

Middeleeuws Ter Apel

In de heerlijkheid Westerwolde, daar waar de Runde vanaf het Bargerveen komende uitmondt in de Ruiten Aa, ligt op een zandplaat, verscholen in de bossen, het Klooster Ter Apel. Het is augustus  1594. Johannes Emmen zit in de Priorkamer en slaat met zijn vuist op tafel.
“Ik ben Prior Johannes Emmen! Ik doe hier Gods werk en gehoorzaam alleen aan de Paus!”
Johannes kijkt de edelman strak aan maar moet uiteindelijk zijn blik neerslaan. Hij is nou eenmaal prior en geen krijgsheer.
“Luister Johannes, Rome is ver weg en het leger van Oranje ligt hier vlakbij in ‘t veld. Westerwolde en het Klooster vallen vanaf nu onder Gronings bestuur. Neem gerust een pakezel en zoveel je dragen kunt en begeef je op weg naar het zuiden. Maar kijk niet vreemd op als je onderweg wordt opgehangen door een stel Lutherse huurlingen. Die zijn de brandstapels van de Spanjaarden nog niet vergeten en zullen hun woede met liefde op jou botvieren. Allemaal in Gods naam natuurlijk….”.
Johannes ziet de redelijkheid van het argument in. Vorige maand is Groningen namelijk gevallen en Maurits van Oranje en zijn leger hebben de stad ingelijfd bij de Republiek. Destijds, bij de beeldenstorm in Holland, zou er sprake zijn geweest van brandstichtingen en lynchpartijen door woedende menigten. Je kan niet weten hoe de Westerwoldse bevolking op de Reductie reageert.
“Je ligt goed bij de plaatselijke bevolking. We kunnen hier geen opstand gebruiken. Jij kan het volk rustig houden, maar niet meer als pastor…..”.
Johannes kijkt de edelman vragend aan: “Waar wil je naar toe?”.
“Het volk, ook al zijn ze dan nu min of meer vrijwillig Nederlands Hervormd, heeft een herder nodig en jij bent een goede herder. Je gebruikt dezelfde kerk en je blijft lekker hier in het klooster wonen. En zondags spreek je dezelfde parochianen vaderlijk toe. Alleen vanaf nu met een andere muts op. Die pij kan echt niet meer. De broeders moeten ook weg, ook die jonge novices die af en toe bij jouw op de kamer slapen…..trouw desnoods een weduwe met een dienstmeid. En over de landerijen heb je ook niks meer te zeggen. In ruil daarvoor blijf je leven. Het is jouw keuze Johannes, de weg naar Rome is lang en vol ontberingen…….”.
Johannes Emmen moet er even over nadenken. Hij levert nogal wat in. De handel in aflaten en relikwieën ligt nou natuurlijk compleet op zijn gat. Maar aan de andere kant, een strop om de nek is ook niet alles. En wat zou Rome er wel niet van denken? Hoewel, die kregen van de opbrengst van de aflaten ook nooit iets te zien. Wat niet weet wat niet deert. Die Groninger heeft gelijk, Rome is ver weg en de Oranjes zitten stevig in het zadel. De Lieve Heer zal het hem wel vergeven, het is toch meer iets van oude wijn in nieuwe zakken. En had hij laatst niet een weduwe in goeden doen in de biechtstoel? En als hij de boomgaard en wat vee mocht houden…..en het klooster als logement voor reizigers brengt ook nog wel wat op……vooral als die Groninger blaaskaak straks weer weg is…….
“Ik doe het!”, roept Johannes, “Ik wordt de eerste Hervormde Predikant in Ter Apel!”

zaterdag 10 augustus 2013

Salie

Het Boeddhabeeld neemt in het appartement een prominente plaats in. Ongelukkigerwijs precies onder het brandalarm. Dat ontlokte mij de vraag of een waxinelichtje in de daartoe bestemde uitsparing in Boeddha’s schoot niet voor problemen zorgt. Maar ik werd er fijntjes op gewezen dat het bakje niet is bedoeld voor waxinelichtjes maar voor olie. Etherische olie. Rudolf, de bewoner van het appartement, liet me aan een klein bruin flesje ruiken. “Voorzichtig….”, zei hij nog. Meteen sprongen de tranen in mijn ogen. “Fisherman ’s Friend…..”, meende ik, nadat het me was gelukt om adem te halen zonder in een hoestbui te geraken. “Salie……”, volgens Rudolf.

Ah, salie. Ik vertelde Rudolf een anekdote welke ik enige dagen terug beleefde in hetzelfde appartementencomplex. In een woning, waar druk werd geschilderd en behangen, had tot voor kort een oude dame gewoond. Deze dame leed aan allerlei kwalen, pijnen en onbehagen welke volgens haar werden veroorzaakt door alle installaties in het appartement. Met name de mechanische ventilatie was oorzaak van veel ellende. (Heb ik weer, dacht ik nog.) Maar hoe dan ook, artsen en techneuten konden onderzoeken wat ze wilden, geen oorzaak werd gevonden. Woonbegeleiders en andere goedbedoelende bemiddelaars konden lang en breed praten, mevrouw bleef op het standpunt dat ze ziek werd van haar huis. Een buurvrouw had het lange tijd aangezien en aangehoord. Op enig moment was bij haar de rek er uit. “Ga dan maar salie branden in alle hoeken van de kamer, dat verdrijft de boze geesten……”, beet ze haar toe. Of de oude dame het advies heeft opgevolgd weet ik niet maar tussen de beide buren is het nooit meer goed gekomen. 

Rudolf hoorde mijn verhaal vriendelijk knikkend aan. “Ja, daar is salie óók voor……”, zei hij en hij trok er een geleerd gezicht bij. Even dacht ik dat hij me voor de gek hield maar het werd me snel duidelijk dat Rudolf zeer op de hoogte is van het wel en wee van boze geesten. “Of een muts op….”, vervolgde hij ernstig. Daar begreep ik niets van maar geduldig doceerde hij dat een muts bescherming biedt tegen boze geesten. Nog beter is het om zink of tin in de muts te verwerken. “Vandaar dat men op oude schilderijen, van Jeroen Bosch bijvoorbeeld, wel eens een afbeelding kan zien van iemand met een zinken trechter op het hoofd.”, aldus Rudolf. Boze geesten kunnen kennelijk wel door een flinke haardos, voor zover aanwezig, maar niet door een muts. Helaas reageer ik soms wat sceptisch op boze geesten en aanverwante voor waar aangenomen waanideeën. Op mijn vraag of men boze geesten voor het lapje kan houden door een pruik op te zetten kreeg ik geen antwoord maar slechts een minzaam glimlachje. Ik vertelde Rudolf dat ik thuis nog wel een verchroomd vergiet had liggen. “Want mijn trechtertje is te klein.”, zei ik er nog bij. Dat was te veel voor Rudolf. De glimlach was verdwenen. Later meende ik op de gang een sterke Fisherman ’s Friendlucht waar te nemen. Ik ben bang dat mijn boze geest bezit heeft genomen van Rudolfs appartement.

zondag 21 juli 2013

Slim Punt

Met een smartphone kan je waar je ook bent kijken wat voor weer het is in Timboektoe. Of het laatste nieuws volgen. Of Whatsappen met een ieder die ook een smartphone heeft. Met internetabonnement, anders werkt het niet. Beetje jammer dat de pret maar een paar uur kan duren. Dan is de batterij leeg en ben je weer net zo onthand als voor het mobiele tijdperk. Erger nog eigenlijk want inmiddels bestaan er ook geen telefooncellen meer. U weet wel, zo’n  groen hokje met veel glas met een vaste telefoonaansluiting waar je een kwartje, bestaat ook niet meer, in kon gooien om te bellen.  Wat ben ik blij met mijn ouderwetse Nokia.

De dames wilden de plaatselijke middenstand blij maken en lieten de gezinsbolide tot onze beschikking. Dus zoonlief en ondergetekende hadden de handen vrij om te doen wat we niet mogen als de dames erbij zijn zoals bier drinken terwijl je nog moet rijden en patat met mayonaise en frikadel snacken terwijl je nog moet eten. Omdat we in Limburg waren moesten we ook naar het Drielandenpunt. Dat hoort zo. Op kilometers afstand voor het eigenlijke Punt stond een bord waarop stond “Laatste Parkeergelegenheid!”. Iedereen weet dat zo’n waarschuwing voortkomt uit commerciële motieven en niets met de plaatselijke ruimtelijke ordening van doen heeft. Dus gaven we nog wat extra gas en belandden we bij Het Drielandenpunt. Daar was inderdaad geen parkeerplaats maar wel een onooglijk smal weggetje met een bordje dat je er niet harder op mag dan met 30 km/uur. Niets over verboden voor zwarte Fords uit 2003. Dus gas erop en karren maar. Na nog geen honderd meter werd ons de doorgang versperd door hordes toeristen. Wij vroegen ons af waarom die in hemelsnaam midden op de weg stonden. Na enig aandringen met de voorbumper werd ons, hetzij dan met wat verongelijkt kijken, doorgang verleend. Pal naast ons verrees een grote stenen obelisk, leuk aangekleed met gebeeldhouwde letters NL en B. Er zal aan de achterkant beslist een D hebben gestaan. We waren over het heiligdom der heiligdommen gereden. Vlak daarna een leeg parkeervak. Zei ik het niet? Aan de andere kant van de weg lag een hectare groot bestraat terrein met daarop een terras, een horecagelegenheid, en Belgische uitkijktoren, een friettent, hier en daar een toerist en verder niets. Ruimte genoeg voor een fatsoenlijke doorgaande weg naar België en nog veel meer parkeerplaatsen. Maar nee, het Drielandenpunt bestaat uit een met klinkers bedekte kale vlakte met aan de rand, verstopt achter een boom en een heg, een schamel aangeklede cirkel van zes meter doorsnede met een marmeren paal en drie vlaggen. En over die zes meter cirkel loopt de doorgaande weg naar België. Die drie vlaggen fleuren de boel nog een beetje op. Ik verbaas me niet zo snel meer over de kronkels waartoe de menselijke geest in staat is maar de inrichting van het Drielandenpunt kan alleen aan een zeer ernstig vertroebelde geest zijn ontsproten.

Op het drielandenterras schoof zo nu en dan op trage wijze een zwarte gedaante met gebogen hoofd heen en weer. Ik had die avond ervoor gelezen in een boek over enge spoken en andere paranormale idioten dus even dacht ik dat spoken echt bestaan. Het bleek echter een horecamedewerker te zijn. Omdat ons niet duidelijk werd waartoe zijn geschuifel diende en hij, het was een jonge man, ook geen aanstalten maakte om het ons te vertellen liep ik hem na tot in zijn domein. Geschrokken keek hij op en meteen werd me duidelijk waardoor hij werd afgeleid. Zijn smartphone speelde zojuist een, kennelijk heel boeiend,  gewhatsappt filmpje af. Toch handig, zo’n ding.

zondag 30 juni 2013

Mummelende besjes

In de weken dat ik in het seniorencomplex aan het werk ben zie ik de man van nummer 41 veelvuldig over de galerijen schuifelen. Meestal heeft hij iets in zijn hand, een handvegertje of een gietertje of een ander huishoudelijk voorwerp. Niet dat hij het ergens druk mee heeft hoor, het is eigenlijk gewoon om maar iets in zijn hand te hebben, als excuus om over de galerijen te schuifelen. In het complex wonen voornamelijk vrouwen. Hun mannen zijn reeds lang geleden overleden, toen ze nog werkten of toen ze net met pensioen waren. In dergelijke woongemeenschappen wordt pijnlijk duidelijk wie er nou eigenlijk het zwakke geslacht zijn. Op zijn trektochten door het seniorencomplex maakt hij veelvuldig praatjes met zachtjes mummelende besjes. Besjes brengen, per twee of in groepjes bijeen, een zacht mummelend geluid voort, met af en toe een uitschieter omhoog van wel twee octaven. Ze mummelen door en langs elkaar heen en er is voor een man geen touw aan vast te knopen. Maar het schenkt hen zelf kennelijk veel voldoening want ze kunnen er uren mee doorgaan.

Onvermijdelijk komt het moment waarop ik bij nummer 41 aanbel. Inmiddels kennen we elkaar want als er eens geen mummelend besje beschikbaar was sprak hij mij wel eens aan. Tot mijn verrassing is er een vrouw in huis. Ze is door ziekte en gebrekkigheid aan haar stoel gekluisterd. Haar stembanden doen het echter nog prima. Ze zal verbitterd zijn of misschien heeft ze gewoon een moeilijk karakter, maar vanaf haar troon blaft ze met schelle stem commando’s en venijnige opmerkingen door het appartement. Ze treffen de man pijnlijk en het lijkt alsof hij telkens iets ineen krimpt. Mijn vooroordeel over de man is dan inmiddels al veranderd van zeurkous tot meelijwekkend. Tegen mij roept ze niet rechtstreeks maar via haar man.
Zij, fel: “Ga die man eens vragen of hij er een erge bende van maakt in huis!”
Ik, ad rem: “Dat valt wel mee mevrouw en ik ruim het ook allemaal weer op.”
Hij, timide: “…eh..….maak je veel rommel?......”
Ik had voor mijn beurt gepraat. Onze blikken kruisen elkaar en hij heeft het zichtbaar moeilijk. Even ben ik bang dat hij zal breken en zich snikkend in mijn armen zal storten maar hij houdt het gelukkig  droog.
Hij, timide: “…..ik denk dat het wel meevalt, lieve…..”
Zij, nog feller: “Ja, he-he, dat zegt ‘ie net! Ik ben niet doof!”
Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik me uit de situatie kan redden door aan het werk te gaan. Maar meneer kan geen kant op en ligt zwaar onder vuur.


Ik heb nog niet bij de volgende woning aangebeld of achter mij gaat de deur van 41 open. Ik kijk hem even na hoe hij met afhangende schouders als een geslagen hond over de galerij schuifelt. Hij draagt zowel het vegertje als ook het gietertje. Alsof hij van plan is om deze keer extra lang weg te blijven. Op zoek naar troost bij zacht mummelende besjes. 

zondag 23 juni 2013

Dood in Groningen

Haar zoon kreeg een goeie baan in Winschoten. Manager of zo iets. Dat was een hele stap, van Den Haag naar het hoge noorden, maar hij had het er reuze naar zijn zin. Vader en moeder gingen een paar keer per jaar een weekje logeren in Winschoten, ook voor de kleinkinderen natuurlijk, en dan maakten ze uitstapjes in Westerwolde. Ze vond het hier meteen prachtig. Regelmatig had ze aan haar man voorgesteld om ook naar Groningen te verhuizen. Maar hij had steeds geweigerd. “Mens, ik ga dood in dat Groningen van je, ik ben en blijf in Den Haag!”, zei hij dan.

Op een dag, twaalf jaar geleden, reed ze met haar schoondochter door Vlagtwedde. Goh, best leuke huisjes hier en ook nog best wel een leuke buurt.  Kijk, er staat er een leeg. Meteen maar even langs Acantus gereden. Stel je eens voor dat je zo’n huis zou kunnen krijgen. In Den Haag vind je dit niet en als het er is betaal je de hoofdprijs. Ach, kom ik vast niet voor in aanmerking, met drie slaapkamers, zal wel alleen voor gezinnen zijn, dacht ze. Maar het liep anders. Acantus vond het prima en het object was per direct te huur. Toen had ze het maar gedaan. Binnen drie maanden zat ze in Vlagtwedde. Vanaf het begin zat ze op haar plek. Ze wil nooit meer terug. Als ze alles over mocht doen dan was ze meteen gegaan, toen haar zoon die baan kreeg. Maar ja, manlief wilde niet.


Twaalf en een half jaar geleden waren ze weer in Westerwolde geweest. Zó prachtig had ze het gevonden. Ze had er weer bij haar man op aangedrongen. Zullen we niet toch….. “Mens, hou er over op!”, had hij uitgeroepen, “Een weekje is leuk, maar wonen? Ik doe het niet, ik ga dood in dat Groningen van je!” In de trein van Winschoten naar Groningen Centraal hadden ze geen woord meer tegen elkaar gezegd. Zij boos en verdrietig en hij zo chagrijnig als de pest. Altijd dat gezeik over dat verhuizen. Op het station in Groningen had hij gevraagd of ze een bakkie zouden doen, de trein kwam toch nog niet. Ze had niet geantwoord, ze had er even geen zin meer in. Het waren zijn eerste woorden sinds ze in Winschoten in de trein stapten. De eerste woorden sinds de laatste ruzie over het verhuizen. Het zijn ook zijn laatste woorden geweest. Hartstilstand. Zomaar midden op het perron valt hij neer. Morsdood. In Groningen.