vrijdag 18 april 2014

De Passion

Ik heb gisteravond niet naar de Passion gekeken. De Jezus-show heeft de afgelopen weken bij mij al voor meer irritatie gezorgd dan goed voor me is. Opgelucht en blij was ik dan ook toen ik vanmorgen het stukje in het DvhN las van Rosa Timmer. Er zijn gelukkig nog mensen in Nederland zoals Rosa die beseffen dat de Passion maar voor een ding goed is: kijkcijfers en omzet genereren.

Afgelopen week was er even een blonde mevrouw in beeld, ik weet niet meer in welk programma, die ‘zoooh bleij’ was dat ze was uitverkoren om ook met die belachelijke TL-bak te mogen zeulen. Voor haar vielen daarmee een aantal puzzelstukjes in elkaar en dat kon toch gewoon geen toeval meer zijn. Prompt verscheen de bekende pepermuntglimlach op haar gezicht en haar ogen straalden. Arm kind. Als er iets heel erg is in deze wereld dan is het wel dat dingen geen toeval meer kunnen zijn. “Gisteren dacht ik nog aan nieuwe batterijen en vanmorgen deed mijn laptop het plotseling weer! Dat kan toch zeker geen toeval zijn!” Walgelijk. Nee, dan deze: “Ik zat net aan mijn schoonmoeder te denken en toen belde mijn zwager! Dat kan toch zeker geen……..” Jawel hoor. Over astrologie heb ik het toevallig onlangs nog gehad dus daar zeg ik nu even niks over.

En dan die regisseur van deze kaskraker die bij Pauw en Witteman mocht aanschuiven. Met een zoetsappig gezicht verkondigde hij de blijde boodschap dat de Passion naast amusementswaarde toch zeker ook wel een diepere boodschap heeft. Yeah, right. Vandaag tillen we ons in de stromende regen een breuk onder de verbale zweepslagen van de televisieregisseur en gelouterd door deze diepere ervaring begeven we ons morgen weer in het verkeer. Met de ene hand aan het stuur en de andere met de middelvinger omhoog tegen de voorruit. “Rij eens door, lul.....!”  Weg blijde boodschap.


Bach en de TL-bak kunnen weer voor een jaar in opslag. Wat blijft zijn het voorjaar en de chocolade-eitjes. En toevallig houd ik heel erg van het voorjaar en van chocola. Dat kan toch haast geen toeval zijn. 

zaterdag 5 april 2014

Margriet

Drieënzestig is hij nu. Alleenstaand en met vroegpensioen. Zijn baas moest reorganiseren en hij kon nog net meedoen in de regeling, als hij dat wilde. Dat had hij dan maar gedaan. Zo had hij voor het eerst van zijn leven de handen vrij. De vrouw waar hij het grootste deel van zijn leven mee heeft doorgebracht is niet meer in beeld. Wat er van haar geworden is laat hij in het midden. Maar hij heeft nergens spijt van. Al zegt hij zelf. Zo vrij als een vogeltje.


Lijkt op een sprookje nietwaar? Schijn bedriegt. Hij heeft wel ergens spijt van. Het zal zo’n tien jaar geleden zijn geweest. Zijn wereld was nog heel. Huisje, boompje, beestje en een goede baan. Toen had hij haar ontmoet, voor zijn werk. Achteraf bekeken was hij al verkocht toen ze de deur open deed. Of meneer wel een kopje koffie lustte. Dat lustte hij wel en het klikte vanaf het begin. Aan een haakje hing een schort en hij kon alleen de letter M zien. Hij trok het schort recht en zo ontdekte hij haar naam. Margriet. Het geeft aan hoe ontspannen de sfeer was. Er werd veel gelachen maar ook serieuze onderwerpen kwamen aan bod. Toen hun handen elkaar op de keukentafel bijna raakten verbeeldde hij zich dat hij de vonken kon zien overspringen. Uiteindelijk moest hij toch weer verder, het werk moet doorgaan. In de deuropening hadden ze elkaar even aangekeken. De spanning was voelbaar maar geen van beiden zette de volgende stap.


Hij heeft haar daarna nooit meer gezien. Hij heeft een paar nachten slecht geslapen en overdag kon hij zich maar moeilijk concentreren. Uiteindelijk slijt zoiets maar Margriet is nooit helemaal uit zijn hoofd verdwenen. Hij heeft nog wel haar telefoonnummer opgezocht en is nog eens stiekem door haar straat gereden. Maar daar is het bij gebleven. Hij durfde niet. Niet dat hij bang was uitgelachen te worden, dat hij zich vergiste, dat hij het zich inbeeldde. Ergens zou dat zelfs nog wel het makkelijkste zijn geweest, dan was het maar klaar. Nee, bij de gedachte aan wat er zou kunnen gebeuren als zijn gevoelens wederzijds zouden zijn sloeg hem de schrik om het hart. De wortels van zijn bestaan zaten nog stevig vast.


Nu zit hij hier in zijn vijftig-plus appartement. Gezond en ongebonden. Maar ook zonder Margriet. Hij zou niet weten hoe hij haar nu zou moeten vinden. Hij haalt zijn schouders op en zucht. “Tja, had ik toen maar iets van me laten horen, dan was het hele voorval achter de rug geweest. Of niet natuurlijk. Maar ja, achteraf is makkelijk praten. Het is ook al weer tien jaar terug. Zo gaan die dingen”.

dinsdag 25 maart 2014

Voldemort

Telkens als ergens in Nederland in welke context dan ook de Tweede Wereldoorlog opduikt schiet het hele volk in een stuip. Vorige week was het weer raak. Fouad Sidali, lid van het landelijk partijbestuur van de PvdA, heeft op Twitter politicus Geert Wilders direct vergeleken met Adolf Hitler. Meteen viel Jan en Alleman over hem heen, waarna de arme Sidali zijn woorden weer moest inslikken. Overigens wel een knap staaltje van integreren, dat je zelfs de hypocriete trekjes van het gastland overneemt. Want de vergelijking van Wilders en Hitler is zo gek nog niet en de reacties hierop zijn al even hypocriet als onzinnig.

Hypocriet omdat Nederland betreffende de holocaust een hele dikke laag boter op het hoofd heeft. Nergens in Europa verliep de deportatie van Joden in WWII zo efficiënt als in Nederland dankzij de welwillende medewerking van ons toenmalige ambtenarenapparaat dat de plaatselijke bevolkingsregisters gedienstig aan de bezetter ter inzage gaf. Heeft niemand er toen aan gedacht die registers te verdonkeremanen? Daarnaast was het aantal NSB-ers en andere sympathisanten vele malen hoger dan het aantal verzetsstrijders, hetgeen er toe leidde dat ondergedoken Joden in groten getale werden verraden. Ik moet dan altijd even denken aan Voldemort, de belichaming van het kwaad in de Harry Potter serie: “Hij die niet genoemd mag worden.”

Onzinnig omdat Hitler meer was dan de idiote gek die zes miljoen Joden vermoordde. Ook Hitler is, net als Wilders nu, ooit begonnen als recalcitrant onderdeurtje, zoals Siladi terecht opmerkte. Hitler heeft daarvoor in de dertiger jaren van de vorige eeuw zelfs in de bak gezeten. Wilders is al een eind op weg. Inmiddels moet worden gevreesd dat een derde deel van alle Nederlanders het stiekem met Wilders eens is. En zijn aanhang is het grootst in die lagen van de bevolking waar Hitler aanvankelijk ook zijn grootste aanhang had. Ik houd mijn hart vast als Wilders ooit zover komt dat hij de coalitie mag bepalen. Zullen grote delen van het o zo politiek correcte parlement dan niet plotseling staan te springen om met hem mee te mogen doen? 

Toegegeven: het zal onder Wilders niet snel komen tot een Kristallnacht en ook gaskamers zullen er niet worden gebouwd. Daarvoor zijn de omstandigheden te verschillend. Maar wat gebeurt er als Wilders evenknieën in Europa eveneens de verkiezingen in hun land winnen? Toen Pim Fortuyn populair begon te worden sprak iedereen in politiek Den Haag er schande van. Toen de man eenmaal was begraven nam de een na de ander zijn standpunten over. Ik wil straks nog wel eens zien bij welke politieke partij de ‘minderheden van buitenlandse afkomst’ nog kunnen onderduiken en wie ze uitlevert aan Wilders’ bruinhemden.

vrijdag 21 maart 2014

Geen kunst

Op strategische plekken in de stad staan kunstobjecten die gezien het oubollige karakter zouden kunnen stammen uit de tijd van de Beeldende Kunstenaars Regeling. Ongetwijfeld doe ik de kunstenaars zeer tekort als ik zeg dat het lijkt alsof ze zijn samengesteld uit strandvondsten en stukken oud ijzer van maritieme oorsprong. Ik hoop dat ze niet bedoeld zijn om de argeloze bezoeker er op te wijzen dat men zich in een havenstad bevindt. Alsof de skyline van de Oosterhoek, de dijk en het havencomplex achter de stormkering niet voor zich spreken. De stad heeft last van krimp en dat heeft zijn weerslag op de leefbaarheid, er is veel leegstand in het winkelgebied en vanwege het overschot aan woningen zijn er complete straten gesloopt. Van de mensen die ik er heb gesproken zijn er niet veel die positief over hun stadsbestuur spreken. Natuurlijk moet je dit laatste met een korreltje zout nemen want mopperen op de overheid is wat we allemaal het liefste doen. Maar toch.


Even terug naar de kunst. Al is de volksaard er tamelijk nuchter, dat wil niet zeggen dat er geen ruimte is voor schone kunsten. Talent en vaardigheden zijn er genoeg, maar het grote publiek heeft een andere smaak. Of misschien moet ik zeggen, een andere beleving van wat kunst is. Zo was er eens een mogelijkheid voor de verzamelde amateurkunstenaars in de havenstad om hun werken te exposeren in de eigen woonplaats. Helaas vond er van te voren een soort ballotage plaats van wat men mocht komen tentoonstellen. Het gevolg was dat de zaal vol hing met werken met een hoog déjà vu gehalte. De obligate boerderijtjes-waar-vader-of-moeder-is-geboren, de vergezichten-met-sloot-en-eenzame-boom en de oude-dorpsgezichten-van-de-verdwenen-dorpen. Gevoelswaarde: 10. Uitvoering: 8. Zij gaven exact weer uit welk hout de organisatie gesneden was. Kunst is een schilderij op A4 formaat. Punt.


Uit de bevolking van werk- en ambachtslieden komt een stroom van talenten voort die hun ambacht hebben verfijnd tot een handvaardigheid om jaloers op te worden. Ik heb de prachtigste beelden, sculpturen en modellen gezien, vervaardigd door mensen die in hun vrije tijd wel eens iets anders met hun handen willen doen dan wroeten in beton, staal, scheepsmotoren, chemicaliën en aluminium. Zo was er eens een mevrouw die zich had gespecialiseerd in het beschilderen van eieren van het formaat ganzenei. Ze had eieren die voorzien waren van abstracte vormen die in eerste instantie doen denken aan een uit de hand gelopen paasei-schilder-hobby. Maar het was veel meer dan dat. Zo had deze dame vitrines vol met eieren die waren voorzien van afbeeldingen van vogels. Levensecht, minutieus tot in de fijnste details. Dagenlang was ze met vergrootglas en sterke lamp bezig. Een vogelboek opengeslagen naast zich. Ze stonden op houten sokkeltjes, kunstwerkjes op zich, die waren vervaardigd door manlief, die ook tekende voor de vitrines. Op de sokkeltjes stond de naam van de vogelsoort. Ik heb geen verstand van vogels maar ga er maar gerust van uit dat de gelijkenis met de echte gevleugelde vrienden treffend is.


Mevrouw heeft ze niet mogen exposeren op de eerder genoemde tentoonstelling. De wijze heren van de plaatselijke kunstcommissie waren onverbiddelijk. Eieren schilderen is geen kunst. 

woensdag 19 februari 2014

Reservaat Westerwolde

De gemeentelijke herindeling leidt tot heftige emoties, aangewakkerd door nostalgische sentimenten. Zo zullen we onze eigenheid en onze inspraak verliezen, zullen we worden platgewalst door bestuurlijke monsters en natuurgebieden zullen worden volgebouwd met industrie. Alle nadelen van schaalvergroting in alle sectoren en bedrijfstakken worden vermengt met alle bestuurlijke miskleunen die ooit het nieuws hebben gehaald en als angstaanjagend sausje over de op handen zijnde herindeling uitgestort. Nee, als het dan toch moet, dan moet Vlagtwedde maar samen met het al even lieflijke Bellingwedde. Twee bestuurlijke Calimero’s die de donzige vleugeltjes om elkaar heen slaan tegen de grote boze buitenwereld. Zo is daar het stoute Stadskanaal, het boze Veendam en het gemene Oldamt die reeds likkebaardend hun klauwen uitslaan naar ons natuurschoon om ons op te zadelen met enge stadse fratsen.

Gemeenten worden in 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Dat is een hele uitdaging. Wat doen we bijvoorbeeld met het personeel van Bureau Jeugdzorg? Moeten de zorginstellingen met de individuele gemeenten gaan onderhandelen over het leveren van zorg? Blijft de AWBZ eigenlijk wel bestaan? Hoe gaan we om met de werkvoorzieningsschappen? Hoe gaan we de zorg indiceren? Op deze en nog veel meer vragen moet een antwoord worden gevonden. De budgetten worden groter en de puzzels complexer. Daar heb je competente bestuurders en ambtenaren voor nodig die van wanten weten.

Mag ik even het Debacle van Bellingwedde in herinnering roepen waarbij het gemeentebestuur kans heeft gezien om door intern gestuntel de reeds gestarte bouw van een zorgcentrum te torpederen en toen ten einde raad maar besloot om een van de wethouders zowel de schuld als de zak te geven waarna de burgemeester trots kon melden dat hij als koene vader des volks het tij heeft weten te keren? Of mag ik u er even aan herinneren dat een fusie tussen Vlagtwedde en Stadskanaal, waarmee al op tal van terreinen innig wordt samengewerkt, is afgeketst omdat de beide burgermoeders niet samen door een deur kunnen? Lekker professioneel. Ik hou mijn hart vast voor alle hulpbehoevende gezinnen, langdurig zieken, werklozen, gehandicapten, ouderen en psychiatrisch patiënten die nu nog relatief veilig bij de UVW, Jeugdzorg en AWBZ zijn ondergebracht straks op bedeltocht moeten naar het idyllisch gelegen Gemeentehuis van Heerlijkheid Westerwolde om aan de dienstdoende portier te vragen wanneer ze weer eens onder de douche mogen.

Wat hebben we in de tachtiger en negentiger jaren gelachen om de clowneske escapades van de toenmalige Vlagtwedder wethouders en burgemeester. Nauwelijks was de inkt van de door de heren zo gevreesde Ter Apeler Courant droog of men buitelde alweer over elkaar heen in een nieuwe rel. Die goeie ouwe tijd is voorbij. Er komt een schip zure appelen onze kant op van ongekende omvang en Vadertje Staat trekt zijn handen van ons af. We moeten vanaf 2015 zelfstandig leren lopen en, met alle respect, dat zie ik Kindje Westerwolde nog niet doen. Denkt u nou werkelijk dat de minister toestaat dat wij hier op een achternamiddag een rustiek houten hek timmeren om het Reservaat Westerwolde? Dream on, man. Dream on. Vlagtwedde werkt al sinds jaar en dag samen met Stadskanaal op het gebied van zorg voor jeugd. De Vlagtwedder milieuambtenaren werken inmiddels in Veendam. Bellingwedde werkt op ambtelijk niveau al lang samen met buurman Oldamt. Ik weet niet waarom onze beide gemeentebesturen ons het rad voor ogen draaien van een al even onrealistische als onwenselijke fusie tussen Vlagtwedde en Bellingwedde maar men zou er goed aan doen over de eigen schaduw heen te stappen en aansluiting te zoeken bij de grote jongens.

vrijdag 14 februari 2014

Astrologie voor bèta mannetjes.

Ik neem u mee naar bossen rond Dwingelo. Trek wandelschoenen en iets warms aan, het is nog fris.

Ik heb een sleutelbos en een handboek gekregen van een oude professor. Hij vertelde me dat er daar in de bossen, bij de oude radiosterrenwacht om precies te zijn, een groot geheim schuilt. Hoe hij op het idee gekomen is weet ik niet maar hij is er van overtuigd dat het mijn taak is het geheim bloot te leggen. “Maar pas op!”, gaf hij als laatste waarschuwing in de deuropening mee, “Het is niet zonder gevaar!”. Ik stond op het punt de opdracht terug te geven maar de deur viel reeds in het slot. Er is geen weg terug, ik moet dit doen. Ik neem u mee als getuigen.

We parkeren de auto aan de rand van het bos en gaan te voet verder. Gaandeweg veranderen de aangeharkte wandelpaden in smalle kronkelpaadjes tot er uiteindelijk niet veel meer is dan een wildspoor. Maar vreemd genoeg ontdekken we telkens weer een spoor in de goede richting. Plotseling staan we voor een blok beton van ongeveer anderhalve meter in het vierkant. Het is één van de vier sokkels van de voet van de telescoop. De andere drie zijn door het struikgewas aan het gezicht onttrokken maar als we omhoog kijken zien we het stalen skelet van de telescoopvoet hoog boven de bomen uitsteken. Het is in nog slechtere staat dan ik had verwacht. Na wat zoeken ontdekken we een gemetseld gebouwtje, eigenlijk meer een vrijstaande inloopkast ter grootte van een toilet. Het bevat een stalen deur en wonderwel past een van de sleutels op het slot. Achter de deur, op de achterwand, hangen twee grote schakelkasten. In de hoeken links onder staat het logo van ‘Holec’ in reliëf. De bovenste schakelkast heeft alleen in het midden een grote zwarte kruk. We draaien de kruk een kwartslag naar rechts en meteen begint er in de onderste kast wat te zoemen en piepen en er brandt een rode lamp. De onderste kast heeft verder een standenschakelaar en wat drukknoppen met een lampje er in. We zetten de standenschakelaar in stand ‘test’ en groene lampjes gaan aan in twee knoppen met de opschriften ‘horizontale rotatie’ en ‘verticale rotatie’. We drukken op de eerste knop. Hoog boven ons tussen de takken klinkt het gegil van schurend metaal op metaal en geknars van tandwielen en tandheugels. Uit de voet klinken een paar luide knallen, de gepopnagelde kruisverbindigen zetten zich schrap tegen het veranderende krachtenspel. Maar de schotel beweegt, en daar gaat het om. We zetten de standenschakelaar op ‘terminal’ en volgens de instructies van de professor moeten we op zoek naar een utiliteitsgebouw waarin zich in een afgesloten ruimte een computer moet bevinden. We vinden op enkele tientallen meters afstand een laag vervallen gebouw. Geen enkel raam is meer heel en de deuren hangen scheef in de hengsels. Achter in het gebouw treffen we inderdaad een stalen deur aan en ook daar past een van de sleutels op. Behalve wat spinnenwebben is de computerkamer nog in een verrassend goede staat. Op een stalen bureau staat een oude IBM terminal, een grote beige kast met geïntegreerd toetsenbord. Links daarop zit een klein knopje ‘power’. Tegen de verwachting in gaat de terminal aan en van achter een andere deur horen we het kenmerkende gepiep van een opstartende IBM System/38 Mainframe. Het scherm van de zwarte glazen beeldbuis knettert van de statische lading en linksboven begint een lichtgroene cursor te knipperen. Dan vliegen in rap tempo allerlei commandoregels, waarin we machinetaal Cobol herkennen, over het scherm tot de cursor uiteindelijk stilstaat achter het zinnetje ‘voer coördinaten in’. In de aantekeningen van de professor vinden we die. Het lawaai van het mechaniek van de telescoop klinkt door de bossen. We rennen naar buiten en zien de grote schotel bewegen tot hij uiteindelijk stil staat. Terug in de computerkamer staat er op het scherm:

De nieuwe maan staat net als de Zon in Waterman. Uranus, de heerser van Waterman, staat in contact met de nieuwe maan en doet er nog een schepje bovenop, wat je ongetemde kant omhoog kan halen. Het helpt dat Mercurius en Ceres een harmonieuze verbinding maken: hierdoor kunnen nieuwe communicatieve vaardigheden ontstaan, het kan empathische communicatie geven en de overdracht van geestelijke voeding kan een belangrijke plek innemen. Jupiter en Pluto staan bovendien in direct contact met de Zwarte Zon, wat planetaire en persoonlijke transformatie bespoedigt.

Onderaan knippert de cursor achter: ‘geboortedatum van de leerling van de professor’. We zijn het er over eens dat ik dat ben. Ik voer de datum in. Na enige tijd verschijnt er de volgende tekst:

‘Jouw sterrenbeeld is Leeuw………groetjes, de professor’.

Godsamme, daar heeft die professor ons mooi te pakken gehad. Je zou haast gaan denken dat astrologie echt ergens over gaat.

woensdag 29 januari 2014

Verstoppertje

Gedurende het eerste deel van mijn bezoek drentelde ze gezellig keuvelend om me heen. Dat was niet zo handig want de werkruimte was klein en mijn gereedschap en mijn lichaam hadden alle beschikbare ruimte nodig. Met mevrouw erbij was het bewegen op zich al een uitdaging, laat staan dat het gebruik van elektrisch gereedschap arbotechnisch verantwoord was. Maar stuur zo’n mensje maar eens weg. In het tweede deel ging ik zo op in mijn werkzaamheden dat ik me niet meer van haar bewust was. Op enig moment moet ze me verlaten hebben. Ik herinner me nog wel dat ik haar in haar favoriete leunstoel bij het raam zag zitten.

Typisch is dat. Alleen wonende dametjes schijnen een voorkeur te hebben voor leunstoelen bij het raam. Er omheen staan dan allemaal bijzettafeltjes met daarop een telefoon, een breiwerkje, een boek of tijdschrift, wat post, een half kopje koude thee en een afgekloven beschuitje met aardbeienjam. Een hoekje van een onvermijdelijke rouwkaart steekt in de jam. Een verpletterd stukje beschuit kleeft tussen twee bladzijden van de Libelle. Een staande lamp, halogeen het liefst, overduidelijk aangeschaft door de kinderen want geheel uit de toon vallend, completeert het geheel. Vaak is de stoel dan met de rugleuning naar de kamer gedraaid zodat ze ongegeneerd vrij uitzicht hebben over de buitenwereld. Kennelijk hebben alleen wonende oude dametjes zelfs in hun eigen appartement nog de behoefte aan een eigen plekje. De achterkleinkinderen mogen dan op de obligate zondagmiddag nietsontziend door haar huis rennen, zij zit veilig in haar leunstoel bij het raam. Het zal me niet verbazen ooit bij zo’n mensje een binnentent in de kamer aan te treffen. En zelfs zou ik niet vreemd opkijken als oude dametjes stiekem een bedieningspaneel hebben waarmee ze vanuit hun strategische positie de wereld aan de andere kant van het raam besturen. “Ohhhh, die gevallen fietser was niet de bedoeling, snel even de backpole van mijn ‘Outsideworld Remote Controle’ resetten……”.

In het derde deel van mijn bezoek was ik haar kwijt. Ik wilde haar op de hoogte stellen van de jongste technische ontwikkelingen van mechanische ventilatiebedieningssystemen. Meestal moet ik me dan beperken tot: “Zo gaat hij aan….. en zo gaat hij uit…”. Maar mevrouw was weg. Een blik in de kamer, luisteren aan de deur van de badkamer, niets. Dralend rondde ik de werkzaamheden af. De spullen stonden al grotendeels buiten. Mevrouw bleef weg. Gerammel met mijn trapje. Een schroevendraaier wordt extra hard in de kist gegooid. Geen reactie. Uiteindelijk moest ik op zoek door het huis. Woonkamer, wc, badkamer, keuken. Geen mevrouw. Gedempt roepen. Niks. De slaapkamer dan, durf ik dat? Eerst kloppen, dan stiekem het hoofd om de deur. Leeg. Zoveel geheime kamers heeft zo’n appartement niet dus ver weg kon ze niet zijn. En de buitendeur heb ik altijd in het vizier gehad, dat zou ik gemerkt hebben. Nog maar eens de kamer in. Leeg. Maar wacht, er is iets veranderd. Ah, de leunstoel. Hij is verschoven. De binnentent achter de brede leuning wordt nu geheel aan het zicht onttrokken. Ik moet erg dichtbij komen, bijna te, om te kunnen zien of de stoel bezet is. Daar zit ze. Een grote grijns op haar gezicht. “Ik was er wel hoor……..”