vrijdag 1 april 2016

Ontraxs



Via de geƫigende kanalen bereikte mij het voorstel van een modelspoorvriend om elkaar weer eens te ontmoeten. Het weekend waarin aan beide zijden de minste schade aan het thuisfront werd aangericht was toevallig het weekend van Ontraxs. Dat is een modelspoorevenement wat een keer per jaar plaats vindt in het Spoorwegmuseum. Verder zeg ik er niets over want dat ontgaat u toch volkomen.



Vriend reist altijd trouw per spoor. Nogal makkelijk want hij woont zowat naast een treinstation. Hij weet ook altijd precies hoe openbaar vervoer werkt. Geroutineerd wandelt hij gemoedelijk van perron naar perron en stapt ook altijd op het juiste moment in de juiste trein. Hij vind ook altijd een zitplaats en hij zit nog niet goed en wel of de trein vertrekt al. Geen vertraging, geen kapotte bovenleiding of een kapot wissel, niets van dat. Vriend stapt in en de trein rijdt. Breng hem geblinddoekt naar een willekeurig station en hij stapt zonder aarzelen in de juiste trein. Hij heeft ook altijd de juiste treinkaartjes. Voor een paar euro reist hij blindelings het hele land door.

Ik kan niet alleen in de trein. Er moet iemand mee. Ik weet niet eens hoe ik aan een kaartje moet komen. Vervolgens snap ik helemaal niets van dienstregelingen. Tien tegen een dat de trein die ik moet hebben niet bestaat. Want dan gaat de trein alleen op zaterdag als het op een oneven dag in de maand er voor niet geregend heeft. En dan ook alleen maar op even dagen als de r in de maand zit maar dan weer niet in het weekend. Gek word ik er van. Openbaar vervoer gaat op momenten waarop het mij niet past, vertrekt van plaatsen waar ik niet ben en stopt op plaatsen waar ik niet heen wil. Voor het geld van luxe slaapcoupe inclusief Thaise massage wordt ik als vee in een propvolle wagon geduwd samen met allerlei mensen om wiens gezelschap ik niet gevraagd heb. Zo waren wij, vriend en ik, lang geleden, eens in een stiltecoupe beland, elk aan een kant van het gangpad. Nou ben ik gek op stilte maar wij hadden elkaar een tijd niet gezien en dus heel wat in te halen. Ik zat naast een dame. Al na drie zinnen legde ze me het zwijgen op. Veelbetekenend wees ze met haar gemanicuurde vingertje naar het bordje ‘stiltecoupe’. Doodstil maar woedend keek ik haar aan. Vervolgens begon ze een kwartier lang tegen me aan te zeiken. Over het weer en haar kinderen en de regering en weet ik veel wat. Het boeide me geen reet want ik wilde met vriend over modeltreinen kleppen. Maar dat mocht niet want het was een stiltecoupe. Ik was blij dat we na een voor mij onbegrijpelijke overstap in een gewone veewagen konden staan. Als vriend me niet had verteld waar we heen moesten was ik onvermijdelijk in Polen beland. En mijn Pools is al zo beroerd. Ik moet ook altijd plassen in de trein. Maar dat kan niet. Of er is helemaal geen wc of er is wel een wc maar dan is hij stuk. Met openbaar vervoer is het net als met religie: je kan wel ergens instappen maar dan ben je aan de goden overgeleverd.

Aldus koos ik deze keer eieren voor mijn geld en ging met de auto. Voor twee tientjes reed ik heerlijk rustig en comfortabel naar het Maliebaanstation. Onderweg even een sanitaire stop en een beker donkerbruin slootwater. Een gezin uit Veendam was ook bij de benzinepomp. Ze schreeuwden moord en brand want het was negen uur ’s morgens en ze wilden kroketten en frikadellen speciaal. “Oes Samantha mot gain sjokkeloat hebben want den komt ze aan de schieterij!”. De kassajuffrouw keek me hulpeloos aan. Maar ik deed net of ik haast had en maakte me snel uit de voeten. Probeer dat maar eens in een trein. Na slechts een keer verkeerd rijden, Utrecht is ook zo veranderd de laatste tijd, vond ik een parkeerplaats op 50 meter van de ingang van het Spoorwegmuseum. Om naar treinen te kijken waar ik zelf nooit in zou gaan zitten.

maandag 7 maart 2016

Bor


Canis Lupus, roepnaam Bor. Vanuit het Buitenbos, via het Grote Beestenbos, kwam Bor even op bezoek in Drenthe. In Zweeloo om precies te zijn. Terug van weggeweest. Honderdvijftig jaar geleden koos hij het hazenpad. Door zijn bijzondere eetgewoontes was hij niet geliefd bij de plaatselijke bevolking. De geitjes en omaatjes waren op het laatst niet meer aan te slepen, om maar niet te spreken van jagers die de slachtoffers weer uit de buik moesten snijden. Logisch dus dat het Bor te heet onder de voeten werd in Drenthe. Maar na 150 jaar afwezigheid is het tij gekeerd. Hij heeft zijn eetgewoontes aangepast en de Drentse bevolking is inmiddels rijp voor een voorzichtige hereniging. Borremans gebruikt volgens Delusion Media, voorheen Fabeltjeskrant, zijn kanis nog uitsluitend voor beukennoten en grenadine. En geen jager die het in zijn hoofd haalt om een wolf open te halen voor een handvol beukennootjes.


 
Op 7 maart 2015 was het zo ver. Bor besloot zich voorzichtig in het openbaar te vertonen. Hij koos hiervoor de boermarke Zweeloo want hij had gehoord dat men hem daar goed gezind is. De plaatselijke jagers schieten nu nog slechts met koperen muziekinstrumenten en daar jaag je een beetje wolf geen schrik mee aan. Desondanks ging het nog bijna mis want de scribenten van Delusion Media kalkten achteloos Noord Sleen op als vindplaats. Ach ja, u weet hoe die jongens zijn, gedegen onderzoeksjournalistiek is voor mietjes. Die lui van boermarke Noord Sleen waren aanvankelijk wel wat sneu want zoveel is daar al niet om de krant mee te halen. Maar goed, men durfde het niet aan om Bor tegen de haren in te strijken want het blijft een wild beest natuurlijk.


Om het heugelijke feit te vieren besloot boermarke Zweeloo een monument op te richten ter ere van Bor. Zelf kon hij er niet bij zijn helaas. Een automobilist op de Duitse Autobahn zal vermoedelijk een omaatje dood hebben gehad aan een wolf. Op 5 maart 2016 togen wij naar Zweeloo want mijn bloedeigen broer was uitverkoren om het kunstwerk te maken. In de uitnodiging stond dat voor drank en hap was gezorgd. Dat stemde ons wat sceptisch want beukennoten en grenadine zijn aan ons niet zo besteed. Tot onze grote vreugde echter troffen wij daar niet alleen vele onverwachte familieleden en bekenden maar tevens een uitmuntend Zweeloos bier en heerlijke koolhydraatarme versnaperingen. Zo vol van smaak dat men een of twee koolhydraatjes niet mist en bovendien compenseert men dat gemakkelijk met het bier. Voor de volledigheid was er trouwens ook nog gewoon worst en kaas. Wij hebben ons er kostelijk vermaakt. Ruim twee uur eten en drinken met vrienden en bekenden uit Ter Apel en omstreken op een vochtig Zweeloos veld onder aansporing van een jagersensemble. Ter opluistering toog de aanjager van het hele gebeuren, Joop, spreekstalmeester van boermarke Zweeloo, op een strobaal en voorzag ons van de nodige argumentatie.

Het toeval wil dat er op 19 februari j.l. op de Veluwe een jakhals is gesignaleerd. Een en ander is nog onduidelijk maar als het werkelijk om een jakhals gaat dan is dat wel een monument waardig. Maar of je op de Biblebelt in de vastentijd midden in het bos een tent met bier en hapjes kan organiseren is zeer de vraag.

vrijdag 26 februari 2016

Vier jaar.




Het echtpaar deed samen open. Ze hielden elkaar stevig vast. Als een verliefd stel dat na de eerste tongzoen had besloten elkaar nooit meer los te laten. Ze waren opmerkelijk fit. Hij 84 en zij 82. Heldere ogen, soepele bewegingen en behoorlijk ad rem. Gelukkigerwijs hadden ze een goed gevoel voor humor en al na korte tijd waren de kwinkslagen niet van de lucht. Terwijl ik hun kwetsbare interieur vermorzelde onder een vrachtwagenlading aan gereedschap en andere benodigdheden kwebbelden ze opgewekt verder. Geen moment weken ze van elkaars zijde. Uiteraard was er koffie. Er waren koetjes en kalfjes, gemeenplaatsen en dooddoeners. Een enkele serieuze opmerking werd onmiddellijk weer gerelativeerd. Het was grappen-en-grollen dag en dan begin je niet over de eindigheid van ons bestaan, om maar eens iets te zeggen. Bij het afscheid stak ik quasi streng mijn wijsvinger op en zei: “Ik verwacht u hier over vier jaar in goede gezondheid aan te treffen!” Meestal hoor ik dan iets van ‘dat moeten we eerst nog maar eens zien’ maar dit stel zei onmiddellijk: “Doen we!”

Vandaag is het vier jaar later. Ze doen nog steeds samen open. Het elkaar vasthouden heeft plaatsgemaakt voor elkaar overeind houden. Ik herken ze onmiddellijk, zij mij niet. De ogen staan flets. Grijs en terneergeslagen. De bewegingen stijf en houterig. De vier gehoorapparaten op de magere koppies verschaft het stel een surrealistisch uiterlijk. Alsof ze reeds vergaand zijn gerobotiseerd. Na enige tijd begint er bij hem iets te dagen en komt er iets van het oude vuur terug. In haar hoofd blijft het leeg en stil. Leunend op zijn toch ook al niet meer zo sterke schouders schuifelt ze achter hem aan. Ze lacht wel, maar haar lach is leeg, een echo uit een ver verleden. Het is vandaag geen grappen-en-grollendag. Ik moet alles drie keer zeggen en toelichten. De grap is er dan wel af. Hij glimlacht nog wel maar snapt niet waar ik het over heb. Op enig moment gaat mevrouw aan tafel zitten. Het is symbolisch voor het naderende einde. Het elkaar eeuwig vasthouden is niet meer vol te houden. De eeuwigheid maakt plaats voor de reeds zichtbare eindigheid. Ze kijkt uitdrukkingsloos naar het tafelkleed. Het is nog hetzelfde tafelkleed als vier jaar geleden. Ik verbeeld me dat ik de koffievlek die ik toen maakte nu nog kan zien. Uiteindelijk brengt meneer me naar de deur. Ik heb ik de afgelopen vier jaar in totaal twee uur deel uitgemaakt van hun leven, krap aan 180 jaar menselijke historie waarvan krap aan twee uur met Denap. “Tot over vier jaar….” probeer ik nog. Hij schudt zijn hoofd. We kijken elkaar aan en zeggen niets. Een kort knikje geeft aan dat de boodschap helder is. Hij weet het en hij weet dat ik het weet. Ik pak mijn spullen en loop de galerij op. Ik draai me niet meer om. Achter me klikt de deur zachtjes in het slot. Over vier jaar is alles anders.

zondag 7 februari 2016

De hel van 68


Carnaval 2006.

Het is op 24 februari 1968 dat de jonge vereniging De Kloosterwiekers de allereerste optocht organiseert op Ter Apel. 

Voor de jongste zoon van de toenmalige Vorst, 7 lentes jong, had zijn moeder een konijnenpakje gemaakt van de voering van een oude winterjas. De juiste kleur kreeg het pakje met textielverf. Daarvoor ging ze op de fiets naar drogisterij Schenkel. Of drogisterij Bron, dat kan ook. In een ruk door ging het naar Het Handelshuis van Herman Jansen. Die verkocht hardplastic konijnenkopmaskers. Met oren er aan als zwaarden waarmee je onbedoeld iedereen die te dichtbij kwam letterlijk de ogen uitstak. Van die stugge krengen met een veel te strak elastiekje. Je kon er niet in ademen en door het elastiek werd je zowat gescalpeerd. Ik geloof niet dat er ooit iemand is geweest die zo’n masker langer dan tien seconden op heeft weten te houden. Bij mij waren het er drie. Het pakje heb ik ook gedragen. Twintig minuten. Het jeukte en kriebelde en ik moest er een grijze maillot onder aan. Maillots zijn voor meisjes en ze zitten strak en ze kriebelen. Verder was het in die dagen gebruikelijk dat men, als het stevig winterde, en dat deed het elk jaar, een wollen hemd aan kreeg. ‘Wolletje’ noemden we die bij ons thuis. Een hemd is een T-shirt zonder mouwen. Tegenwoordig dragen alleen oude mannen nog hemden. De zwartgrijze haren op hun uitgemergelde schouders en rug stemmig afgebiesd door de witte bandjes. Later ook in lichtblauw.

Wolfabrikanten deden destijds extra hun best om wol te maken die kriebelde als de hel. Zelfs nu nog, als ik een enge droom heb, komt er steevast een wolletje in voor. Wat haatte ik die krengen. Ik wist zeker dat als je stout was geweest en je kwam later, als je dood was, in de hel dat je dan van de duivel zo’n wolletje aan moest. Volgens mij ligt hier de grondslag van mijn atheĆÆsme. Welke god zou immers toestaan dat de duivel dode mensen zou dwingen voor de rest van hun leven wolletjes te dragen? In 1968 ben ik twintig minuten lang verkleed geweest als konijn.  In de bocht Hoofdstraat Oosterstraat, voor de oude Boerenleenbank, tegenwoordig tandarts Mulder, stond ik 20 minuten te blauwbekken. Ondanks het wolletje. Als compromis mocht ik onder het wolletje een gewoon katoenen hemd aan. Het hielp niks. Het jeukte, knelde en kriebelde dat het een aard had en ik had het koud. Rotmaillots en rotwolletjes. Na twintig minuten, waarom moest dat ook zo verdomde lang duren, zette ik het op een huilen. Ik geloof dat mijn broer het konijnenpak toen aan kreeg. Die was wel weer zo gek dat hij er parmantig de Hoofdstraat mee afsjouwde. 

Later heb ik het ruimschoots goed gemaakt. Ik heb zelfs nog eens de krant gehaald. In de kelder onder ons huis maakte ik, 12 jaar inmiddels, een grote kop van kippengaas en krantenpapier. De papieren kop hing met bandjes over mijn schouders. Het stelde niets voor en had ook geen thema. Gewoon een grote gekke kop met benen er onder. Zonder maillot natuurlijk. Later liep mijn broer, die met dat konijnenpakje aan in 1968, eens de optocht uit in een oude winterjas van pa met een oude verkennershoed op. Op de jas zaten lappen genaaid. Stelde niks voor, gewoon een zwerver met een grappig loopje. Op vrijdagmiddag bedacht en gemaakt en zaterdag de optocht in. Dikke pret. Dat gaat nu niet meer lukken. Gooi uw oude winterjas maar gerust weg, spontaniteit wordt tegenwoordig strak geregisseerd. Maar dat is kennelijk toch ergens goed voor want de optocht van gisteren was geweldig. Prachtig om te zien. Met mijn papieren kop en mijn broer met zijn zwerversjas zouden wij erg uit de toon zijn gevallen. 

Ach lieve tijd. Vorige week, vrijdag 29 januari 2016, heb ik voor het eerst in mijn leven een Buut gezien waarbij twintig minuten lang niemand lachte en klapte. Na verloop van tijd raakte het publiek verveeld en zocht haar toevlucht tot WhatsApp en Facebook. Het moet een hel voor de Buutredner zijn geweest. Tien tegen een dat ze een wolletje aan had.

vrijdag 15 januari 2016

Defcon 4; Korfbal in Assen.



Maandagavond 4 januari 2016 ging de clubavond van mijn treintjesclub niet door. Het was gaan ijzelen. Dinsdagmorgen was het goed mis. Heel Noord Nederland stond stil. Servicebusjes reden niet uit, bouwvakkers bleven thuis, scholen dicht, vele bedrijven dicht want het personeel kon niet komen en er werd veel thuis gewerkt. Dinsdagavond ging de door mij gefrequenteerde maandelijkse borrelavond van het Boschhuis Borrel Koor niet door. Woensdagmorgen was het drama zo mogelijk nog groter. De drie noordelijke provincies waren in een dikke ijsdeken gehuld en het economische en openbare leven lag compleet stil. Uit eerste hand bereikte mij het volgende verhaal.




Op dinsdagavond is er korfbaltraining in Assen. Korfbaltraining in Assen is het aller- aller- allerbelangrijkste van de hele wereld. Men speelt er hoog spel. Tijdens de jaarlijkse derby tussen Dames3 en Dames4 is de gymnastiekzaal in wijk Kloosterveen totaal uitverkocht. Alle 25 zitplaatsen zijn bezet! Dus als je trainer bent van de korfbalmeisjes te Assen en verantwoordelijk voor de overwinning op Dames4 dan moet de training doorgaan. En zo kon het gebeuren dat de trainer allemaal telefoontjes kreeg van verontruste speelsters. Of het niet beter was om i.v.m. met de gladheid de training een keertje over te laten gaan. Trainer was onverbiddelijk. “Je ziet maar dat je er komt! Denk aan de derby in augustus! We kunnen geen training missen!” Maar Trainer begreep ten langen leste dat hij met dreigende taal alleen zijn kudde niet bij elkaar kreeg. Er moest ingegrepen worden. Gelukkig had hij een kennis bij defensie. 

Het toeval wilde dat er in Havelte een kleine eenheid van de 43 Gemechaniseerde Brigade gereed stond. Een aantal Fenneks met volledige uitrusting stond gepoetst en getankt klaar voor inzet. De bedoeling was dat ze zouden assisteren bij een oefening van een Britse SAS-eenheid in de Marnewaard. Maar wegens het slechte weer had de Lockheed C-130 Hercules van de Britten niet kunnen opstijgen en was de hele operatie 24 uur uitgesteld. De kennis van Trainer zag meteen mogelijkheden zijn korfbalvriend te hulp te schieten. En zo kon het gebeuren dat de korfbalmeisjes een voor een met een infanteriegevechtsvoertuig van de Koninklijke Landmacht werden opgehaald. Een beetje gladheid is voor de ruim 9000 kilo wegende zescilinder diesels met Traction Control geen probleem.

Wat de kennis van Trainer niet wist was dat de pantserwagens voor de gelegenheid waren uitgerust met de modernste volgapparatuur omdat het een bijzondere, geheime, missie betrof. Hij wist alleen dat hij op dinsdagavond 5 januari vier transporteenheden klaar moest hebben staan en aan die opdracht had hij voldaan. De defensiespecialisten op het NAVO hoofdkwartier te Brunssum hielden vanwege het bijzondere karakter de missie op afstand nauwlettend in de gaten. Omdat de eenheid van het 43ste ruim 22 uur te vroeg vertrok, zonder de SAS-commando’s aan boord, gingen de alarmbellen rinkelen. De beveiliging van het Europees grondgebied is vergaand geautomatiseerd. In Brunssum had men binnen 3 minuten op het alarm moeten reageren. Maar die tijd was te kort om te verifiĆ«ren waarom de Fenneks zonder marsorder vertrokken. Vandaar dat op elk defensiedepartement van de NAVO-landen een alarm in werking werd gesteld. Alle chefs van staven werden opgeroepen, de ministers van defensie werden ingelicht en de verloven van stafpersoneel en beveiliging werden ingetrokken, met onmiddellijke meldingsplicht bij de commandant. Deze geautomatiseerde reactie veroorzaakte nogal wat paniek in Washington. Omdat men niet wist wat er speelde en informatie uit Brunssum te lang op zich liet wachten ging de staat van paraatheid naar DEFCON 4. Een reactie uit de rest van de wereld kon niet uitblijven. De telefoon van president Obama rinkelde onafgebroken. Poetin wilde weten of Erdogan weer wat had uitgevreten en Erdogan wilde weten of Poetin zijn leger aan het mobiliseren was. En zo ging het maar door, alle regeringsleiders die zich belangrijk genoeg vonden om er iets van te vinden belden met Obama. En dat terwijl hij net die avond de State of the Union aan het oefenen was. Hij moest op het juiste moment een traan produceren en dat wilde maar niet lukken. Het humeur van Obama werd met de minuut slechter. 

Premier Rutte belde diezelfde avond nog met Obama om zijn excuses aan te bieden. De kennis bij defensie is gedegradeerd tot wachtkorporaal en zit zijn dienst uit, hij moet nog 3 jaar, in een kleine wachtruimte zonder verwarming aan de poort van een munitiedepot ergens in de bossen van Drenthe. Trainer heeft van dit alles niets meegekregen. En de korfbalmeisjes? Die hadden de avond van hun leven.