zaterdag 10 februari 2018

Pastoor Pjongtsjang

Op de vrijdag voor de Grote Optocht is het een drukte van belang. Echtgenote is bij een loopgroep en zoals die dingen dan gaan moet er op de laatste dag voor de optocht nog van alles gebeuren. En uitgerekend dan plannen ze de opening van de Olympische Winterspelen 2018. Uitgebreid op televisie natuurlijk en tussen het geredder en gestress door volgt zij met belangstelling de intocht der sporters. Ik heb natuurlijk ook een fragment gezien. Het was net een carnavalsoptocht. Bont verklede mensen die met vlaggen en vaandels zwaaien en net doen of de wereld mooi is en alles pais en vree. En verder zeg ik daar helemaal niets meer over.

Ik ben namelijk eens, heel lang geleden, bij een jobcoach (mag ik hem zo noemen?) geweest die me gedurende een aantal sessies in de Drentse bossen in mijn eigen ziel liet kijken. Voorwaar geen prettige aanblik, zo’n eigen ziel. En die jobcoach maakte me duidelijk dat relativerend vermogen weliswaar een deugd kan zijn maar als je daar in doorslaat je terecht komt in je eigen valkuil. En die valkuil is dat als je alles weg relativeert er nog maar heel weinig overblijft wat je echt raakt. Apathie ligt op de loer. Ik heb een brede belangstelling en zeker ook nog wel passies. Alleen weet ik niet zeker of ik over vijf jaar nog wel dezelfde passies heb. Dat is het verschil. Sommigen hebben een grote passie en dat blijft zo voor de rest van hun leven en daar bijten ze zich volledig in vast. Ik heb vele passies, vorige, huidige en toekomstige. Wat mijn toekomstige passies zijn weet ik natuurlijk nog niet, maar ik weet dat ze zullen komen. Dat is dan wel weer het leuke van relativeren, er komt altijd wel weer wat nieuws op mijn pad waar ik me dan tijdelijk druk om kan maken.

Genoeg van dat alles. Vanmorgen, op moment van schrijven is het 10 februari 2018, raakte ik zowaar toch ook weer begeesterd van Carnaval. Carnaval is een latent virus dat diep kan wegzakken maar toch telkens weer, toevalligerwijs zo rond Carnaval, de kop weer opsteekt. Zo ontdekte ik in de krant een stuk over onze zustervereniging De Bultruters. Ik viel zowat van mijn stoel! Ze lieten hun praalwagen zegenen door een pastoor. Fijn om te lezen dat ook de Bultruters zich tegenwoordig bedienen van een carnavalsstunt. Hebben de Kloosterwiekers bij tijd en wijle de ganse gemeenschap tuk met hun fratsen, de Stunt-van-de-Eeuw-Prijs gaat dit jaar toch echt naar de Bultruters.

Toch knaagt er iets. Het ziet er namelijk verdomd serieus uit, dat artikel over die pastoor. Het zal toch gaddakke niet waar zijn? Maar het is wel waar. Tijdens de optocht, ik ga natuurlijk wel altijd kijken, kwam ik in gesprek met een dame uit Bultrutersland en die bezwoer me dat er echt een pastoor is geweest die de kar echt heeft gezegend. Toevallig hoorde ik afgelopen weekend uit tweede hand dat ook de Kloosterwiekers van plan zouden zijn voor volgend jaar een nieuwe prinsenwagen te bouwen. Of het waar is weet ik niet maar de schrik sloeg me om het hart.

Geachte Kloosterwiekers: ik heb jullie allemaal even lief. Ik koester jullie allemaal aan mijn grote warme hart. Maar heb niet het lef om jullie eventuele nieuwe kar volgend jaar door een religieus vertroebelde geest te laten zegenen. Carnaval is een verbroederend feest voor alle Ter Apelers en tevens voor alle bezoekers van heinde en verre. Schifting der zielen op basis van levensbeschouwelijke voorkeuren zijn derhalve uit den boze. Twist, schoolstrijd, verzuiling en kerkscheuring zullen jullie deel zijn. Maar misschien valt het allemaal ook wel weer mee.

vrijdag 15 december 2017

Ik heb een AT.....

Wie wel eens naar een Amerikaanse film of serie kijkt waar FBI, CIA, en spionnen in voorkomen ziet ze wel. Mannen en vrouwen die met een hand aan hun oor hun omgeving compleet negeren en aandachtig naar het grote niets staren. Ze stappen in het rond als een puber op cowboylaarzen en zwaaien met hun schouders heen en weer als Zeeuws Meisje met tegenwind. Daarbij trekken ze een gezicht alsof ze wel degelijk een gewone burger zijn. In hun oor hebben ze dan een dingetje waardoor ze kunnen horen wat de commanding officer te melden heeft. En ze kunnen er ook door terug praten. Een zogenaamd ‘oortje’. Bejaarden hebben ook veelvuldig oortjes. Daar praat men ook wel eens in maar dat hoort verder helemaal niemand. Mijn vader zat de laatste jaren ook veel met zijn hand aan zijn oortje, starend in het grote niets. Maar daar was verder niets spannends aan.






Ik ging voor mijn bier altijd al naar de Lidl. Volle tray halve liters Veltins. De laatste tijd ging ik wel eens naar de Getraenkehalle in Haren Dtsl. De smaakbeleving van zo’n dikke fles naast mijn geërfde Warsteinerglazen uit moeders glazenkast is beter als bij zo’n papierdun blikkie. Maar nu had ik dus last van gemakzucht en toog ik maar weer eens naar de Lidl. Het was smoordruk en dus waren er wel 2 kassa’s open. Elk met een rij tot aan de vleeswaren. Bij de Lidl hebben ze ook oortjes. En een Alcohol en Tabak procedure.  Als er iemand met alcohol of tabak bij de kassa komt moeten de medewerkers dat in hun ‘oortje’ roepen: “Ik heb een AT!” De lieftallige dame die me voor mijn bier liet betalen zei het op een verzuchtende toon,  alsof ze voor de zoveelste keer een lege fietsband had en het stadium van chagrijn al lang voorbij was en was overgegaan op berusting : “Mijn band is weer eens leeeeg…….. Ik heb een ATeeee….”.

Een oudere man achter de andere kassa, de baas waarschijnlijk, zei het op een toon alsof hij een terrorist zag aankomen terwijl hij juist de koning aan het beschermen was. “Bedreiging op rechts! Bewapend! Red alert! ........ Ik heb een AT!” Dat klinkt toch heel anders. Hij wist dat wij allemaal naar hem keken. Wij konden immers toch geen kant op. Natuurlijk moest hij terwijl hij op de kassa aan het rammelen was tevens in zijn oortje praten. Hij kon er zelfs de telefoon mee opnemen. Of de telefoon daadwerkelijk over ging weet ik niet maar hij keuvelde er luidkeels op los. Tussendoor kon hij ook mooi bevelen naar ondergeschikten roepen op de groenteafdeling. “Hoofdkantoor belt! Levering komt later! Onmiddellijk nu eerst de bloemkolen! Appels in de volgende zending!” Man, man, man wat is dat stoer zo’n oortje.

Ik vroeg aan de juffrouw wat een AT was. Ik verstond alleen ‘alcohol en tabak’ en ‘vier ogen’. De rest ging verloren in de brij aan informatie die stantepede verzonk in mijn sponzig geheugen. Als ik later dement ben en niet meer weet dat ik nog leef dan zal ik waarschijnlijk, als de kleinkinderen op bezoek zijn voor het laatste afscheid, met mijn hand aan mijn oortje starend in het grote niets plotseling uitroepen wat een AT precies is. Volgens mij ging het er om dat er iemand met de kassajuffrouw mee moest kijken of de klant wel 18 is. In mijn geval bestond daar geen twijfel over, stelde ik met zekere weemoed vast.

dinsdag 14 november 2017

Maarten Luther


Op 31 oktober 2017 was het 500 jaar geleden dat Luther zijn 95 stellingen aan de kerkdeur te Wittenberg spijkerde. Die schreef hij in het latijn. Dat zal de gewone man in Wittenberg fijn gevonden hebben want die las geen latijn. Het is vermoedelijk ook helemaal niet waar (Wikipedia). Los van deze geschiedkundige beeldspraak is deze aanklacht tegen de moederkerk het begin van wat wij later de reformatie zijn gaan noemen. Luther heeft ongetwijfeld alle reden gehad om zich tegen Rome te keren en daarin stond hij vast niet alleen. Wel vroeg ik me af waarom hij dat nou juist op Halloween deed. Verkleed als killerclown sloop de monnik Maarten Luther in pikkedonker door de straten van Wittenberg met een uitgeholde pompoen op een stok met een kaars er in. In een onbewaakt ogenblik prikte hij stiekem zijn geschrift tegen de kerkdeur. Als de pastoor, of de koster, hem zou betrappen zou er zeker wat voor hem zwaaien! Brrrrr!  Zoiets stel ik me dan voor want ik heb een levendige fantasie.




Maar later las ik dat Halloween komt van All Hallows Eve en dat is in gewoon Nederlands de vooravond van Allerheiligen, de avond van 31 oktober. Dat is ook de avond van een heidens (Keltisch) feest. “Bij de Kelten begon na de oogst, op 1 november, het nieuwe jaar. En ze geloofden dat bij het begin van het nieuwe jaar de geesten van de overledenen een poging deden om een lichaam te kapen van een levende, om daarmee het nieuwe jaar in te gaan. Op dat moment konden de wereld van de doden en de wereld van de levenden elkaar ontmoeten. ” (bron: www.gerritveldman.nl)

Een dag na Allerheiligen is het Allerzielen. Op die dagen is er druk verkeer op weg naar en terug uit het vagevuur. Heiligen hoefden niet naar het vagevuur. Gewone stervelingen moesten dat wel, dan werd je ziel weer schoongebrand, maar als je nou bij de plaatselijke pastoor een zak geld afliet dan zorgde hij ervoor dat je in de koets kwam die rechtstreeks naar de hemel reed. Enkeltje rechtstreeks, stopt niet bij vagevuur. Een soort Monopoly met zielen. Maarten vond dat maar niks, die aflaathandel, en omdat aflaten te maken hebben met Allerheiligen en Allerzielen deed Maarten zijn ding op Halloween. Vagevuur is trouwens typisch rooms. Katholieken komen zomaar niet in de hel. Dan moet je het wel erg bont maken. En dan nog is er genade mogelijk. Luthersen doen niet aan vagevuur. Niks boetedoen en dan alsnog naar de hemel! De hel in! Branden zal je! Voor eeuwig!

In ieder geval was de herdenking van deze daad van protest aanleiding voor Koning Willem om zijn gezicht en zijn vrouw weer eens te laten zien. De koning was aanwezig bij de viering van 500 jaar reformatie. Alsof dat iets is om te vieren: de hele zondag een beetje in je zwarte kousen zitten te kniezen. Gezellig hoor. Het past ook in het geheel niet in mijn beeld van een onafhankelijke koning voor iedereen. Tenzij hij te zijner tijd bij het 25-jarig jubileum van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster aanwezig is, hetgeen ik waag te betwijfelen. Beetje wrang vind ik het ook want in deze tijd die bol staat van politieke correctheid had Willem zich wel eens mogen laten informeren over wie Luther eigenlijk was. Als ik het even kort voor u mag samenvatten: een xenofobe antisemiet met extremistische trekjes. Alle synagogen en huizen van joden moesten in brand worden gestoken en iedere jood die zich niet wenste te bekeren tot het christendom kon van Maarten aan het gas. Ook de Islam was niet populair bij Luther. Hij riep Karel V op om een oorlog tegen de Turken te beginnen want Mohammed was geen profeet maar een kind van de duivel. Keizer Karel was van dat gesteukel echter niet gediend zodat Maarten moest onderduiken om aan de galg te ontkomen. Eeuwen later was het gedachtegoed van Luther een dankbare bron voor Nazi-Duitsland om de Joden opnieuw op de korrel te nemen. Of Geert Wilders de ideeën van Luther als bron heeft voor zijn jacht op de Islam is mij niet bekend. Hij heeft het wel steeds over de Joods-Christelijke normen en waarden die we moeten bewaken en bewaren. Nou, lekker dan. Antisemitisme is een christelijke uitvinding bij uitstek dus hoe hij dat nou precies bedoeld is me niet geheel duidelijk. Om van de houdbaarheid van die zogenaamde christelijke normen en waarden maar te zwijgen.

Ik heb in mijn gesprekken en contacten met gelovige mensen nooit iets gehoord over deze duistere kant van Luther. Wel valt me telkens weer op dat er in reformatorische kringen vanuit wordt gegaan dat het ware christendom eigenlijk pas begint in 1517. Lekker makkelijk, je laat de roomse missionarissen en inquisiteurs 1500 jaar lang de hete kolen uit het vuur halen met gevaar voor eigen leven en als dat dan klaar is zeg je gewoon: “Die roomsen hebben het helemaal fout!”. Kinderachtig, laf en historisch onjuist want men gaat voorbij aan 15 eeuwen ontstaansgeschiedenis. Om kort te gaan: zonder Rome geen reformatie. Overigens heeft de actie van Luther ertoe geleid dat veel meer mensen in de gaten kregen hoe eenvoudig het eigenlijk is om onder het kerkelijke juk vandaan te komen: gewoon niks meer van aantrekken en voor jezelf beginnen. Dat heeft geleid tot een oerwoud van ontelbare afsplitsingen en kerkscheuringen. Als u wilt weten hoe dat in zijn werk gaat raad ik u de boeken van schrijver Maarten ’t Hart aan, daar staat dat haarfijn in beschreven.

Nee, als ik ooit in God ga geloven dan word ik weer gewoon katholiek. Rode wijn, cognac, krentenbrood en carnaval. En tussendoor is er altijd wel een reden om het glas te heffen op een of andere heilige. Ik snap werkelijk niet wat die calvinisten bezielt. Was het niet Jezus zelf die water in wijn veranderde en voedsel vermeerderde? Nou ja, ik zal het wel niet goed zien.

Op naar Sinterklaas. Ook zo’n goedheiligman.

dinsdag 12 september 2017

Lief zijn voor de Antichrist

Ik neem een stukje aarde in beslag, ik heb het vruchtgebruik van de grond waarover ik loop en dat wordt dan nog net gedoogd, maar eigenlijk doe ik er helemaal niet toe. Ik behoor weliswaar tot de diersoort mens maar dan van een mindere soort. Een Untermensch. Slachtvee. Disposable.

Schrijven over religie lukt niet met een scherpe pen gedoopt in zuivere, bijna transparante natuurinkt maar dat kan alleen met een 14 centimeter blokkwast uit de bouwmarkt, druipend van de zwarte koolteer. Schrijven over religie is als met een 40 ponds kloofbijl een luciferstokje splijten in 10 exact gelijke flintertjes fineer. Dat gaat altijd mis. Je raakt altijd wel iets wat je niet wilt raken. Er is altijd wel iemand geraakt die je had willen ontzien. Het zij zo. Er zijn zo’n zeven miljard mensen op aarde. De helft daarvan geloofd in iets bovennatuurlijks, de andere helft niet. Van die drieënhalf miljard gelovige mensen wereldwijd zijn er pakweg vijfhonderdduizend bevindelijk gereformeerd. En die wonen in Nederland. En alleen die kolonie doet er toe. De rest kan weg. Die worden vroeg of laat vernietigd door de Antichrist.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik tot voor kort niet wist wat werd bedoeld met de Antichrist. In mijn onschuldige katholieke jeugd werd zulke taal niet gebezigd. Op de kleuterschool leerden wij van de nonnen een liedje, een gebedje eigenlijk. Het ging zo: “Lieve Heertje, geef mooi weertje, geef een mooie dag, dat het zonnetje weer schijnen mag.” Later op de Bonifatiusschool ging het verhaal van Jezus voornamelijk over lief zijn voor elkaar. De nadruk lag op fatsoen, op barmhartigheid en op naastenliefde. Wat gij niet wilt dat u geschied, doe dat ook een ander niet. Het ging over de balk in je eigen oog en over de splinter in die van de ander. Alleen dat stukje over de andere wang toekeren was aan mij niet zo besteed. Over de Antichrist werd met geen woord gerept.

Als praktiserend atheïst schop ik wel eens tegen heilige huisjes aan en wie de bal kaatst kan hem terug verwachten. Zo overkwam het me laatst dat iemand mij vroeg of ik soms de Antichrist ben. Nu moet ik eerst even ter verduidelijking een vergelijking maken met Sinterklaas: als je niet in Sinterklaas geloofd, moet je dan nog bang zijn om in de zak meegenomen te worden naar Spanje? Precies. Dus omdat ik niet geloof dat er een god is zeggen begrippen als ziel, hemel, hel en zoals nu dus de Antichrist mij niet zo veel. Aanvankelijk nam ik het voor kennisgeving aan. Maar omdat ik niet wist wat dat was ging ik op onderzoek uit. Zo kwam ik er achter dat de Antichrist wel zo ongeveer het allerergste is wat de diepgelovige mensheid kan overkomen. Ze kunnen mij afvallige noemen, of ongelovige, of dwalende, of verloren ziel, of gemakshalve gewoon atheïst wat eigenlijk het meest voor de hand ligt, maar geen Antichrist. Antichrist gaat over eindtijd, over beesten die uit de zee komen en beesten die van het land komen en die krijgen het volk achter zich en zo vernietigen ze de hele aarde en alles wat daarop is. Of zoiets. Alleen de Nederlandse club van 500.000 wordt gespaard. Er zijn zelfs, los van de bijbel, hele boeken over de Antichrist geschreven. Een hooggeleerde dominee schreef in zo’n werkje dat Adolf Hitler ook een Antichrist was want die had het land Israël verminkt. Dat het land Israël pas in 1948 is opgericht als gevolg van een VN-resolutie op grondgebied van een Britse kolonie toen Adolf Hitler al lang en breed dood was is natuurlijk slechts een detail…. Iemand, vermoedelijk uit die club van 500.000 gezien haar devotie voor de Antichrist, plaatst mij dus doodleuk even op hetzelfde niveau als Adolf Hitler.

De aanleiding was een artikel op de Facebookpagina ZwolleNu. Gelovige mensen hadden voor de school bijbels uitgedeeld aan middelbare scholieren. Ouders waren daar niet van gediend en die klommen in de pen. Er werd veelvuldig op gereageerd. Het viel me op dat van de zijde van degenen die het uitdelen van de bijbels niet zo erg vonden en verdedigden, het argument kwam dat reclame voor bijvoorbeeld maandverband, of de Telegraaf, ook erg opdringerig kan zijn. Het was hun om het even. Reclame is irritant en als je het niet bevalt gooi je het weg. Dat is opmerkelijk want kennelijk is het uitdragen van een religieuze overtuiging op de Pyramide van Maslow van hetzelfde niveau als maandverband. Zo van: “Heb je er nog aan gedacht maandverband voor me mee te nemen uit de supermarkt?”, waarop het antwoord luidt: “Nee sorry vergeten, ik was psalmen aan het zingen en zieltjes winnen en bijbels aan het uitdelen. Maar zakdoekjes heb ik wel meegenomen”. Kortom, een volstrekt onhoudbare stelling uit het Handboek Apologetiek. Ik vroeg wat het doel zou kunnen zijn geweest van het ongevraagd in de hand drukken van bijbeltjes in puberhandjes, nog los van de vraag of het dezelfde mentale impact op zo’n kind heeft als reclame voor maandverband. En of men dan werkelijk geloofd dat het ongevraagd uitdelen van bijbels bijdraagt aan het verspreiden van de blijde boodschap. Daarna plaatste ik nog een opmerking over de inhoud van de bijbel en welke impact dat heeft op mensen die niet gediend zijn van religieuze opdringerigheid. Dat was genoeg om de lange tenen van religie te raken.

Dus wee degenen die net als ik niet willen dat een bevolkingsgroep keer op keer een uitzonderingspositie verwerft op wet- en regelgeving die voor ons allemaal zou moeten gelden en die zichzelf daarnaast vrijwillig leefregels oplegt en daarbij eist dat die leefregels ook voor mij moeten gelden. Wij zijn kennelijk van hetzelfde morele niveau als Adolf Hitler. Nou, bedankt dan maar weer. We moeten het er maar mee doen.

De kans dat de dame die mij vergeleek met Adolf Hitler om de eenvoudige reden dat ik niet geloof wat zij geloofd dit stuk ooit te lezen krijgt is denk ik nihil. Maar wens ik haar verder alle goeds toe. Want we moeten lief zijn voor elkaar, heb ik vroeger geleerd.

zaterdag 12 augustus 2017

BiG M 420

We waren in de dierentuin. Niet zo’n modern belevenispark met hier en daar een gnoe en een verdwaalde prairiehond. Nee, dit is een groot bos aan de rand van de stad waar honderden beesten wonen. Parkeren doe je vlak voor de poort en voor de hele dag kost dat net zoveel als een softijsje. Er is één loket en daar koop je een kaartje voor de prijs van Wiener Schnitzel mit Pommes. 

De propvolle shop heeft een vloeroppervlakte van een normale doorzonwoonkamer. Dat is inclusief de diepvries met ijsjes. De toonbank wordt beheerst door een struise dame van middelbare leeftijd die waakt over haar handel als een wolvin over haar welpen. Verder is er op het park nóg een uitspanning. Ook weer een loket in de muur waar je in de rij gaat staan voor je versnapering. De bezetting achter de balie bestaat uit een stuk of vijf vrouwen die elk een eigen taak hebben. Het is druk op het terras. Maar ze blijven vriendelijk en behulpzaam, ook voor kleine kinderen met ongeduldige moeders. Er is nog tijd voor een kwinkslag links en rechts. De dierentuin ziet er uit als Dierenpark Emmen vroeger maar dan met achterstallig onderhoud. Bij de tijgers vraag je je ongerust af of het stuk kippengaas van drie meter hoog voldoende is voor als het beest echt naar buiten wil. Waarschuwingsbordjes zijn overbodig, je laat het wel uit je hoofd om dichterbij te komen. De giraffen en de struisvogels hebben alle ruimte om de inhoud van de kinderwagen te besnuffelen. Ouders worden geacht zelf op hun kroost te letten. De hoofdact bestond uit twee bruine beren zoals we mochten opmaken uit het reclamebord. Eenmaal terug, zere voeten en zweet op de rug, schoot het ons weer te binnen: we hebben die beren helemaal niet gezien……

Het leuke van Mecklenburg Vorpommern is verder dat je nog stukjes land tegen kan komen waar de laatste 70 jaar niks meer aan is gedaan. Sla gewoon ergens op een hoofdweg links of rechts af en je bent in een andere tijd. Oude dorpsgezichten zijn nog gewoon als zodanig in gebruik. En dat zonder overbodig onderhoud of mooimakerij. Dat geeft ze een natuurlijke uitstraling. Al staan er tegenwoordig dan wel Japanse en Koreaanse auto’s tussen de rommel, wat overigens niet eens misstaat. Wat verder heel leuk is is dat het personeel in winkels, horeca en de plaatselijke dierentuin veelal bestaat uit volwassen mensen. Het kan dus wel zonder die typisch Nederlandse kinderarbeid. Op de  terugweg gingen we nog langs de supermarkt. De man van de slagerij kon wel raden dat wij uit Holland kwamen. Zelf was hij pas nog in Holland geweest. Noordzeekust. Hij heeft er genoten zei hij. Dat doet me deugd.

Langs het weggetje naar ons vakantieverblijf stond een groot bord. ‘Staudengärtnerei’ stond er op. Een grote pijl eronder gaf de te volgen rijrichting aan. Na twee dagen wilden we persee weten wat Stauden zijn. Na een half uurtje dwalen door de negorij kwamen we weer langs zo’n bord. Het moest vlakbij zijn. Achter een hoge heg stond een kleine hobbykas, nauwelijks groter dan de borden waarmee ze werd aangekondigd. We besloten om thuis maar even op Google te kijken. Terug naar de bewoonde wereld bleven we steken achter een lomp gevaarte wat beide weghelften nodig had. Dit tot groot ongenoegen van tegenliggers en van de auto’s achter ons, want inhalen was onmogelijk. Achterop het ding stond met grote letters de typeaanduiding geschreven. Wat voor machine dat is besloten we ook later op te zoeken. Maar eenmaal met de beentjes omhoog in de ligstoel was ik niet meer zo nieuwsgierig. We zijn nu alweer twee weken thuis. Onder uit een tas kwam een briefje tevoorschijn waarop de woorden Stauden en Big Muro geschreven stond. Stauden was snel gevonden: het is Duits voor vaste planten. Big Muro was een probleem, geen enkele hit. Big Muzo dan? Ook niet. Echtgenote wist nog dat het op die machine stond, je weet wel, waar we achter zaten, toen. Oh ja, dan maar gezocht op achtereenvolgens combines, oogstmachines, merken landbouwmachines, Erntemaschinenhersteller, niets leverde Big Muro of Muzo op. Dan maar eens in mijn  geheugen spitten. Ik kon op de namen komen van Claas, Fendt en John Deere. Meer wist ik niet. Geen resultaat. Uiteindelijk, inmiddels flink geagiteerd, was ik op Google afbeeldingen aan het bladeren. Toen viel mijn oog op het merk Krone. Krone Big Muro ingetypt. Jawel! Ik had iets! Het bleek echter geen Muro of Muzo te zijn maar M 420. Beetje snel opgeschreven onder het rijden. Het betreft trouwens een bovenmaatse grasmaaier. Tien hectare per uur of zoiets.

zaterdag 5 augustus 2017

Naakt zwemmen in de paradijsvijver

Ik zag een filmpje voorbij komen op Facebook. Een ouderwetse videofilm uit 1991. Liefdevol gedigitaliseerd om op de hedendaagse sociale media te kunnen worden getoond. Onze plaatselijke postbode ging met pensioen. Collega’s versierden zijn fiets met ballonnen en slingers. Aan de fietstassen hing een stuk karton waarop met een dikke viltstift iets van ‘Laatste Ronde’ geschreven was. Na de laatste ronde zette hij zijn dienstfiets tegen het postkantoor, gaf zijn collega’s en de directeur een hand en ging naar huis. Veertig jaar post bezorgen en klaar was je. Een baan voor het leven. Je kon je gezin ermee onderhouden en je kreeg er een hypotheek op. Zo ging dat vroeger.









Ik verlang erg terug naar de tijd toen alles nog gewoon was. Toen de rechtbank verzoeken om schadevergoeding voor gemiste schoolfoto’s in het openbaar onderwijs vanwege persoonlijke feestjes nog gewoon niet ontvankelijk zou hebben verklaard. Toen we Sylvana Simons nog gewoon een aai over haar bolletje zouden hebben gegeven: “Ach kind, maak je toch niet zo druk”. Toen mannen en vrouwen nog gewoon zo genoemd konden worden in plaats van te worden aangesproken met Genderneutrale Identiteit. Want u snapt wel dat het woord Mens als aanpreektitel erg onbeschoft gaat overkomen op de aanstaande hulprobotten die zichzelf hebben gemaakt als gevolg en met behulp van kunstmatige intelligentie. Want mens zijn ze niet en uit het woord robot klinkt minachting voor hun tere machinezieltjes. Neen, ze zijn een identiteit. Dan hebben we nog niet gehad over het identiteitsprobleem van dieren. Want sommige dieren zijn net mensen. Terwijl in Groot Brittannië de rechter moest ingrijpen om verder onnodig leed van baby Charlie te voorkomen hielden we in Nederland op Facebook een crowdfundactie om een ten dode opgeschreven demente kat met kanker voor dik 3000 euro een experimentele operatie te laten ondergaan. Tien tegen een dat het mormel een roze halsbandje droeg met een zilverkleurig belletje er aan. Om de vogeltjes weg te jagen als poesjelief er eens achteraan zou willen. En dat terwijl het beest nooit buiten kwam.

Als we al deze waanzin ook nog overgieten met een zoetkleverig spiritueel sausje is het laatste restje gezond verstand, nuchterheid, redelijkheid en billijkheid uit onze maatschappij verdwenen. En dan rennen we elkaar achterna van de ene volstrekt irrelevante hype naar de andere. Straks klinkt het op de perrons: “Beste Genderneutrale Identiteiten, Genderneutrale Identiteit 73 (want treinen zijn dan ook zelfdenkende robots met een gevoel en een ziel) vertrekt van perron 4 met een paar minuutjes vertraging.” En in het Vondelpark staat er straks op de bordjes: “Beste Genderneutrale Identiteiten, het is verboden om uw Genderneutrale Identiteiten in het gras te laten schijten. Gebruik bij ongelukjes de daarvoor bestemde Genderneutrale Identiteitenstrontopraapzakjes.” Ziet u het al voor u? Genderneutrale beschuit met muisjes, genderneutrale kinderkleertjes. Het bange zwangere meisje vraagt tijdens de feestelijke nul-uren-echo bij haar thuis als onderdeel van de babyshower, waar het hele dorp voor is uitgelopen, aan de geilkwijlende echoscoopbediener of het kind toch vooral geen uiterlijke kenmerken van geslacht vertoont. Bij de burgerlijke stand wordt bij het vakje geslacht ‘nee’ ingevuld: het kind is ongeslacht geboren. Godsamme, hou toch op.

Ondertussen zal  de verdediging van onze landsgrenzen tot zoiets banaals zijn gereduceerd dat alle genderneutrale defensiemedewerkers verplicht op schildercursus moeten met een roze bril op. Want ook de Mohammedaanse IS strijders die met hun kromzwaarden aan de poorten van de stad staan te rammelen zijn Genderneutrale Identiteiten. Op zondagmiddagen dartelen we allemaal in onze wijdvallende bloemetjesjurken naar de plaatselijke parkvijver om te zien hoe een kunstenares voorzichtig een rietveld inloopt, er geknakte stengels uitplukt, deze op haar mobiele werktafel onder een parasol spalkt en schildert en deze vervolgens onder luid applaus terugplaatst. Daarna schrijft ze er een versje over wat we allemaal hardop moeten nazeggen. Dit verzin ik niet hé, stond vandaag nog in de krant.

Wat leven we toch in een ideale wereld. Iedere eenling of marginale minderheid kan de evolutie door de rechter laten stilleggen vanwege hun Calimero-complex. Minderheidsdictatuur heet zoiets. Verbazend wat een eenling teweeg kan brengen. Dat doet me denken aan wat God zei toen hij Eva betrapte op naakt zwemmen in de paradijsvijver: “Verdomme Eva, nou krijg ik die lucht nooit meer van die vissen af.”

zaterdag 8 juli 2017

Ze is dood.

Ik stond in haar woonplaats vroeger op de markt. Met brood en banket. Bakkerij Het Stoepje, voorheen De Mikke. Daar verscheen ze bijna wekelijks aan mijn kraam. Jaren lang. Ze bleef ook wel eens een paar weken weg, maanden ook wel, maar kwam altijd weer terug. “Hé hallo, ook weer in de grote stad? Gevulde koeken in de aanbieding mevrouw!”. En dan herken je elkaar als je elkaar tegen komt maar meer is het nooit geweest. Hoeft ook niet wat mij betreft want anders komen er binnen de kortste keren 500 man op je verjaardag en dat kan de bedoeling niet zijn. Nog even los van het idee dat ik dan ook 500 verjaardagen zou moeten bezoeken. Theoretisch dan hè.







Als ik haar zou moeten omschrijven dan zou ik zeggen dat ze een zacht karakter had. Ze keek altijd wat zorgelijk vond ik. Maar omdat ik nou eenmaal graag de clown speelde achter de kraam, wat trouwens behoorlijk omzet verhogend werkt op de markt, kwam er vroeg of laat altijd wel een glimlach tevoorschijn. Ook als ze wat langer moest wachten omdat het druk was. Verder sprak ze met een zachte stem en die verhief ze nooit. Soms sloot ze even haar ogen en wachtte een paar seconden en dan keek ze me weer aan. Dan wist ik dat ik me gedeisd moest houden en even moest luisteren. Verder kwam er van haar kant nooit een onvertogen woord. Nooit. Ik zei altijd beleefd ‘mevrouw’ tegen haar want ze was een stuk ouder dan ik. Dat is trouwens wel gek. Ik heb altijd het idee gehad dat bijna iedereen ouder is dan ik. Aan de kraam kwamen veelal oudere klanten, mensen waar je verder zaken mee deed, vertegenwoordigers en ander los lopend spul, allemaal ouder. Maar de laatste jaren is dat beeld wat aan het kantelen. Geen idee hoe dat kan. Mensen die ik niet ken spreken mij vaak zomaar spontaan aan met meneer. Of soms hangen ze een verhaal aan mij op waarvan ik denk: ‘Jezus, kind, ik had je vader kunnen zijn. Moet ik dit allemaal aanhoren?’ Maar andersom kan ook. Laatst was ik in een woning van een jongeman en die begon meteen met jij en jouw alsof ik bij hem in de klas had gezeten. Dat voelde toch ook wel heel apart. “Nou ja, zal er wel bij horen, had ik maar niet zo oud moeten worden”, zei mijn pa altijd.

Even terug naar de mevrouw aan de kraam. Na mijn vertrek van de markt heb ik haar vanzelfsprekend nooit meer gezien. Maar jaren geleden kwam ik haar via mijn huidige werk weer tegen. Meteen was er de herkenning, van beide kanten. “Goh, dit is ja heul wat aans as op’t maarkt stoan ja.”, meende ze. Daar moest ik haar wel gelijk in geven. Toevalligerwijs kwam ik juist in haar woning wat vaker dan normaal want in haar ventilatiesysteem moeten elk half jaar filters worden vervangen. En onlangs belde ik daar weer aan en toen deed er een onbekende mevrouw open. Eerst dacht ik even dat het een dochter was of een zus of zo, of gewoon iemand die daar op bezoek was, en dat ik haar dan straks wel in de kamer zou zien. Maar de kamer zag er heel anders uit. En ik wist zeker dat ik in het juiste huis was. Ze woonden hier net vijf weken. Wat of er dan wel met de vorige bewoner is gebeurd. “Ik heb heurt dat ze is overleden….”, hetgeen later door buren werd bevestigd.

Ik moest er even van bijkomen. Iemand die je eigenlijk helemaal niet kent maar ergens toch ook weer wel is dan zomaar dood. Ze had er de jaren wel voor hoor, daar niet van. “Dik in overuren”, zeggen we dan. En dood gaan we allemaal een keer heb ik me laten vertellen. Maar het was toch wel een beetje een schok.