zaterdag 9 maart 2013

Uit de oude doos…………


Het schrijven van verhaaltjes die zijn gebaseerd op een waar gebeurde anekdote doe ik al heel lang. Op mijn harde schijf vond ik enkele stukjes die ik in 1996 schreef voor een reclameblaadje wat werd uitgegeven door de bakkerij De Mikke waar ik toen marktkoopman was.

Vandaag deel 2:  Het IJsje…..



Het ijsje.

Bij een van de kramen van de Mikke komt zeer regelmatig een aardige mevrouw. Met Stefan. Stefan is haar zoontje. Nauwelijks drie turfven hoog stapt hij opgewekt achter moeders aan. Stefan is al groot! Stefan kan al praten! "Da bakke!", roept Stefan. "Ha boef!", zegt de bakker. Stefan loopt altijd meteen achterom. Dat is veel spannender dan bij mamma voor de kraam. Hij kan dan fijn de bakker op z'n vingers kijken. En hij kan de ijsjes van dichtbij zien. Als hij zijn handje uitsteekt kan hij er zelfs bijkomen!

"Stefan ijsje!". Hij bedoelt een klein hoorntje gevuld met créme en met een dekseltje van chocola. Het lijkt precies een ijsje. De jongens van de Mikke geven ze aan de kleintjes die met hun moeder naar de markt komen. De kinderen weten het precies. Een plakje worst bij de slager, een mandarijntje bij de groenteboer, overal krijgen ze wel wat. Met mamma naar de markt is best leuk! "Kindertjes die vragen worden overgeslagen!", probeert moeder nog. Onbegonnen werk. Stefan wil gewoon het ijsje waar hij recht op heeft.

"Stéfan ijijijsje !!" De mamma van Stefan neemt de zaak hoog op. Haar zoon is toch zeker geen schooier. Moeders moeten soms streng zijn. Kennelijk is vandaag Stefans moeder aan de beurt om streng te zijn. "En je krijgt géén ijsje !" zegt ze zeer beslist. De bakker en mamma gaan over tot de orde van de dag. Op Stefan wordt niet meer gelet. Brood en wat lekkers bij de koffie. Moeders bestelt royaal. De bakker pakt gedienstig in. Tasje erom mevrouw? Dan zijn ze klaar. "Ga je mee Stefan?" Stefan gaat zomaar mee. Geen woord meer over het ijsje. Blijkbaar heeft moeder toch indruk gemaakt. Zie je wel! Af en toe moet je streng zijn. "Ga je geen dag zeggen tegen de bakker?" Nee. Soms moet ook Stefan streng zijn. Als ze een paar meter weg zijn draait Stefan zich om. Toch nog even dag zwaaien. Uit zijn knuistje steekt nog net zichtbaar een ijsje omhoog.

woensdag 6 maart 2013

Dirkie Thee


Haar landgoed was 50 vierkante meter groot. Inclusief bebouwing. In de tuin deelden de poepdoos en het kolenhok hetzelfde dak. Zes stoeptegels deden dienst als tuinpad. Haalde je drie tegels weg dan was dat het grasveld. Het was het derde huis in een rijtje van vier. Op de hoek stond een woon-winkelpand welke dienst deed als café. De woning was zo groot als een ansichtkaart met beneden de kamer, de keuken en de hal met trapopgang. Boven was een slaapkamer. Op de overloop stond een ladder die naar de gezamenlijke zolder leidde. Het blok vormde de nieuwbouwwijk, de rest van het dorp bestond uit vrijstaande huisjes, winkeltjes, boerderijen, een molen en een smederij. De straat was net breed genoeg voor een paard en wagen.

Ze verdiende de kost door deur aan deur thee te verkopen aan de rijke lui die in landhuizen en villa’s in de wijde omtrek woonden. Hieraan had ze ook haar bijnaam te danken, Dirkie Thee.  Ze had een transportfiets met voorop een rieten mand. Zes dagen in de week fietste ze tientallen kilometers per dag. In de zomermaanden verhuurde ze haar slaapkamer aan toeristen. Dat waren gegoede burgers en middenstanders uit de stad die drie dagen per jaar op vakantie gingen op het platteland. Als ze gasten had sliep ze zelf op zolder. Ooit had ze omgang met een dagloner die in een hutje op de hei woonde. Klinkt romantisch maar was het niet. Het was een hut van plaggen, een paar planken en dikke takken. Een handvol bakstenen vormde de vuurplaats. Ze zijn een maand verloofd geweest. Het huwelijk ging niet door want op een kwade dag vatte het hutje vlam. Een kist was niet meer nodig. Enkele verkoolde resten werden in een kruiwagen naar het kerkhof gebracht en daar in een hoek begraven. De koster maakte van latten een kruis en schreef daarop de naam waaronder hij in het dorp bekend stond, Jan Bedstro. Niemand heeft ooit zijn echte naam geweten en Dirkie heeft het nooit meer over hem gehad.

Op een late zaterdagmiddag stopt er voor haar deur een rijtuig. De koetsier springt van de bok en houdt het deurtje open voor een deftige doch kwieke heer met een hoge hoed. Hij is nauwelijks binnen of de buren horen een hoge gil, een geruststellende bariton en later hard lachen. Daarna is het een hele tijd stil. Uiteindelijk komt de man weer naar buiten. Hij heeft een rood hoofd, de hoed in de hand en ziet er verfomfaaid uit. Dirkie staat in de deuropening met een deken om en loshangend haar. Er speelt een vage glimlach om haar mond. Als de dorpelingen de volgende morgen naar de kerk gaan zien ze dat de gordijnen bij Dirkie nog dicht zijn. Ze slaan er verder geen acht op. Als ze na de kerk terugkomen staat het huis van Dirkie leeg, geen gordijnen meer, geen meubels meer, niets. De deur is op slot en de transportfiets is ook weg. Niemand heeft ooit nog iets van Dirkie gehoord.

Er wordt wel eens verteld dat op de plek waar nu Theehuis “Het Mandje” staat vroeger een plaggenhut stond. In het hoekje onder de treurwilg op het oude kerkhof groeit een bijzonder plantje, Galium Odoratum, ook wel Asperula Odorata genoemd. Er zou een verband bestaan tussen die twee plekken maar het fijne ervan weet niemand. Het theehuis heeft een nieuwe soort op de kaart staan, Bedstro-thee. Een bijzonder drankje.

donderdag 28 februari 2013

Pijpen schat…..

Ik ben in de fout gegaan. Vreselijk. Ik snap zelf niet hoe het heeft kunnen gebeuren. Ik heb gisteravond per ongeluk een uitzending van PowNews gezien. Ja, onvergeeflijk natuurlijk, maar plotseling schrok ik op en constateerde tot mijn grote schrik dat de tv stond afgestemd op een zender waarvan de intervallen tussen de reclameblokken door net lang genoeg zijn om de aandacht van de doelgroep vast te houden. In de reclameblokken wordt het publiek deelgenoot gemaakt van onder andere de emotionele uitbarsting van een pratende ovenschaal. Als de inhoud van de spotjes een afspiegeling zou zijn van de geestelijke reikwijdte van de doelgroep dan is het met Nederland droevig gesteld. In dat licht is het geen wonder dat onze zogenaamde kenniseconomie nooit van de grond is gekomen. Maar goed, PowNews.

Het hoofdonderwerp in de uitzending van gisteren was de uitslag van een sexonderzoek welke door het weekblad Viva is gehouden onder vrouwen. Hamvraag was waar de vrouw opgewonden van raakt. Volgens PowNews blijkt het oraal bevredigen van de partner het meest effectieve afrodisiacum voor de vrouw te zijn. Let op, ik zeg ‘van’ de partner, niet ‘door’ de partner. Ik denk dat de losse verkoop van deze uitgave alle verkooprecords van de Viva zal breken. Het leidt geen twijfel dat de redactie van Viva stiekem bestaat uit mannen en dat deze de uitkomst van het onderzoek van te voren, in een hilarische redactievergadering, zelf hebben vastgesteld.

Ik wacht met spanning op de Viva. Zou het er echt zo staan? Stel je eens voor dat je tegen je partner zegt dat als ze zich zelf een plezier wil doen best jouw lid ter mond mag nemen. Wat zijn mannen toch genereus, soms. Maar ergens klopt er iets niet. Toen ik als kind vroeger geen spruitjes wilde eten werd me wel eens verteld dat als ik ze maar gewoon at ik ze dan vanzelf lekker zou gaan vinden. Daar ben ik nooit ingetrapt en ik vind spruitjes nog steeds vies. Het was wellicht beter geweest als men er toen bij verteld had dat spruitjes goed zijn voor de tanden. Dat brengt me trouwens op een idee…..

woensdag 20 februari 2013

Uit de oude doos…………

Het schrijven van verhaaltjes die zijn gebaseerd op een waar gebeurde anekdote doe ik al heel lang. Op mijn harde schijf vond ik enkele stukjes die ik in 1996 schreef voor een reclameblaadje wat werd uitgegeven door de bakkerij De Mikke waar ik toen marktkoopman was.

Vandaag deel 1:  Vergeten…….



Vergeten.

Heeft u dat nou ook wel eens? Het gevoel hebben dat je iets vergeet maar niet weet wat? Dat is nou ook laatst een van de Mikke-boy's overkomen. Om voor mij onbegrijpelijke redenen wil hij anoniem blijven.
Het volgende is het geval. Op een goede dag in een drukke periode komt ons lijdend voorwerp in Hoogeveen aan. Volgens goed gebruik wordt de marktwagen op een leeg parkeerterrein achtergelaten en gaan we met alleen de bus naar de bakkerij om te laden. Zo ook vanmorgen. Wellicht is ons slachtoffer wat in de bonen of is hij ergens door afgeleid. Hoe het ook zij, na nog eens drie keer te hebben gecontroleerd of hij alles bij zich heeft gaat hij op weg naar de markt. De reis verloopt voorspoedig, het lijkt wel of zelfs de bus er extra veel zin in heeft vandaag! De twee rotondes op het industrieterrein worden flitsend genomen. Met speels gemak neemt hij de steile helling over het spoor. Hij draait rechts af de snelweg op. Automatisch kijkt hij in de spiegel of hij de bocht ruim genoeg neemt en de aanhanger netjes volgt. Aanhanger? Welke aanhanger? Toch niet die aanhanger die nog op dat parkeerterrein staat te wachten? Helaas...... Het duurt nog vijf minuten tot de volgende afslag en dan nog het hele eind terug...... Dit zullen we nooit meer vergeten!

zondag 17 februari 2013

Geachte gelovige,

Een atheïst is iemand die niet in goden geloofd. In geen enkele. Meer is het niet. Een atheïst is niet tegen het geloof, zoals veel mensen denken. We leven in een vrij land en we kennen hier vrijheid van godsdienst. Iedereen mag geloven wat hij/zij wil, er zullen weinig atheïsten zijn die u daar van af willen brengen. Geloven is prima, maar dan graag in de privésfeer.

Naast gelovige bent u ook lid van deze maatschappij, met wetten en regels die voor ons allemaal gelden. Met de nadruk op allemaal. Zo mogen wij allemaal niet harder dan 50 km/u in de bebouwde kom. Iedereen snapt dat het niet zo kan zijn dat gelovige mensen als uitzondering wel harder mogen dan 50. Zo zijn er ook wetten en regels over dierenwelzijn, over winkelsluitingstijden, over abortus en euthanasie en over discriminatie. Waarom moeten op al deze regels allerlei uitzonderingen worden gemaakt en aanpassingen worden gedaan op basis van religieuze sentimenten? Atheïsten vinden het prima als u nooit abortus bij uzelf zult laten plegen, dat u nooit zult kiezen voor euthanasie bij uzelf en dat u nooit met iemand van hetzelfde geslacht zult trouwen. Maar vindt u nou werkelijk dat u het recht hebt om anderen daarover te beoordelen en te veroordelen, omdat u er voor kiest om te geloven dat er een god is die dat verbiedt?

Een stap verder gaat het als u daarnaast anderen iets aandoet wat zij niet willen. Mondiaal willen gelovigen het recht hebben onnodig dierenleed te veroorzaken, willen ze weerloze kinderen genitaal verminken, willen ze niet dat homo’s trouwen , zaaien ze haat tegen homo’s door er pertinente onwaarheden over te verspreiden, laten ze een hele generatie mensen van een heel werelddeel verloren gaan aan HIV omdat ze hun het gebruik van condooms ontzeggen en weigeren ze vrouwenrechten te erkennen. Laat ik hier stoppen en niet verder gaan over massaverkrachtingen, genocide en etnische zuiveringen. En dat moeten wij, atheïsten, allemaal maar goedvinden op basis van uw religieuze sentimenten.  In de bijbel staat onder andere: “Wat gij niet wilt dat u geschied, doe dat ook een ander niet”. Het heeft er alle schijn van dat u dat zinnetje heeft overgeslagen. Gerrit Komrij schreef in 1997 in zijn boekje ‘Niet te geloven’ het volgende: “Je krijgt wel eens de indruk dat de ongelovige God vaak serieuzer neemt dan de gelovige zelf. Curieus bij iets wat niet bestaat.” 

Wat het Atheïstisch Verbond kan doen is zorgen voor bewustwording. Beleidsmakers en regelgevers moeten zich ervan bewust zijn dat geloven een persoonlijke keuze is en dat die keuzes geen invloed moeten hebben op de persoonlijke levenssfeer van anderen. ‘God-zij-met-ons’ staat op onze twee-euromunt. Waarom? U kiest er voor te geloven dat er een god is, waarom moet die dan ook met ons zijn? Heeft u de volledige tekst van ons nationale volkslied wel eens helemaal gelezen? Het heeft met Nederland eigenlijk heel weinig te maken, het lijkt voor het overgrote deel meer op een uittreksel van het Oude Testament. Het is juist dat hautaine gedrag wat ons dwars zit. Op zich is het prima als u het beste met ons voor heeft maar doe dat dan op een bescheiden wijze en niet zoals vaak geschiedt, alsof u de wijsheid in pacht hebt. U hoeft uw zorgen niet aan ons op te dringen. Wij redden ons zelf wel. Het concept religie is allang achterhaald. De mens loopt niet meer in berenvellen. We hoeven uit onwetendheid niet meer een god te verzinnen die de bliksem en de donder veroorzaakt. We weten ondertussen veel meer over het heelal, het ontstaan van sterrenstelsels, over wat de aarde is, waarom hij beeft, lava uitbraakt en overstroomt. We weten ook veel meer over welke religies er allemaal zijn, hoeveel mensen er in geloven, en hoe religies zijn ontstaan. En we hebben geleerd dat we heel goed in staat zijn met elkaar samen te leven en er normen en waarden op na te houden zonder religie.

Wat we verder nog even kwijt willen is dat we het erg moeilijk vinden om met u te praten over godsdienstige onderwerpen. Het lastige is namelijk dat u er vele verschillende godsbeelden op na houdt. Het lijkt wel of er net zoveel verschillende godsbeelden zijn als gelovigen. Strikte vertalingen van Bijbel, Koran of Thora lijken er niet te bestaan, iedereen hanteert zijn of haar eigen favoriete versie. Voor wat betreft de Bijbel bent u het er zelfs niet onderling over eens welke grondteksten er wel en niet in thuis horen.  Uw onderlinge verdeeldheid is erg groot. U maakt het ons hierin wel heel erg lastig. Maar ach, ook daarin bent u vrij.

Met vriendelijke groet,
Namens het Atheïstisch Verbond,
Albert Winkel

dinsdag 12 februari 2013

Leeftijdsgrens

Ze keek flink beteuterd toen ik zei dat ze wel haast 38 moest zijn en met diepe verontwaardiging in haar stem meldde ze dat ze nog maar 36 is. Ok, dat had wel wat diplomatieker gekund geef ik toe maar ze gaf zelf het voorschot. Niet zonder trots vertelde ze namelijk dat ze vier kinderen heeft waarvan de oudste 19 jaar is. En dat voor een jonge vrouw wier verschijning moeiteloos de meest elementaire mannelijke reflexen te weeg brengt. Tot mijn niet aflatende grote vreugde verkeer ik in de gelukkige omstandigheid dat ik weliswaar onderweg honger kan krijgen maar altijd thuis kan komen eten.

Vernuftig hoe Moeder Natuur een loopje neemt met de mannelijke oerdriften. De bandbreedte tussen te jong en te oud schuift ze stiekem telkens wat op richting de laatste. Op die manier past ze de instelling van ons kans-op-succes-beoordelingssysteem aan op de redelijkerwijs nog te behalen veroveringen. Zo had Moeder Natuur deze dame reeds ingedeeld in de categorie ‘buiten bereik’ en de opmerking dat ze een zoon van 19 heeft bracht instinct en ratio tamelijk in onbalans. Vandaar mijn nogal kordate constatering van haar vermoedelijke leeftijd.

Verder was het kennelijk van belang om te weten dat de vierde van haar niet had gehoeven. Maar ze kreeg een nieuwe relatie en ja, dan wil je toch samen een kindje, toch? Zo babbelde ze ongegeneerd verder en ik moest moeite doen om uit de intimiteit te geraken richting neutraal terrein. Zodoende zijn nadere details omtrent  zowel coitus als partus van alle vier de kinderen me gelukkig bespaard gebleven.

De jonge man in haar gezelschap had alle uiterlijke kenmerken van een 19 jarige. Gymschoenen, korte mouwen in de winter, coup modelletje ragebol en hij hield zich slungelig zwijgzaam afzijdig. In een poging de situatie te redden complimenteerde ik de knaap met zijn jonge moeder. Alweer fout. De moeder van de jongen is 53. Hij was daar met zijn vriendin. Er was een grens bereikt. De hoogste tijd om door te lopen. 

zaterdag 2 februari 2013

Buut 2013

Het is pas kwart voor zeven als we bij het Boschhuis aankomen. De zaal is nog niet vol en we hebben ruim keus aan zitplaatsen. Ik weet als voormalig insider hoeveel bloed, zweet en tranen er moeten hebben gevloeid bij de buutcommissie, artiesten en alle andere medewerkers op de achtergrond voor het eindelijk zo ver is en het is erg comfortabel om geheel onbelast en onbeladen aan te mogen schuiven. Bij de mensen die ik tref spat de adrenaline zowat uit hun ogen en het toilet is een trouwe metgezel om de door de zenuwen aangewakkerde plasdrang te lenigen. Als door een speling van het lot bezetten wij het tafeltje naast de bestuurstafel, de tafel waar het gemeentebestuur plaatsneemt, bijgestaan en onderhouden door enkele ervaren Kloosterwiekers.

Ik weet het niet zeker maar dit is volgens mij de eerste keer dat ik als toeschouwer in de zaal zit op vrijdagavond. Het afgelopen decennium was ik of op het podium of op zaterdagavond in de zaal. Als buutist ervaar je dat het publiek op vrijdag ‘anders’ is dan op zaterdag. Toch valt het in de zaal erg mee. Ik vond dat het publiek erg goed reageerde. Er waren tot mijn verbazing zelfs behoorlijk wat mensen verkleed. Zelfs het rumoer was hetzelfde als op zaterdag. Delen van het publiek hadden er moeite mee fatsoenlijk hun mond te houden als iemand op het podium aan het woord was. De fabel dat het vrijdagpubliek beschaafder is dan het zaterdagpubliek kan de prullenbak in. Ook de gezelligheid tijdens en na de voorstelling doet niet onder voor de zaterdag. Wat mij betreft is er eigenlijk geen reden meer om persee op de zaterdag naar de buut te willen.

Vanaf mijn zitplaats had ik ruim uitzicht op de bestuurstafel en dat bood mij een uniek uitzicht op het gemeentebestuur en hun begeleiders. Ik moet zeggen dat het er neutraal beschaafd aan toe ging. De wethouders hadden bij tijd en wijle zichtbaar plezier. Van de burgemeester weet ik het niet zeker, zij zat met haar rug naar me toe en ik zag haar gezicht alleen van opzij. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat ze met gemengde gevoelens zat te kijken. Het lijkt me ook niet makkelijk om daar als hoofdvertegenwoordiger van het lokale volk allerlei bagger over jezelf te horen vertellen. Meestal is het bagger waar ze uit hoofde van haar functie niets aan kan doen en ik had de indruk dat ze aan moest horen wat mensen overdag niet tegen aan haar durven zeggen. Beetje jammer, gemiste kans. Slechts eenmaal hoorde ik een toespeling die wel degelijk hout snijdt en dat ging over het feit dat de prille vrijage met Stadskanaal is verbroken wegens de onverenigbaarheid van karakters van de beide burgermeesters. Dat is erg onprofessioneel van de beide dames en dat onze Vlagtwedder Leading Lady daar wat zuur bij keek vind ik een typisch geval van eigen schuld dikke bult. Verder was de buut voor een deel datgene wat je kunt verwachten maar dit jaar ook verrassend verfrissend. De rol van Prins en Vorst en ceremonieel tijdverdrijf was gelukkig duidelijk bescheidener dan vroeger jaren en dat komt de Buut erg ten goede. Er was dit jaar een goede mix tussen bekende nummers en nieuwe typetjes en artiesten. Ik zie hier en daar nog wel wat oude dogma’s en vastgeroeste gewoontes maar het kan ook zijn dat ik daar wat overgevoelig voor ben.

Wel een beetje vreemd om als toeschouwer in de zaal jezelf op het podium in een koortje te zien staan. Erg confronterend om te constateren dat de kwaliteit van de zang er hoorbaar op vooruit is gegaan. Dat geeft te denken.