zaterdag 4 april 2015

De lieve heer



En waar ik al bang voor was, gebeurde dan ook prompt. Voor de deur stond een oude man met een grijze baard, gekleed in prehistorische kledij. Hij kwam me vaag bekend voor, Abraham of Mozes of Noah of zo iets. Mannen van ongeveer, maar iets jonger nog, Methusalem’s leeftijd, in de bloei van hun eeuwigheid.
“Ik ben God!”, beweerde hij stellig. 

Ja sorry hoor, ik wordt altijd een beetje recalcitrant als iemand beweert iets te zijn wat niet bestaat.
“Ga weg….”, zei ik smalend, “…en doe Maria de groeten!” Tegen beter weten in hoopte ik dat hij dat letterlijk op zou vatten.
“Verdomme!”, riep hij kwaad.
“Helemaal mijn idee, Vader!” Hij bleef me een tijdje kwaad aankijken. Hij was nog nooit van repliek gediend, dat was duidelijk even wennen.
“Nou, kom d’r maar in dan….” Ik ben tenslotte de kwaadste niet, al moet dat wel zo op hem zijn overgekomen vermoed ik. Bovendien had ik onlangs Magere Hein nog overleefd. Dat zou me bij God dan ook nog wel lukken.
“Mag ik aannemen dat je net als Magere Hein ook alleen in mijn fantasie bestaat?”
“Zo is het. Maar ik moet er wel bijzeggen dat het geloof in mij wel wat hardnekkiger is dan het geloof in een skelet met een zeis.”
“Vertel mij wat…..”, zei ik moedeloos. “Hoe heb je dat trouwens voor elkaar gekregen?”.
“Nou, ik heb er weinig mee van doen gehad hoor, het is allemaal mensenwerk. De aanjagers van de Joodse opstand hadden een kop van Jut nodig voor als de Romeinen zouden ingrijpen. Dat werd degene die ze later Jezus zijn gaan noemen. Maar die stomme Romeinen schoten in hun eigen voet door hem te executeren.
“Maar waarom woont de paus dan nu in Rome?”, wilde ik weten.
“Het verhaal van de opstand in Galilea ging als een lopend vuurtje door het Romeinse rijk en dat werkte nogal gezagsondermijnend. En het rijk was al aan het afbrokkelen. De Romeinen begrepen dat bezetting en onderdrukking met een leger op den duur onhoudbaar was. Er moest een andere methode gevonden worden en dat bleek wonderwel te lukken door je te beroepen op een onafhankelijke hogere macht. Pas toen kwam ik bij de Romeinen in beeld. Om de inmiddels mythische Jezus in het zadel te houden bedachten ze dat ik zijn vader ben. Maar de mensen waren toen nog niet helemaal məšūggā (Hebreeuws voor mesjogge) dus daar kwamen ze niet mee weg. En zo verzonnen ze de ene verklaring na de andere. De erfzonde, de zwangere maagd Maria, de herrijzenis van Jezus, hoe ongeloofwaardiger het werd, hoe mooier de mensen het vonden. Dat is de reden dat het christendom zich via Duitsland over Europa verspreidde, en niet vanuit Galilea in het Midden Oosten. In de uitvoering veranderde echter niet veel, wie niet horen wilde moest het zwaard voelen. Nu niet meer door de soldaten van de keizer maar door de inquisiteurs van de paus. De uitdrukking ‘vele wegen leiden naar Rome’ is hierop van toepassing; er zijn meer manieren om de baas te spelen. De garnizoenen verdwenen, de kloosters kwamen er voor in de plaats.”
“En de Islam dan?”
“Simpel. De truck om de verantwoordelijkheid voor jouw daden af te wimpelen op een hogere macht bleek in het Midden Oosten ook goed te werken. Mohammed speelde gewoon hetzelfde spelletje.”
“Je weet het leuk te brengen.”, moest ik toegeven.
“Ja, zo werkt religie. Eerst geloven, dan zien…..”, zei God.

vrijdag 27 maart 2015

Dooie dood




Ik moet zeggen, het is een imposante gedaante. Ruim twee koppen groter dan ik, geheel gehuld in een zwarte cape. Zijn gezicht is onzichtbaar in een grote capuchon. De zeis houdt hij in zijn magere rechter hand. Hij staat niet, hij zweeft ongeveer tien centimeter boven de grond. Ik zei niets en Hein ook niet. Hoe het komt weet ik niet maar ik meende enige aarzeling te bespeuren bij de onwelkome gast.
“Ik ben Denap….”. Ja, ik dacht, dan weet hij dat ik het ben, dan is het maar klaar.
“Het is niet jouw beurt. Ik……eh…….heb me vergist...”. Hein was duidelijk niet in zijn normale doen. Wat zijn normale doen wel is weet ik echter niet precies. Ik neem aan dat hij verifieert of hij de juiste kandidaat voor zich heeft en dan met een snelle beweging met zijn zeis een einde maakt aan je leven. Maar het kan best heel anders gaan want ik heb het nog nooit meegemaakt.
“Wil je even binnenkomen?”. Je kunt de verdwaalde dood toch moeilijk zomaar voor de deur laten staan. Het leek me beter om hem van de straat te halen, voor er ongelukken van komen. Hein zweefde dankbaar over de drempel en ging aan tafel zitten. De zeis bleef in zijn hand. Ik wilde hem wel wat aanbieden maar kon me eerlijk gezegd niets voorstellen bij een geraamte met een glas water.
“Ik hoef niks, laat me maar even.” Hij zei dat ik hem had gedroomd maar dat het net leek of ik hem echt riep en dus was hij gekomen. Ik moet erg schaapachtig gekeken hebben.
“Is ook wat lastig uit te leggen”, stelde Hein gerust. Ik vroeg hem of hij bij alle stervenskandidaten langs gaat. Hein legde uit dat dat onmogelijk is want er sterven elke dag honderdduizenden mensen en als hij bij iedereen langs moet is dat geen doen. Het is niet uit te sluiten dat een stervende hem ziet, maar verreweg de meesten gaan gewoon zonder hem. Nog steeds begreep ik er maar weinig van.
“Ik besta eigenlijk helemaal niet, nou ja, niet zoals jij je me nu droomt. Ik besta alleen in de verbeelding. Net als spoken. Jij hebt me nu gezien, of sterker, je droomt me nu zo sterk dat het lijkt alsof je me ziet, maar dat is dus niet zo.”
“Dat kan wel zijn, maar of je nu bestaat of niet, dood is dood. Je kunt geloven dat spoken bestaan, maar tastbaar bewijs voor hun aanwezigheid is er, in tegenstelling tot jou, niet”.
“Je ziet het verkeerd, de dood bestaat weliswaar, maar een geraamte met een zeis die je komt halen bestaat niet, hetzij in de verbeelding van stervende mensen met een levendige fantasie”.
Het was even stil. Ik moest er even over nadenken. Normaal geloof ik helemaal nergens in, maar nu zit ik doodleuk oog in oog met een ommanteld geraamte met een zeis in zijn hand die zegt dat hij niet bestaat. Als dat maar geen precedent schept.

“De dood als illusie…..”. Soms probeer ik ook wel eens iets grappigs te zeggen. Hein bewoog even met zijn zeis en boog de capuchon in mijn richting, alsof hij me aankeek. Ik kreeg het meteen steenkoud.
“Je kan ook te ver gaan, Denap……”.
Hein had kennelijk een kort lontje en daar was ik best een beetje ongerust over. Ik was trouwens ook wel zo’n beetje klaar met de dood, over niet al te lange tijd ging de wekker.
“Ik moet gaan, je wordt zo wakker”.
“Okee…..”. Men moet in zulke situaties niet al te opgelucht overkomen.
“Kan ik nog iets voor je doen?”. Ik durfde me niet af te vragen wat hij daarmee kon bedoelen.
“Om de dooie dood niet…..”, riep ik flink, toen hij al weg was.

vrijdag 13 maart 2015

Water schrappen




U gaat op 18 maart aanstaande stemmen. Er is u namelijk door eminente, tot op het bot integere oud-politici verteld dat stemmen een groot voorrecht is. Nou, en als zo’n gewichtig man u streng door de beeldbuis aankijkt en u wijst op uw morele plicht, dan gaat u wel.

U gaat stemmen voor de provinciale staten en voor de waterschappen. Ik kan me enigszins voorstellen dat iemand zou willen stemmen bij provinciale statenverkiezingen, zelfs kan ik me voorstellen dat iemand de gemeenteraad relevant vindt. Maar stemmen voor de waterschappen? Daar kan ik me nou helemaal niks bij voorstellen. Stel je voor dat de slootkanten worden gemaaid door de ChristenUnie in plaats van door GroenLinks. Lekker belangrijk. En als de Ruiten A per ongeluk eens buiten zijn oevers treedt kunnen we de verantwoordelijke bestuurders lekker electoraal straffen bij de volgende verkiezingen. Dat zal ze leren.
De boeren moeten niet te veel en niet te weinig water op het land, de natuur moet ruimte hebben en het regenwater moet snel genoeg weg kunnen. En de slootkanten moeten worden gemaaid en de ratten moeten worden gevangen. Volgens mij is dat meer iets voor een handvol ambtenaren op het gemeentehuis dan voor een gekozen bestuur. Maar daar denk ik natuurlijk veel te makkelijk over want de kosten voor het in stand houden van een onnodige bestuurslaag lopen in de vele miljoenen en dus moet het wel heel belangrijk zijn. En een weggestuurde wethouder of gedeputeerde moet natuurlijk ook weer ergens aan het overheidsinfuus.

Ik zag onlangs op RTV-Noord een spotje van de ChristenUnie over de waterschapverkiezing. De goede man, neem ik gemakshalve even aan, wilde de christelijke waarden terug in het waterschapbeheer. Helaas zei hij er niet bij wat hij daar mee bedoelde. Omdat ik lijd aan plastisch-realistisch materialisme dacht ik meteen aan praktische dingen: een stiltecentrum op de werkplaats of kapelletjes op het platte land, net als in Duitsland. Ik noem maar wat. Maar als ik wat verder doordenk kom ik op heel andere gedachten. De voordelen op economisch gebied zijn gigantisch! Stel je voor: je kunt in een natte periode voor een akker gaan staan en door je armen te spreiden en heel diep je wenkbrauwen te fronsen, net als in de film, kun je het water laten wijken en kan de boer met gezwinde spoed het land op gelijk een onderdrukt volk op de vlucht voor een farao. En terwijl de schaatsen nog dik in ’t vet in zomerslaap zijn, loopt de schouwer doodleuk over het water naar de overkant. Op de jaarlijkse barbecue voor het personeel heb je genoeg aan drie broden en vijf vissen. Of andersom, dat kan ik nooit onthouden. En we drinken wijn uit eigen sloot.

Nooit gedacht dat ik nog eens voordelen zou gaan zien in christelijke waarden. En dat allemaal dankzij de waterschapverkiezingen.

zondag 15 februari 2015

Het was zondagmorgen een stuk kouder.



De thermometer wees 14 graden aan. Onder het afdak achter ons huis weliswaar. Maar toch. Geen wind en volop zon. Ideaal optochtweer. Al in de vroege ochtend gonsde het van de activiteit. Vanuit de kant van het centrum klonk onafgebroken muziek. Telkens kwam er meer geluid bij. Van praalwagens die over de invalswegen het dorp binnenreden. Het beloofde een mooie dag te worden. De vijftigste optocht, meer praalwagens dan ooit, meer deelnemers dan ooit, meer publiek dan ooit. 

We stonden in de bocht op de hoek Hoofdstraat/Stationsstraat. De jas kon wel uit, zo warm. Een prachtige stoet. Gezellige sfeer. Plotseling viel er een gat. Terwijl we de stoet in de Stationsstraat zagen verdwijnen stond er tientallen meters van ons af op de Hoofdstraat een wagen stil. Duitse trekker er voor. De chauffeur was uitgestapt. Dat was alvast geen goed teken. Op enig moment klom de man weer op de bok en reed de wagen aan de kant om ruimte te maken voor een ambulance. In de verte, vanuit de richting waar wij de traumaheli zagen dalen, schoof een donkere wolk voor de zon. De rest is geschiedenis. Carnaval 2015 is voorbij. 

Onze slaapkamer ligt op het oosten. Een koude tocht trok door het klapraampje. Rijp op het gras en het autodak. Het was vanmorgen een stuk kouder.