De opkomst bij de landelijke verkiezingen ligt gemiddeld over de afgelopen decennia zo rond de 50%. Los van de vele praktische redenen die mensen kunnen hebben om niet te gaan stemmen is de lage opkomst op zichzelf een teken aan de wand. De wel-stemmers hanteren een aantal drogredenen waarom iedereen zou moeten stemmen zoals: niet stemmen is laf, wie niet stemt telt niet mee, als je niet stemt mag je ook niet klagen enz. Zoals bij elke verkiezingen komt er ook dit jaar vast wel weer een eminent grise op televisie die ons oproept om te gaan stemmen omdat het een verworven recht is. Ook een veel gehoorde dooddoener is dat onze vorm van democratie dan wel niet perfect is maar het is het enige systeem wat we hebben. Daarmee legt men de verantwoordelijkheid geheel bij de niet-stemmers neer. Net als de plaatselijke kruidenier die zonder enige vorm van zelfreflectie de schuld van de te lage omzet bij zijn klanten zoekt.
Stemmers blijven weg omdat het hele systeem veel te ondoorzichtig is door campagne prietpraat, stemmingmakerij, valse beloftes, eenzijdige voorstelling van zaken, partijpolitiek en eigenbelang. Ook het grote aantal partijen maakt het er niet makkelijker op. Stem op mij en alle diertjes krijgen het beter! Nee, stem op mij want dan wordt alles gratis! Nee, stem op mij want dan wordt polygamie legaal! Ok, dat laatste heb ik zelf verzonnen. Maar wat een heisa, wat moet je met al die geneuzel-in-de-kantlijn partijen. En dan ga je een keer stemmen en wat krijg je dan? Partijen zijn onderling zo hopeloos verdeeld dat een minderheid samen met een club hersenloze gedoogdelinquenten kans ziet een af-en-toe-zetelmeerderheid in elkaar te knutselen. En wie weet nog dat bij de voorlaatste verkiezingen de partij met de grootste coalitiekans voortijdig de handdoek in de ring wierp? Walgelijke vertoningen. Laten we blij zijn dat we het recht hebben om niet te gaan stemmen.
De oplossing is simpel: de grote partijen maken van te voren bekend met wie ze een coalitie gaan vormen en wat dan, als die coalitie gekozen wordt, het regeerakkoord zou zijn. Het aantal stemmers per coalitiepartij bepaald dan alleen nog hoeveel bewindvoerders het mag leveren en kan eventueel voor een nuanceverschil in het akkoord zorgen. En al die geneuzel-in-de-kantlijn-partijtjes dan? Die vormen samen een grote partij, de Oneliners Partij.
dinsdag 14 augustus 2012
donderdag 9 augustus 2012
Olympiade 1928
Daar zitten ze, aan de hoge tafel in de kamer tegenover elkaar. Natuurlijk is de achterdeur op slot. Een klopje op het raam en twee blije gezichten lachen mij toe. Ik kan me niet herinneren dat ze ooit niet gelachen hebben als je langskomt. Altijd blij met bezoek, altijd welkom. Binnenkort wordt hij 90 jaar. Zij is net 89 geworden. Koffie natuurlijk, nee nee, blijf zitten! Dat kan ze zelf nog wel! Stel je voor, visite die zelf koffie gaat halen. Ze wonen nog steeds zelfstandig in hun eigen huis met tuin. Beetje hulp voor het zware werk, verder doen ze nog alles zelf. Mooi zo laten. Ze willen niet verhuizen, hier willen ze blijven. Tot het niet meer kan. Dan houdt het op.
Vader ‘s gedachten worden beheerst door de Olympische Spelen. Er zit hem een liedje dwars. Van vroeger. Amsterdam 1928. Hij is dan 6 jaar en speelt met zijn kornuitjes op straat in Laren NH. Op school hebben ze een liedje geleerd en dat zingen ze op straat na. Hij kent het nog precies.
Hup, hup, hup, olympiade,
Jongens zet je beste beentje voor,
Drink geen bier maar limonade,
Olympiade, olympiade….
De herinnering is voor hem zo helder als was het gisteren. Terwijl dingen die hij vorige week hoorde vandaag al verdwenen kunnen zijn. “Ik kan toch merken dat ik geen zestig meer ben!”. Tja, zo gaat dat. Op 3 augustus 2012 klinkt het nog vast en zuiver, zonder haperingen. Van de olympische spelen in 1928 weet hij verder niets. Maar dat liedje, dat laat hem vandaag niet meer los.
Ik moet alweer gaan, ik heb nog boodschappen in de auto en die moeten nodig in de koelkast. “Hoe laat kom je morgenmiddag?” Ik kijk haar vragend aan. “Of hebben we het er niet over gehad?” Dat hebben we niet maar dat geeft niet. De ooms en tantes blijven allemaal slapen en of ik wil helpen de bedden klaar te zetten. Natuurlijk. 90 en 89 jaar. Hotel la Mama. Dag en nacht geopend.
Vader ‘s gedachten worden beheerst door de Olympische Spelen. Er zit hem een liedje dwars. Van vroeger. Amsterdam 1928. Hij is dan 6 jaar en speelt met zijn kornuitjes op straat in Laren NH. Op school hebben ze een liedje geleerd en dat zingen ze op straat na. Hij kent het nog precies.
Hup, hup, hup, olympiade,
Jongens zet je beste beentje voor,
Drink geen bier maar limonade,
Olympiade, olympiade….
De herinnering is voor hem zo helder als was het gisteren. Terwijl dingen die hij vorige week hoorde vandaag al verdwenen kunnen zijn. “Ik kan toch merken dat ik geen zestig meer ben!”. Tja, zo gaat dat. Op 3 augustus 2012 klinkt het nog vast en zuiver, zonder haperingen. Van de olympische spelen in 1928 weet hij verder niets. Maar dat liedje, dat laat hem vandaag niet meer los.
Ik moet alweer gaan, ik heb nog boodschappen in de auto en die moeten nodig in de koelkast. “Hoe laat kom je morgenmiddag?” Ik kijk haar vragend aan. “Of hebben we het er niet over gehad?” Dat hebben we niet maar dat geeft niet. De ooms en tantes blijven allemaal slapen en of ik wil helpen de bedden klaar te zetten. Natuurlijk. 90 en 89 jaar. Hotel la Mama. Dag en nacht geopend.
vrijdag 3 augustus 2012
Pensioenleeftijd
Toen Jan Peter Balkenende minister-president was mocht hij van zijn moeder eens bij de Tros op de televisie. Hoe het programma heette weet ik niet meer maar het werd wekelijks uitgezonden. Er werd een vijf minuten durend filmpje getoond waarin een burger een vraag mocht toelichten en de minister-president gaf dan in de studio antwoord. In een van de uitzendingen kwam er een man aan het woord die op 52-jarige leeftijd werkloos was geworden en niet meer aan de bak kwam. Een hele ordner vol met brieven toonde de man op televisie en nog zo’n map vol met afwijzingen. De reden van afwijzing was eenvoudig. Te oud. Voor Jan Peter was het een inkoppertje. Zojuist was namelijk de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid van kracht geworden. Na het tranentrekkende relaas van die arme werkloos geworden vijftiger antwoorde Balkenende met een stalen gezicht in één zin dat ‘afwijzing bij sollicitatie op basis van leeftijd verboden was’. Mission accomplished. Meteen daarna een reclamespotje voor maandverband. Ik geloof dat dat het moment is geweest waarop ik het vertrouwen in de politiek voor altijd heb verloren.
Het oprekken van de pensioengerechtigde leeftijd houdt in dat je 2 jaar later pensioen krijgt. Voor de pechvogels die op latere leeftijd werkloos zijn geraakt houdt het in dat je 2 jaar langer in de bijstand blijft. Met sollicitatieplicht uiteraard. Je moet die oudjes toch bezig houden. Aan het versoepelen van de arbeidsmarkt zullen deze en volgende regeringen niets doen. Niet zolang de BMW van de werkgeversvoorzitter nog wekelijks voor het Torentje van de minister-president staat. Ik wil best werken tot mijn 67ste. Maar is het werk er dan nog? Nederland vergrijst. Binnenkort gaat de naoorlogse geboortegolf massaal met pensioen. Als gevolg daarvan zitten de werkgevers straks met een schreeuwend tekort aan arbeidskrachten. Het geschreeuw zal tot in de verste uithoeken van de wereld hoorbaar zijn, maar op een frequentie die voor vijftigers niet meer waarneembaar is.
Het oprekken van de pensioengerechtigde leeftijd houdt in dat je 2 jaar later pensioen krijgt. Voor de pechvogels die op latere leeftijd werkloos zijn geraakt houdt het in dat je 2 jaar langer in de bijstand blijft. Met sollicitatieplicht uiteraard. Je moet die oudjes toch bezig houden. Aan het versoepelen van de arbeidsmarkt zullen deze en volgende regeringen niets doen. Niet zolang de BMW van de werkgeversvoorzitter nog wekelijks voor het Torentje van de minister-president staat. Ik wil best werken tot mijn 67ste. Maar is het werk er dan nog? Nederland vergrijst. Binnenkort gaat de naoorlogse geboortegolf massaal met pensioen. Als gevolg daarvan zitten de werkgevers straks met een schreeuwend tekort aan arbeidskrachten. Het geschreeuw zal tot in de verste uithoeken van de wereld hoorbaar zijn, maar op een frequentie die voor vijftigers niet meer waarneembaar is.
Heiter bis Wolkig
Na twee weken te hebben rondgekeken in Mecklenburg-Vorpommern, grof gezegd in voormalig noordelijk Oostduitsland, is het tijd om de koffers en auto vertrek-klaar te maken. Of moet ik zeggen terugkom-klaar. Gisteravond hebben we de opening van de Olympische Spelen gezien op de Duitse televisie. Dat ging prima totdat de Duitse ploeg het stadion betrad. Daarna werden alle volgende binnentrekkende landen sterk door de Duitse regie verwaarloosd door de camera bijna voortdurend op de Duitse ploeg gericht te houden. Maar goed, je bent in Duitsland of je bent het niet. De Nederlandse televisie heeft ongetwijfeld hetzelfde gedaan met de Nederlandse ploeg. Ook het Duitse IOC-lid Claudia Bokel werd nog even getoond en genoemd. En dat vond ik dan wel weer leuk.
Het valt niet mee om de aandacht van de vaderlandse schrijvende pers te trekken. Het helpt als je deel uit maakt van een minderheid. Ben je als hetro-blanke-Nederlander geboren en je vind het leuk om stukjes, columns of ingezonden brieven te schrijven dan heb je, ten opzichte van minderheden-stukjesschrijvers bij gelijke taalvirtuoze kwaliteiten, een handicap. Het grappige is dat deze handicap mij helpt om te voldoen aan de criteria die maken dat ik deel uitmaak van een minderheid. Als bijna 52-jarige blonde man met een schrijvershandicap die niet van sport houdt maar het leuk vind om in Duitsland op vakantie te gaan en die in hetzelfde dorp woont waar IOC-lid Claudia Bokel vandaan komt ben ik van alle Nederlandse stukjesschrijvers veruit in de minderheid. Zo, denk daar maar eens over na. Ik ken Claudia niet persoonlijk en zij mij al helemaal niet. Maar ik ben ik haar dankbaar voor het feit dat ze uit mijn woonplaats komt, hoewel ze daar ook niets aan kan doen. Daarmee heeft ze zonder het te weten mijn kans om door te breken als succesvol columnist enorm vergroot.
Intussen is op deze laatste vakantiedag voor de terugreis naar ons vader- en moederland, waar de kranten ongetwijfeld vol zullen staan met politici, bureaucraten, kerkelijk leiders en andere ergernissen die tijdens onze afwezigheid rustig zijn doorgegaan met mij inspireren, het weer veranderd van Sonnig naar Heiter bis Wolkig. De lucht betrekt als Denap vertrekt.
Het valt niet mee om de aandacht van de vaderlandse schrijvende pers te trekken. Het helpt als je deel uit maakt van een minderheid. Ben je als hetro-blanke-Nederlander geboren en je vind het leuk om stukjes, columns of ingezonden brieven te schrijven dan heb je, ten opzichte van minderheden-stukjesschrijvers bij gelijke taalvirtuoze kwaliteiten, een handicap. Het grappige is dat deze handicap mij helpt om te voldoen aan de criteria die maken dat ik deel uitmaak van een minderheid. Als bijna 52-jarige blonde man met een schrijvershandicap die niet van sport houdt maar het leuk vind om in Duitsland op vakantie te gaan en die in hetzelfde dorp woont waar IOC-lid Claudia Bokel vandaan komt ben ik van alle Nederlandse stukjesschrijvers veruit in de minderheid. Zo, denk daar maar eens over na. Ik ken Claudia niet persoonlijk en zij mij al helemaal niet. Maar ik ben ik haar dankbaar voor het feit dat ze uit mijn woonplaats komt, hoewel ze daar ook niets aan kan doen. Daarmee heeft ze zonder het te weten mijn kans om door te breken als succesvol columnist enorm vergroot.
Intussen is op deze laatste vakantiedag voor de terugreis naar ons vader- en moederland, waar de kranten ongetwijfeld vol zullen staan met politici, bureaucraten, kerkelijk leiders en andere ergernissen die tijdens onze afwezigheid rustig zijn doorgegaan met mij inspireren, het weer veranderd van Sonnig naar Heiter bis Wolkig. De lucht betrekt als Denap vertrekt.
woensdag 1 augustus 2012
Van langzaam leven wordt je oud.
Als ik dan ’s morgens voor haar toonbank stond en ik wenste haar een goede morgen toe, keek ze me een beetje quasi vermanend aan. Het was zonde om zolang in bed te liggen, de ochtend was immers al bijna voorbij, meende ze, en de verse broodjes hadden, hoewel ze vanzelfsprekend van uitstekende kwaliteit waren, toch wel iets van hun versheid verloren. Terwijl ze me zo toesprak schitterden haar ogen van pret en haar reprimande eindigde steevast met de allerliefste glimlach die je je maar kan wensen. Nadat we dit ochtendritueel enige dagen hadden herhaald was het tijd voor de zwaardere gesprekken. Zij meende te kunnen raden dat ik uit Holland kwam. Holland was vlak wist ze, heel wat anders dan hier, waar het landschap wijds en glooiend is. Ze vervolgde met enkele tips, bezienswaardigheden die we niet mochten missen en prachtige stukjes natuur, zowel per fiets als ook met de auto goed bereikbaar. Nu was het mijn beurt en ik merkte op dat het land er toch ‘anders’ uitzag als ik gewend was van het oude West-Duitsland. Ik bemerkte een kleine frons van haar wenkbrauwen en even was ik bang dat ik iets verkeerd gezegd had. Maar ze besloot het me te vergeven en ze vertelde dat het een agrarisch gebied is waar de aandacht vanouds meer gericht was op productie en minder op natuur- en landschapsbeheer. Als zakenvrouw met gevoel voor toerisme benadrukte ze de ontwikkeling die nog steeds gaande is op het gebied van milieu en herstel van karakteristieke dorpsgezichten en gebouwen en vermeed ze zorgvuldig politieke aspecten en dagelijkse beslommeringen. Gaandeweg wisselden wij die ochtend enkele koetjes en kalfjes uit en toen aan het eind van ons korte samenzijn alle gemeenplaatsen wel zo’n beetje waren bezocht was het tijd om uit elkaar te gaan. Er was nog werk aan de winkel en mijn echtgenote zou zich wel afvragen waar ik bleef. Ter afsluiting sprak ze de volgende onsterfelijke woorden: “Ok, we lopen hier dan wel honderd jaar achter, maar daar staat tegenover dat wij honderd jaar langer leven!”
donderdag 19 juli 2012
Putgarten city limits
Putgarten is het meest noordelijk gelegen plaatsje van de Duitse deelstaat Mecklenburg-Vorpommern, deelgemeente Mecklenburg-Rugen. Het is bekend omdat het vlakbij de bekende toeristenatractie Kaap Arkona ligt. Het bestaat naast een voormalige Landwirtschaftliche Produktionsgenossenschaft uit de DDR-tijd uit enkele oude huisjes, een brandweerkazerne en een nieuw appartementengebouw. Toen vlak na de Duitse eenwording de eerste West Duitsers Putgarten bereikten riepen ze verrukt: "Ach kijk, een museumboerderij!". Beledigd smeet men ze de deur voor de neus dicht. Putgarten was namelijk een van de modernste kolchozen van de DDR. Een dag later stelde men de landbouwwerktuigen op het erf op. In deze belabberde staat van onderhoud brachten ze als attractie meer op dan als landbouwwerktuig voor dagelijks gebruik. Tegenwoordig is de kolchoz uitgebreid met de obligate spiegeltjes- en kraaltjeskramen zoals men ze overal in toeristengebieden vind. Allemaal handgemaakte kunstvoorwerpen natuurlijk. Verder hoort er een kroeg bij en een vage kunstenares die iets doet met keramiek. Blijkbaar is dit wat wij als toerist willen. Vlak voor het begin van de bebouwde kom wordt al het autoverkeer een grote parkeerplaats opgeleid om zich vandaar via de kolchoz naar Kaap Arkona te begeven.
Het parkeerterrein is modern. Het heeft een slagboom met een kastje waar men een kaartje uit dient te nemen. Als men Putgarten onverhoopt wenst te verlaten dan gaat men met dat kaartje eerst langs een betaalautomaat. Opgetogen bereiken we de slagboom. Die staat echter al omhoog. Er naast staat een meneer. Hij is ruim 50 kilo te zwaar en ziet er onverzorgd uit. De rimpels in zijn gebruinde gelaat zijn zwart. Zijn kleren zijn uit de laatste DDR productie. Of ze sindsdien ooit gereinigd zijn waag ik te betwijfelen. Op zijn hoofd kleeft een asgrauw strohoedje. Hij draagt over zijn pak heen een lichtgroen hesje, jawel, zo'n verkeersregelaarsuniform. Niemand staat zo'n hesje beter dan onze parkeerwachter. Hij is een belangrijk man. Niemand verlaat het parkeerterrein zonder dat hij het kaartje uitgebreid heeft bestudeerd. Als hij zich er van heeft vergewist dat de datum overeenkomt met die van vandaag en alle streepjescodestreepjes recht staan, pas dan komt het verlossende knikje van een van zijn onderkinnen: "In Ordnung!". Er is op het hele parkeerterrein niemand die het waagt de man achteloos voorbij te rijden. Ook ik niet. Opgelucht verlaten we Putgarten, de vrijheid tegemoet.
Het parkeerterrein is modern. Het heeft een slagboom met een kastje waar men een kaartje uit dient te nemen. Als men Putgarten onverhoopt wenst te verlaten dan gaat men met dat kaartje eerst langs een betaalautomaat. Opgetogen bereiken we de slagboom. Die staat echter al omhoog. Er naast staat een meneer. Hij is ruim 50 kilo te zwaar en ziet er onverzorgd uit. De rimpels in zijn gebruinde gelaat zijn zwart. Zijn kleren zijn uit de laatste DDR productie. Of ze sindsdien ooit gereinigd zijn waag ik te betwijfelen. Op zijn hoofd kleeft een asgrauw strohoedje. Hij draagt over zijn pak heen een lichtgroen hesje, jawel, zo'n verkeersregelaarsuniform. Niemand staat zo'n hesje beter dan onze parkeerwachter. Hij is een belangrijk man. Niemand verlaat het parkeerterrein zonder dat hij het kaartje uitgebreid heeft bestudeerd. Als hij zich er van heeft vergewist dat de datum overeenkomt met die van vandaag en alle streepjescodestreepjes recht staan, pas dan komt het verlossende knikje van een van zijn onderkinnen: "In Ordnung!". Er is op het hele parkeerterrein niemand die het waagt de man achteloos voorbij te rijden. Ook ik niet. Opgelucht verlaten we Putgarten, de vrijheid tegemoet.
zondag 8 juli 2012
Oud Ter Apel
Wie kent er niet de website www.oudterapel.nl ? Verbazend, maar een weldaad om te constateren, dat iemand bereid is zoveel tijd en moeite te steken in een website zonder het vol te proppen met flitsende reclamebanners en smakeloze emoticons. Rienhart chapeau.
Ik kan uren in Oud Ter Apel snuffelen en vind dan toch telkens weer iets nieuws. Het overgrote deel speelt zich af ver voor mijn tijd. Soms denk ik bij het zien van de foto’s dat ik 100 jaar te laat geboren ben. Ik zou best in die tijd willen leven. Maar dan wel met mijn huidig welvaartsniveau. Op een zonnige dag met Ol Graitje naar waar dan ook. Op zoek naar authentieke Ter Apelers om alle anekdotes live mee te maken. De slechte kanten en het gebrek aan moderne voorzieningen vergeten we voor het gemak even. Ik hoef geen 10 uur per dag zes dagen in de week te ploeteren, ik ben slechts bezoeker uit een andere tijd. En als ik er weer voor even genoeg van heb dan ga ik weer terug naar nu. Holodeck, end program. Denap report to the bridge.
Mooi mooi, maar er is nog een oud Ter Apel. Een oud Ter Apel wat ik me nog kan herinneren van toen ik klein was. Ter Apel, en met name de Hoofdstraat, zag er toen behoorlijk anders uit dan nu. Allemaal zelfstandige winkels in vrijstaande panden, gebouwd onder architectuur zoals dat zo mooi heet. Jugendstil of Amsterdamse School, noem maar op en het stond er. Allemaal unieke exemplaren. De samenstelling van dat alles, met in het middelpunt Hotel Schot, bepaalde de unieke sfeer van de Hoofdstraat. Maar de tijd staat niet stil en af en toe geholpen door een grote brand nam de vooruitgang bezit van de Hoofdstraat. De Hoofdstraat werd opgenomen in het centrumplan. Ook onder architectuur hoor, neem me niet kwalijk.
Niet zo heel lang geleden was de Hoofdstraat er nog. Maar nog eventjes geduld en dan is het zover. Het centrum van Ter Apel ziet er dan uit zoals het hoort. Bomen weg, forse gebouwen, imposante puien, grote parkeerplaatsen, allemaal onder dezelfde architectuur zodat in welk centrum je ook bent in Nederland je altijd thuis voelt. Dezelfde nieuwbouw maar dan in een andere volgorde. Maar de nieuwbouw van Ter Apel staat dicht bij een oud klooster, dat hebben andere dorpen dan weer niet. Gelukkig planten ze straks weer nieuwe bomen. Veel minder dan er nu staan want anders is er geen ruimte voor het hedendaagse straatmeubilair.
Het is een grote geruststelling te noemen dat het niet anders kan. De oude panden en hun samenhang zijn er niet meer en het centrum was onaantrekkelijk versnipperd. Een dorp moet leefbaar zijn en het winkelaanbod moet aantrekkelijk zijn. Zo zijn er altijd wel positieve argumenten te vinden voor vooruitgang. Ter Apel in het rijtje van Bourtange, Orvelte en Smeerling? Nou nee, dan liever dit nog. Hoe dan ook, later verwondert een schoolkind van nu zich over de vele veranderingen die zich de komende jaren nog zullen voordoen. Misschien gaan de Ter Apelers van de toekomst zich er ooit aan ergeren dat er van overheidswege drie keer zoveel bomen aan de Hoofdstraat moeten staan dan nu om toekomstige milieudoelstellingen te halen. Om dat te bereiken moeten de blokkendozen weg, ook vanwege de krimp op het platteland, om plaats te maken voor kleinschalige laagbouw met variatie.
Zul je net zien, ben ik 100 jaar te vroeg geboren……
Ik kan uren in Oud Ter Apel snuffelen en vind dan toch telkens weer iets nieuws. Het overgrote deel speelt zich af ver voor mijn tijd. Soms denk ik bij het zien van de foto’s dat ik 100 jaar te laat geboren ben. Ik zou best in die tijd willen leven. Maar dan wel met mijn huidig welvaartsniveau. Op een zonnige dag met Ol Graitje naar waar dan ook. Op zoek naar authentieke Ter Apelers om alle anekdotes live mee te maken. De slechte kanten en het gebrek aan moderne voorzieningen vergeten we voor het gemak even. Ik hoef geen 10 uur per dag zes dagen in de week te ploeteren, ik ben slechts bezoeker uit een andere tijd. En als ik er weer voor even genoeg van heb dan ga ik weer terug naar nu. Holodeck, end program. Denap report to the bridge.
Mooi mooi, maar er is nog een oud Ter Apel. Een oud Ter Apel wat ik me nog kan herinneren van toen ik klein was. Ter Apel, en met name de Hoofdstraat, zag er toen behoorlijk anders uit dan nu. Allemaal zelfstandige winkels in vrijstaande panden, gebouwd onder architectuur zoals dat zo mooi heet. Jugendstil of Amsterdamse School, noem maar op en het stond er. Allemaal unieke exemplaren. De samenstelling van dat alles, met in het middelpunt Hotel Schot, bepaalde de unieke sfeer van de Hoofdstraat. Maar de tijd staat niet stil en af en toe geholpen door een grote brand nam de vooruitgang bezit van de Hoofdstraat. De Hoofdstraat werd opgenomen in het centrumplan. Ook onder architectuur hoor, neem me niet kwalijk.
Niet zo heel lang geleden was de Hoofdstraat er nog. Maar nog eventjes geduld en dan is het zover. Het centrum van Ter Apel ziet er dan uit zoals het hoort. Bomen weg, forse gebouwen, imposante puien, grote parkeerplaatsen, allemaal onder dezelfde architectuur zodat in welk centrum je ook bent in Nederland je altijd thuis voelt. Dezelfde nieuwbouw maar dan in een andere volgorde. Maar de nieuwbouw van Ter Apel staat dicht bij een oud klooster, dat hebben andere dorpen dan weer niet. Gelukkig planten ze straks weer nieuwe bomen. Veel minder dan er nu staan want anders is er geen ruimte voor het hedendaagse straatmeubilair.
Het is een grote geruststelling te noemen dat het niet anders kan. De oude panden en hun samenhang zijn er niet meer en het centrum was onaantrekkelijk versnipperd. Een dorp moet leefbaar zijn en het winkelaanbod moet aantrekkelijk zijn. Zo zijn er altijd wel positieve argumenten te vinden voor vooruitgang. Ter Apel in het rijtje van Bourtange, Orvelte en Smeerling? Nou nee, dan liever dit nog. Hoe dan ook, later verwondert een schoolkind van nu zich over de vele veranderingen die zich de komende jaren nog zullen voordoen. Misschien gaan de Ter Apelers van de toekomst zich er ooit aan ergeren dat er van overheidswege drie keer zoveel bomen aan de Hoofdstraat moeten staan dan nu om toekomstige milieudoelstellingen te halen. Om dat te bereiken moeten de blokkendozen weg, ook vanwege de krimp op het platteland, om plaats te maken voor kleinschalige laagbouw met variatie.
Zul je net zien, ben ik 100 jaar te vroeg geboren……
Abonneren op:
Posts (Atom)