dinsdag 14 januari 2014

Teringherrie

Uit de tijd dat ik zelf meezong in een koor herinner ik me de volgende wijze woorden van onze dirigent. “Als er iets mis gaat, trek een stalen gezicht en zing gewoon door. Tien tegen een dat het publiek het niet merkt.” Zo kon het gebeuren dat zomaar midden in een nummer de bandleden elkaar verschrikt aankeken en in lachen uitbarstten. Kennelijk was er een van de honderden noten een halve toon te hoog of te laag geweest. Het zou niemand zijn opgevallen als de band het niet zelf zou hebben laten merken. Maar het verschafte het optreden wel de broodnodige ongedwongen, gemoedelijke sfeer. Ja, het is januari en dus weer de hoogste tijd om ons naar Full House te begeven waar Hollywood Horseshit ons meenam op een trip down memory lane. Dat lukte ze weer wonderwel.

Uit het optreden van vorig jaar weet ik nog dat memory lane geplaveid was met een bonte verzameling oude bekenden van voor smartphone, Facebook en LinkedIn. Dit jaar was dat een stuk minder. Gaandeweg liep de zaal vol met mensen van na 1990. De dienstdoende discjockey was van dezelfde generatie en dus was zijn volkomen gebrek aan muzikaal historisch besef de man niet aan te rekenen. Zonder enige compassie met het HHS publiek draaide hij de versterker tot maximaal open en met verve verblijdde de enthousiaste schreeuwlelijk ons in de pauzes met een hart- en oorverscheurende kakofonie van lawaai. Geen wonder dat vuurwerk elk jaar harder moet knallen. Wij hebben de laatste set van HHS niet afgewacht, hoezeer het ons ook spijt. De pauze was domweg niet meer om uit te houden.

Een stel uit dezelfde prehistorie als wij doet met de moed der wanhoop een poging om in de pauze een gesprek op gang te houden. Om beurten brengen ze hun mond naar het oor van de ander en brullen er een korte boodschap in. Aan de gezichten is af te lezen dat het genereren van het juiste volume de uiterste inspanning vergt. En dan nog zie je aan de grimas van de ander dat de boodschap niet over komt. Op enig moment zie ik dat de man zijn longen vol zuigt voor een laatste ultieme poging. Zijn gezicht is vertrokken van pijn en frustratie. Hij brengt zijn mond tegen haar oor in stelling en juist op dat moment valt er een ongeveer een seconde durende stilte. Allemaal kunnen wij verstaan hoe de boodschap luidt: “VERDOMDE TERINGHERRIE !!!!”

zaterdag 4 januari 2014

Laagfrequent-nimby

Er is een nieuw wapen ontwikkeld in de strijd tegen windmolens. Don Quichot zou er reuze blij mee zijn geweest. Don Quichot, de bekende romanfiguur, was een idealist. De moderne Quichots zijn dat ook, ze denken dat ze hun huidige welvaart- en welzijnsniveau op peil kunnen houden door alles zo te laten zoals het is. Nieuwe dingen zijn altijd eng. De eerste trein, de eerste auto, gans het volk in rep en roer. Reden genoeg om in verzet te komen. Gelukkig zijn er zelfbenoemde wetenschappers die de rebellerende groepen bijstaan met niet onderbouwde wijsheden. De jongste uitvinding heet Laagfrequente Trillingen. Zelf heb ik jaren rondgereden in een oude diesel, die laagfrequent trilde dat het een aard had. Nooit geweten dat het slecht voor me was. Je kunt zelfs bij alternatieve welzijnswerkers terecht die koperen schalen laagfrequent op je borst laten trillen, dat is dan juist weer goed. Maar in geval van windmolens zijn laagfrequente trillingen, samen met op hol slaande paarden en koeien die geen melk meer geven, beangstigende schrikbeelden voor de nieuwe-dingen-fobisten.

Vanuit mijn slaapkamerraam kijk ik al jaren tegen windturbines aan. Die staan vlak over de grens, in Duitsland. Ik heb er nooit iemand over gehoord. Het kan natuurlijk zijn dat de Duitse overheid nooit begrepen heeft dat de Nederlandse burgerprotesten serieus bedoeld waren. En Nederlandse journalisten maakten zich toen nog niet druk over Duitse windmolens, dat scheelt ook. Het enige wat ik er van merk zijn de flikkerende rode lichten bovenop de masten. Maar alleen als ik er in het donker naar kijk. Ik ben er eens langs gefietst. In Laudermarke, bij de Bruil om precies te zijn, het grensbruggetje over en dan links af. Pas bij Wessingtange kon ik weer terugkeren in mijn thuisland. Onderweg ben ik gestopt onder zo’n windmolen. Hoewel het ding draaide als een tierelier overkwam mij niks. Ook lawaai heb ik niet gehoord. Maar toen ik thuis kwam had ik wel veel last van laagfrequente trillingen in mijn polsen. Dat kwam door het gerammel van mijn fietsstuur over de slecht onderhouden Duitse landweggetjes.

Nee, dan kernenergie en kolencentrales. Die staan ver weg van ons schone veenkoloniale land. Als er op televisie een uitzending is over Tsjernobyl of Fukushima, of een mijnramp in China, of mensen met mondkapjes op tegen de smog, dan slaat men de handen voor het gelaat en schud men vertwijfeld het moede hoofd. Of als ze denken aan hoe het leven zal zijn als er geen benzine meer is voor hun trouwe Kia Rio, ja, dan slaat de schrik ze om het hart. Maar windmolens in Drenthe, nee zeg, god bewaar me. Schone energie is goed en nodig en zo, maar ‘not in my (fucking) back yard’. In de veenkoloniën is trouwens ook ruimte zat voor bovengrondse opslag van kernafval. Zou dat wel mogen? En als we er leuke bosjes omheen planten?

Ik denk er over om fietstochten te organiseren langs de Duitse windmolens. Voor groepen Drentse toeristen. Dan kunnen ze zich er zelf van vergewissen dat die dingen niet bijten. Bij terugkomst kopje koffie bij mij in de tuin, zodat ze er nog even van een afstandje naar kunnen kijken.  Maar dan wel op fietsen met verende voorvorken en dito zadelpennen. Tegen de laagfrequente trillingen.

maandag 23 december 2013

Schuldloos gescheiden……

In het grote gebouw met aanleunwoningen viel haar verschijning niet in positieve zin op. Toch keek ze verrassend kwiek uit haar ogen. Mensen van haar leeftijd die naar een aanleunwoning verhuizen hebben vaak een wat gelaten, berustende blik. Dan laten ze een vrijstaande woning achter met een grote tuin waar ze het grootste deel van hun leven gewoond hebben. Tot ver na de pensioengerechtigde leeftijd hadden ze alles nog zelf gedaan en dan komt de tand des tijds toch nog onverwacht aan de voordeur knagen. Maar bij deze dame niet. Ze zag er weliswaar breekbaar uit, alsof ze zojuist als door een wonder uit een rolstoel was opgestaan, maar ze keek me aan met een blik van ‘nog even de wasmachine naar boven tillen en dan eerst koffie’.

Ze woonde er nog niet zo lang. In de anderhalve minuut na mijn entree had ze al drie keer laten vallen dat ze ‘een moeilijke tijd achter de rug had’, waarna ze een seconde stilte liet vallen en mij verwachtingsvol aankeek. De hint was duidelijk, ze wilde alles vertellen over de moeilijke tijd maar ik moest er eerst om vragen. Voorzichtig probeerde ik het met: “Heeft u altijd hier in het dorp gewoond ..…?”. Dat was voldoende. Er volgde een lang relaas over haar man, waarbij ze af en toe diep moest zuchten. Het was duidelijk dat het een vent van niks was, die man van haar. Ik nam onwillekeurig aan dat ze pas weduwe was geworden en dat het schelden op haar man bij het verwerkingsproces hoorde.  Achteraf had ze het 30 jaar eerder moeten doen, zei ze. Dertig jaar eerder…..? Probeerde ze me nou wijs te maken dat ze pas was gescheiden? Dat bleek inderdaad het geval. Na 47 jaar huwelijk was de koek op. Ze waren bij elkaar gebleven voor de kinderen. De jongste was nu 40 jaar. Op die leeftijd moeten ze oud genoeg worden geacht de schok van een gezinsbreuk te weerstaan, vond ze. Ik vroeg me in stilte af of de zoon nog bij zijn ouders had gewoond of misschien inmiddels zelf alweer gescheiden was, maar iets aan de hele situatie maakte dat ik vond dat ik maar beter niet te veel moest zeggen. Het was haar waarheid en enige vorm van nuance paste daar niet bij.

Inmiddels had ik mijn werk in het appartement er op zitten. Blij toe. Ik had genoeg gehoord. Slechts een klein detail miste nog om het plaatje compleet te maken. Ik wilde dolgraag weten wat de reden van de scheiding was geweest maar daar kon ik natuurlijk niet naar vragen. Maar het toeval bewees me een goede dienst. Ik maakte een opmerking over het interieur, om de aandacht even van het huwelijksdrama af te halen, zodat het makkelijker is om op te stappen. Ze vertelde dat ze niet vaak in het appartement was omdat ze veel bij haar vriend verbleef. Ik moet haar erg schaapachtig hebben aangekeken. “Tja…..”, zei ze, “….het was niet de bedoeling dat mijn man er achter kwam…..maar ja…..het moest wel een keer mis gaan…..”

vrijdag 20 december 2013

De evangelist

Hun huis is op alle mogelijke en onmogelijke plekken behangen met uitgeknipte en ingelijste bijbelspreuken en psalmregels. Een vroom stel. Siebe en Martha zijn van huis uit christelijk gereformeerd maar gaandeweg kregen ze het gevoel dat ze iets misten. Er moest meer zijn. Binnen de eigen gemeente kwamen ze niet verder en via een tip kwamen ze in contact met een dominee die was gespecialiseerd in Bijbelstudie. Gedurende drie maanden kwam de dominee een keer per week bij Siebe en Martha thuis. Aan het eind van die periode gebeurde er iets vreemds met Siebe. Op een nacht werd hij wakker gemaakt door een hand op zijn schouder. Hij draaide zich om en zag dat Martha in diepe slaap was. In verwarring ging hij naar beneden. In de woonkamer voelde hij weer een hand op zijn schouder en omdat er niemand anders in de kamer was kon het niet anders dan de hand van God zijn. Siebe was bekeerd. Hij liet zich dopen door onderdompeling en vanaf dat moment wilde hij niets anders dan ook anderen bekeren en dopen.

Op een zonnige dag in juni viel er een kaartje op de mat. Het was tijd voor het jaarlijkse onderhoud aan de centrale verwarming  en in de brief stond de datum waarop de monteur zou komen.
Vreemd is dat, je weet niet hoe laat de monteur precies komt en zit je dus eigenlijk de hele dag op wacht in je eigen huis. Toch nog onverwacht ging de bel. De monteur stelde zich voor als Dennis. Het was juist tijd voor koffie en vanzelfsprekend boden Siebe en Martha hem ook een kopje aan. Na de koetjes en de kalfjes viel het gesprek wat stil. Maar toen vroeg Dennis iets over een bijbelspreuk aan de muur en Siebe begon te vertellen. Onvermijdelijk kwam de vraag hoe het met zijn geloofsleven gesteld was. Dennis zat daar echter in de bedrijfskleuren van zijn baas dus hij hield zich beleefd op de vlakte. Dat werd door Siebe opgevat als een signaal dat de monteur ontvankelijk was voor de blijde boodschap welke uiteindelijk moet leiden tot bekering tot Jezus en dopen door onderdompeling. Na enige tijd moest Siebe stoppen want Dennis moest nodig aan de slag. Hij zou de rest van de week in het wijkje aan het werk zijn.  Martha had er geen goed gevoel bij.
“Wees voorzichtig Siebe! Je kent die man niet. Je vergist je in hem.”
Maar Siebe was vol van zijn bekeringsdrang. Aangemoedigd door vermeende belangstelling sprak hij Dennis later die week een paar keer aan om het er nog eens over te hebben. Uiteindelijk bleek dat Martha gelijk had en de monteur liet Siebe op niets aan duidelijkheid te wensen overlatende wijze weten dat hij niet tot de doelgroep behoorde. Geschrokken liet Siebe zich daarna niet meer zien.

Siebe en Martha zitten in de kamer. Siebe kijkt somber, in zichzelf gekeerd, voor zich uit. Martha ziet zijn worsteling met lede ogen aan.
“We hebben gedaan wat God van ons vraagt, Siebe. Laat het rusten.”
“Misschien heb ik het verkeerd aangepakt…….”
“Laat het los, Siebe, je hebt gedaan wat je kon, die man is er niet klaar voor, je kunt niet iedereen redden…”
“Zou je denken, Martha?”
“Het is goed zo, Siebe, we zullen de Heere God in ons avondgebed bidden om kracht en wijsheid. Nog koffie?”


Siebe en Martha hebben het goed bedoeld. Ze hebben oprecht het idee dat ze dit moeten doen in het belang van de ander. Zelf winnen ze er niets bij, behalve de voldoening dat ze een ziel hebben kunnen redden. Eigenlijk best wel sneu voor ze. Zouden ze ooit te bekeren zijn tot het realisme?

vrijdag 6 december 2013

De aanslag.

Het was hoogzomer. We waren druk in de weer om de weekendtassen, wij reizen graag licht, in te pakken voor onze vakantie naar Normandië. Plotseling viel de bekende blauwe enveloppe op de mat. Het betrof een aankondiging van de inspecteur. Hij was van plan om de voorlopige aanslag over 2010 te wijzigen. En dan heb ik het niet over zomaar een paar tientjes. Ook niet een bedrag waarvan je zegt: even slikken en weer doorgaan. Maar een bedrag waar je wit van wegtrekt. Prettige vakantie.
Onmiddellijk lieten wij de weekendtassen in de steek en doken in de archieven van ons huishoudboekje. In 2010 kwam een loonspaarplan tot uitkering waarvoor je toen belastingvrijstelling kreeg als je 15 jaar aaneen premie had betaald. Dat hadden wij wel en waanden ons veilig maar helaas dacht de fiscus daar nu plotseling heel anders over. Maar zo genereus als hij kan zijn mochten we binnen 5 dagen bezwaar maken. Wij beten ons in de materie vast en al gauw wisten wij bewijs te leveren dat er wel  degelijk 15 jaar premie was betaald. E.e.a. werd in een klinkend stuk verwoord en samen met de bewijzen netjes in de retourenveloppe gestopt.
Opgelucht haalden we adem. Tot begin november. In de verstreken drie maanden had de inspecteur dag in dag uit onze stukken bestudeerd, tot hij er nachtmerries van kreeg. In een van die nachtmerries kwam hij tot de conclusie dat ook waterdicht bewijs zo lek kan zijn als een mandje. Betalen. Maar ook nu weer kregen we de kans om de gaten in het mandje te dichten. Dat konden we doen door de verzekeringsmaatschappij te laten verklaren dat we inderdaad wel 15 jaar hadden betaald. Half november bleek ook dat niet voldoende. Met het zweet in mijn handen belde ik de inspecteur om te achterhalen wat er nou precies aan ontbrak. Hoewel er zwart op wit stond dat er vijftien jaar was betaald en de stukken die wij in de zomer al hadden gestuurd hetzelfde aantoonden kon de inspecteur dat er niet uit opmaken. Maar als coulanceregeling kregen wij een derde kans en dat mocht zelfs per e-mail. De verzekeraar vatte alle bewijzen nog maar eens samen en die stuurden wij met mijn nieuwe emailprogramma braaf door. Voor de zekerheid schreef ik het nummer van mijn werktelefoon er bij om de verlossende woorden zo snel mogelijk te horen. Het telefoontje kwam. Betalen. Ik wist me gelukkig verbaal te beheersen en vroeg wat er nou precies aan schortte. Het antwoord was al even menselijk als onprofessioneel. De verzekeraar diende de mouw op te stropen en de zodoende vrijgekomen arm moest langzaam tot aan de elleboog anaal worden ingebracht. De telefoon viel uit mijn handen. De verzekeraar was echter niet voor één anus te vangen en heeft voor dergelijke gevallen altijd een lange plastic zak paraat. Voor de vierde keer mailden wij dezelfde boodschap in andere woorden door. De fiscus knoopte tevreden zijn broek dicht en deelde me telefonisch mede dat er een nieuwe definitieve aanslag 2010 zou komen met als eindbedrag nul komma nul.
Wij wachten nog op de definitieve schriftelijke bevestiging van de telefonische toezegging. Voor volgend jaar denken wij aan Oostenrijk.

donderdag 21 november 2013

In de wolken

Hij is al oud. Oud en traag en zijn geheugen is vol. En YouTube-filmpjes afspelen kan hij ook al niet meer. Hij komt uit de tijd van voor USB en Plug-and-Play. Uit de tijd dat als je een nieuwe printer kocht je die moest installeren met vele bijgeleverde CD’s waarna het kreng vastliep en je terug moest naar de winkel of naar een of andere obscure nerd, die achteloos vreemde dingen op het scherm toverde en dat je dan dacht: dit komt nooit meer goed.
Mijn oude pc, type desktop, kocht ik bij een handelaar zoals je die toen nog veel had. Die hadden veel verstand van computers en hadden hun fietsenschuur verbouwd tot computerwinkel die vol stond met half gedemonteerde computers. Overal slingerden kabels, beeldbuizen, printplaten en schroevendraaiers rond en op magische wijze wist de entrepreneur precies het juiste plugje in het bijbehorende gaatje te steken. Onderwijl sloeg hij jargon uit waar je uit op diende te maken dat hij er veel van wist. Zo was ik daar eens om mijn pc weer op te halen nadat hij een week in quarantaine was geweest omdat ik aan knopjes had gezeten waar ik af had moeten blijven. De nerd was natuurlijk niet thuis. Er werd open gedaan door een dame met in haar ene hand een baby, de andere een pak luiers en in haar mondhoek bungelde een sigaret. In die jaren werd er nog gewoon in het openbaar gerookt. In plaats daarvan loopt men nu met een smartphone in zijn of haar hand. De sigaret seinde dat ik door moest lopen naar de fietsenschuur waar ik mijn pc herkende tussen enkele dode computerkarkassen. Ik legde een aantal bankbiljetten op tafel en pakte de pc onder mijn arm. Ik vroeg nog, tegen beter weten in, wat er kapot was. “Oh, de netbios stond verkeerd…..”, zei de baby vanaf zijn plekje op moeders arm. De vrouw in kwestie wist een zelfverzekerde blik te tonen waar uit bleek dat verder vragen er slechts op zou duiden dat ik een ongelooflijke sukkel was.

Nu is het dan zover dat ik dit schrijf op een laptop met Windows 8. Een dag na aankoop waren er 67 beveiligingsupdates geïnstalleerd en was 8 ge-upgrade naar 8.1. Na ruim een week kon ik het kreng eindelijk laten e-mailen. Op mijn oude pc deed ik het met Outlook Express. Maar dat bestaat niet meer in de wereld van 8.1. Een compromis bestaat er uit dat ik nu helemaal opnieuw begin met Office2010-Outlook. Met een leeg adressenbestand en zonder berichten die ik nog had moeten lezen. Alle oude gegevens zijn nog slechts via vele omwegen beschikbaar. Acht-punt-een ondersteunt geen POP3-accounts maar heeft daarentegen bedacht dat je de gegevens van Express kan uploaden naar de Cloud. U begrijpt het al: daar zijn ze nu nog. De wolk blijft voor eeuwig voor mij gesloten. Al mijn contacten en oude mails staan nu ter beschikking van iedereen die zich daar boven ophoudt. Ik verwacht dan ook binnenkort een email van onze lieve heer. Of ik in het vervolg niet meer zo wil vloeken als 8.1 weer eens onverwacht uit de hoek komt.

donderdag 7 november 2013

Te laat.....

Zesennegentig is ze nu en ze leeft in de wetenschap dat de kleine aanleunwoning op het Drentse platteland haar laatste plekje op aarde is. Ze kijkt terug op een bewogen leven, met al haar ups en downs. Op een donker eiken wandbord staat in koperen letters het obligate: “Van het concert des levens krijgt niemand een program.” De kamer is ingericht met een bloemlezing uit wat de jaren tachtig aan woninginrichting design heeft  voortgebracht. Haar dagen bestaan naast een enkel boodschapje in de supermarkt en een kopje koffie met de buurvrouw voornamelijk uit het wachten op de dood. Die heeft echter nog geen termijn genoemd. En de huisarts heeft ze ook al in geen tijden meer gezien. Met een zucht stelt ze vast dat haar aardse dagen kennelijk nog niet geteld zijn.

Ze heeft een kleinzoon die al jaren in de oerwouden van een ver en warm land verblijft. Daar werkt hij bij een firma die iets doet met boortorens. Twee of drie keer per jaar komt hij een weekje naar Nederland. Een jaar of wat geleden is hij daar getrouwd met een prachtige inlandse dame. Haar foto prijkt op een prominente plaats in het wandmeubel. De kleinzoon wil niets liever dan zijn vrouw aan oma in Holland voorstellen. Maar om de een of andere reden kon ze haar land niet uit. Vorige maand kwam er eindelijk beweging in de bureaucratische molens en bij zijn volgende bezoek zou ze meekomen.

Het concert des levens mag wat haar betreft wel afgelopen zijn. Ze wil niet weten wat er nog meer op het program staat. De dirigent met de zeis heeft haar diep teleur gesteld. Vaak sloeg hij te vroeg af. Bij haar man, bij haar broers en zussen, en nu bij haar aangetrouwde inlandse kleindochter. Een onschuldig lijkende muggenbeet met fatale gevolgen. Knokkelkoorts. Nee, de dirigent mag wat haar betreft haar partij nu wel afslaan. “Moar hij kump hierhen zeker met de bellebus. Die is ook eeuwig te loate.”